post

De Geschiedenis van de Toekomst: van Apple Newton naar iPad

Ipad2 Tablets zijn (eindelijk) gearriveerd. De iPad toont aan dat er een plek is tussen smartphones en laptops. Als fervent gebruiker van (alle pogingen tot) tablets de afgelopen 10 jaar heb ik wel een beeld van de factoren die succes bepalen voor dit type apparaat. Na 3 Apple Newtons (2 x zo dik als huidige laptops) en diverse Tablet PC’s met Windows XP tot 7 biedt mijn iPad2 eindelijk de toegevoegde waarde die ik zocht. Een trefzekere touch-interface, een goed handzaam scherm, een batterij die makkelijk een hele dag meegaat, laag gewicht, een eenvoudig stabiel OS, connectiviteit naar de cloud en mijn gegevens, steeds meer sensoren, etc. Door deze eigenschappen verovert de tablet een plek op tijden/plaatsen waar laptops onhandig groot en smartphones onhandig klein zijn.

Ecosysteem minstens zo belangrijk als het device

Maar al te vaak wordt alleen gekeken naar specificaties van het device, terwijl een nieuw device tegenwoordig alleen succesvol kan zijn als het hele ecosysteem klopt. De app store met z’n lage drempel voor developers en gebruikers en de enorme collectie applicaties definieert de waarde van de iPad doordat daarmee alle mogelijkheden volop worden benut in combinaties die ons nog gaan verbazen.

Dit ecosysteem verschilt enorm van b.v. de situatie rond laptops met een zwaar OS, ingewikkeld (applicatie) beheer, en een complexe interface. De drempel om een iPad te gebruiken en daarop nieuwe apps te ‘installeren’ is veel lager en het valt niet mee om in de problemen te komen. Geen crashes, geen (her)installaties, geen handleidingen, geen opstarttijd. Deze verschillen zijn ook van grote betekenis voor het gebruik van ‘computers’ in onderwijs, daarover straks meer.

Geschiedenis van de Toekomst

Apple-newton De iPad is niet de eerste tablet poging van Apple. Steve Jobs keerde terug bij Apple in 1997, nadat hij in 1985 werd weggepromoveerd bij het Macintosh project en Apple teleurgesteld verliet. Ironisch genoeg was de Apple Newton (een tablet/PDA avant la lettre) het eerste product dat hij schrapte toen hij het roer weer overnam. Apple heeft (lang) gewacht voordat men vond dat de technologie en de kosten daarvan rijp waren voor een succesvolle introductie van een tablet. Veel achtergrond informatie over de Apple strategie is te vinden in een onderhoudend boek van Jay Elliot (voormalig SVP bij Apple): The Steve Jobs Way, iLeadership for a New Generation.

Wat mij betreft is duidelijk dat Tablets een zeer interessante toekomst hebben als content delivery platform (informatie consumeren) met (nog beperkte) mogelijkheden om zelf te creëren. Garageband en iMovie laten zien dat die creatie mogelijkheden er zeker zijn, effectieve interfaces op een tablet zijn echter zo anders dat we daar nog veel innovatie zullen zien, ook in klassieke toepassingen. Die toekomst zie ik vooral door de laagdrempeligheid en de vereenvoudiging in applicaties die minder doen, minder kosten, makkelijker te vinden/betalen/installeren/leren/gebruiken zijn waardoor we veel meer op maat bediend kunnen worden. Mark Randall, Chief Strategist Digital Media bij Adobe noemt dit ‘app snacking’.

Van oude wijn in nieuwe zakken naar Innovatie

Zoals bij elke nieuwe technologie introductie treedt eerst veel vervanging op van bestaande toepassingen. Een treffend voorbeeld hiervan is het eBook. We bladeren op onze eReader in een vaste volgorde door een titel en zijn al blij als we lettertypes kunnen vergroten/verkleinen. En natuurlijk hebben onze leveranciers verschillende formaten bedacht met DRM die vooral betalende gebruikers tot waanzin drijft. Het duurt altijd even voordat we loskomen van het oude juk en de potentie van de nieuwe technologie volop zien. Zo was één van de uitkomsten van een eReaders test bij Kennisnet dat het erg onhandig is dat je niet meerdere boeken tegelijk en naast elkaar kan lezen op zo’n reader, dat kan met fysieke boeken immers wel! De vraag is echter waarom een digitaal ‘boek’ niet simpelweg een dynamische combinatie zou bieden van een theorieboek, praktijkopgaven, referentie materiaal (rekentabellen/woordenboeken) met ingebouwde zoektechnologie, associatieve linking, etc.

Flipboard Voor de iPad is Flipboard een geweldige, snel groeiende app die dit model illustreert. Je kunt er allerlei bestaande kanalen/bronnen (twitter, facebook, RSS feeds, etc.) combineren en verder personaliseren met filters/zoekwoorden per kantaal. Soortgelijke apps zijn Pulse en Zite. ShowYou doet iets soortgelijks met video van de mensen die jij kent of volgt. Een hele nieuwe ervaring bij video’s snacken op YouTube. Een startup presenteerde bij ‘The Next Web 2011’ afgelopen week ‘Open Margin’, nu nog in closed beta. Open Margin biedt een eReader waarin je bronnen kunt annoteren en die annotaties online publiceert, zo kunnen alle aantekeningen bij een ‘ boek’ gedeeld worden onder alle lezers (vrienden? klasgenoten?) van dat materiaal. Over krachtige studie instrumenten gesproken.

Onderwijs

Ik las laatst een quote die me aansprak: ‘Scholen van Gisteren: Waarom ze leerlingen niet kunnen voorbereiden op de wereld van Morgen.’ Dit gaat ook op voor het gebruikte leermateriaal dat nu voor iedere leerling hetzelfde is, op hetzelfde moment, op dezelfde plaats, in dezelfde vorm, hetzelfde tempo, etc. Ik ben ervan overtuigd dat de Tablet het device is waarmee elke leerling zijn/haar persoonlijk toegang tot een individuele leerweg kan krijgen. Met flexibel (leer)materiaal dat altijd en overal toegankelijk is in de cloud. ‘Echte’ computers zullen er ook blijven maar zoals ik heb betoogd zijn Tablets echt andere apparaten met een heel ander ecosysteem waarvan de eenvoud, flexibiliteit en personalisatie goed bij onderwijs past. Dit nieuwe ‘boek’ (zie b.v. de ipad app van ‘Our Choice’ van Al Gore) biedt toegang tot al het materiaal dat leerlingen nodig hebben om het onderwijs te volgen dat hun unieke talenten naar boven brengt. Goede docenten blijven daarin van cruciaal belang als planners en begeleiders van het leren, hen kan in hetzelfde ecosysteem veel routinematig werk en administratie bespaard worden. Maar dat is weer een heel ander verhaal.

Mike (April/2011)

post

The turning point between two eras

 

Fd Uit het FD van 7 oktober 2010:  Het doek is gevallen voor drukkersconcern Thieme Grafimedia. Na het eerdere bankroet van zes bedrijfsonderdelen is faillissement verleend voor nog eens dertien andere dochterbedrijven en is de ontmanteling van Thieme Groep een feit. Vrijwel de gehele Nederlandse grafische sector kampt met lage marges, die het gevolg zijn van aanhoudende overcapaciteit. De werkgelegenheid loopt terug. Ook marktleider Roto Smeets krimpt sterk in en wordt waarschijnlijk door een investeerder gekocht…

Screen shot 2010-10-16 at 6.00.03 PMVan de WikiwijsInHetOnderwijs site: op 14 oktober ontving het Wikiwijs-programma tijdens het congres ‘Burger bewust’ de eParticipatie Award 2010. Wikiwijs  is een webplatform waar docenten leermateriaal kunnen zoeken, gebruiken, maken en delen. Wikiwijs is opgezet met het doel het gebruik en hergebruik van open leermiddelen te bevorderen.

Zo maar twee nieuwsitems van de afgelopen weken die illustreren dat de wereld van de (educatieve) uitgevers in een hoog tempo aan het veranderen is. Waar in het verleden schaalgrootte het kenmerk van deze bedrijfstak was maken ICT gedreven technologische vernieuwingen het mogelijk dat productie- en distributieprocessen radicaal anders opgezet kunnen worden waardoor alle schakels in de keten onder druk komen te staan.

The past of printing

Een keten met 4 schakels

Om te kijken naar deze verschillende schakels bij het creëren van content, of het nu kranten, televisie, muziek of onderwijs ondersteunend materiaal betreft, kan de volgende verdeling gehanteerd worden:

  • Het begint altijd met de creatie, de schrijver / artiest / televisiemaker / filmmaker bedenkt het product waarbij deze vaak ondersteund wordt om tot de gewenste kwaliteit te komen (boekredactie, muziekproducent/mixer, filmproducent/montage).
  • Als de content er is moet deze vervolgens geproduceerd worden. Dit betreft het (massaal) vervaardigen van het product, schaal is om economische redenen essentieel hierbij.
  • De derde schakel betreft de distributie, ofwel het product, eventueel met gebruikmaking van de tussenhandel, naar de klant brengen.
  • De vierde en feitelijk belangrijkste schakel is het gebruik, het product gebruiken op de tijd / plaats / manier zoals de consument dat wil.

De vraag is wat nu het kenmerkende verschil is met het verleden. Als we de verschillende schakels langslopen lijkt er bij de creatie in principe niet veel veranderd, echter door de enorm toegenomen toegankelijkheid van gereedschappen voor het maken van content zijn veel meer mensen daadwerkelijk gaan creëren. Waar in het verleden alleen de grote bedrijven/studio’s zich state of the art apparatuur veroorloven konden, is dit door de enorme prijserosie voor eenieder bereikbaar geworden. Wel kan worden vastgesteld dat het maken van hoogwaardige content niet triviaal is en dat ondersteuning hierbij veel toegevoegde waarde genereren kan.

De andere schakels zijn in vergelijking met een aantal jaren geleden nog ingrijpender veranderd. Door de komst van printing-on-demand technieken is het bijvoorbeeld mogelijk boeken ook in (zeer) kleine oplages met voldoende lage kosten te produceren. Bij de creatie van eBoeken (nu al 5% van de verkoop) is het nog dramatischer. Productie en distributie zijn één geworden en door te downloaden produceert de afnemer zijn eigen exemplaar. De verwachting is dat met name dit grote gevolgen zal hebben voor het distributienetwerk. Op de PICNIC 2010 wist Charles Melcher (van Melcher Media) te vertellen dat als ergens rond 2015 zo’n 20% van verkochte boeken eBoeken zullen zijn dit het einde van ketens als Barnes & Nobles zal betekenen, waarna het percentage eBoeken alleen nog maar sneller zal toenemen.
De grote winnaar is uiteindelijk de consument. Deze krijgt een veel groter aanbod van producten die hij in principe op een device naar keuze zal kunnen gebruiken, information / music / entertainment / learning at your fingertips.

learning at your fingertips

Herschikking van de keten

Dit alles betekent wel dat de huidige rolverdeling in de productie van leermiddelen snel zal veranderen. De positie die de uitgevers daar traditioneel bekleden uit hoofde van hun defacto monopolie op productie en distributie is niet meer houdbaar. Toegegeven: uitgevers doen veel meer dan het produceren en distribueren van papier, met name hun rol ten aanzien van de kwaliteit van het materiaal is absoluut relevant. Echter deze rol kan ook anders ingevuld worden hetgeen een initiatief als Wikiwijs nu al aantoont. Uitgevers moeten zich realiseren dat hun huidige rol, die als basis hun snel eroderende pseudo-monopolie heeft, steeds minder vanzelfsprekend wordt. De eigenlijke creatie van leermateriaal gebeurt nu en in het verleden met name door het veld en dat kan straks op basis van WikiWijs-achtige constructies buiten de uitgevers om, een kwalitatief minstens gelijkwaardig aanbod van leermiddelen neerzetten.

Uitgevers kunnen veel waarde toevoegen met name in een ondersteunende rol bij de creatie van materiaal. Ook zit er veel toegevoegde waarde in het bieden van een structuur (methode). Hiermee wordt een match geboden tussen de eisen die aan een opleiding worden gesteld (eindtermen) en het materiaal dat aan die eisen helpt voldoen. Uitgevers zijn echter niet de enige partijen die de expertise hebben om deze waarde te leveren. Wat daarbij nog wel onduidelijk is hoe het verdienmodel voor dergelijke diensten er uit kan zien. Zeker zodra de marge op productie en distributie naar nul gaat tenderen kunnen deze kosten van kwaliteitsborging en het aanbrengen van de structuur niet meer over grote oplages uitgesmeerd worden. Als de uitgevers relevant willen blijven zullen ze de komende tijd moeten experimenteren en zich bezinnen op een nieuw rol in de keten. Als ze dat niet willen of kunnen doen wacht ze waarschijnlijk het lot van de muziekindustrie waar de markt al volledig herschikt is. Overigens zonder nadelige gevolgen voor de gemiddelde muzikant of hun fans, er wordt meer muziek uitgebracht dan ooit tevoren.

Een ding is echter zeker: het verleden komt nooit meer terug of in Arthur C. Clarke’s woorden: `We stand now at the turning point between two eras. Behind us is a past to which we can never return …

A past to which we can never return


Dit artikel is een coproductie  in het kader van het onderzoek naar “Free” van hans pronk & michael van wetering, cto stichting kennisnet /© 2010

post

Free: a blast from the Future

Everything flows, nothing stands still.1
Het fascinerende van veel technologische vernieuwingen is dat ze, naast de directe wow-factor van de techniek zelf, vaak leiden tot verstoringen – of misschien beter veranderingen – van de tot dan geldende aannames onder (business) modellen, markten, economieën en schijnbaar natuurlijke evenwichten. Zaken die onmogelijk leken worden toch mogelijk, en dan vaak in een tempo en op zoveel gebieden tegelijk dat de gevolgen van de combinaties van elkaar versterkende vernieuwingen nauwelijks nog te bevatten, laat staan te voorspellen zijn.

Moore’s Law
Al in 1965 formuleerde Gordon Moore, mede oprichter van Intel, de naar hem vernoemde Moore’s Law. Hij constateerde toen dat de rekenkracht van chips elke 18 maanden verdubbelde bij gelijkblijvende kosten. Destijds voorspelde hij dat dit nog zeker 10 jaar zou voortduren. Intussen weten we dat de verdubbellingstijd is teruggelopen tot 1 jaar en belangrijker, dat de wet nog steeds opgaat. Moore’s Law betekent dat de belangrijkste ICT ‘productiefactoren’ (opslagruimte, computerkracht en bandbreedte) ieder  jaar halveren in prijs c.q. verdubbelen in capaciteit. In vijf jaar betekent dit een factor 32, in tien jaar zelfs een factor 1024! En de wet geldt al voor alle drie de terreinen apart, laat staan als naar het geheel gekeken wordt.

Gordon Moore

Deze voortdurende gigantische verbetering van de prijs/capaciteit verhouding – of eigenlijk de voortdurende prijs-erosie – maken de huidige innovaties op het internet mogelijk.
De kosten van het aanbieden van producten en diensten via internet zijn zeer laag geworden. Daarbij komt nog dat het qua kosten niet veel uitmaakt of een site veel of weinig bezoekers trekt, de marginale kosten tenderen dus naar nul. In de traditionele economie was dit tot nu toe vrijwel nooit het geval en de daar vigerende businessmodellen voorzien hier derhalve niet in. Gevolg is dat er nu veel geëxperimenteerd wordt met nieuwe modellen waarbij een sterke asymmetrie bestaat tussen kosten en opbrengsten e.g. de “normale” relatie tussen kosten en opbrengsten verdwijnt. Voor de klanten lijkt het gebruik gratis waarbij het geld dus op een andere wijze verdiend wordt.

The Long Tail
Anderson’s boek “The ‘Long Tail” beschreef al hoe door technologische innovatie en hiermee gepaard gaande kostendaling de tot dan geldende economische waarheden onwaar kunnen worden. In de Long Tail gaat het specifiek om radicale verandering in de zoekkosten en de opslag & distributiekosten. Waar deze kosten de markt bepalen is de impact van een radicale verandering daarin vanzelfsprekend groot, met de onvermijdelijke aanpassing van de markt, meestal in weerwil van wanhopig verzet van gevestigde marktpartijen.

Voorbeelden hiervan worden volop gevonden in de mediawereld. In de muziekindustrie, de traditionele media (kranten en deels tijdschriften), de televisiewereld en ook in de filmindustrie zijn de effecten van de digitalisering van media op o.a. opslag en distributiekosten enorm, zeker in combinatie met ubiquitous Internettoegang die altijd en overal zoeken met elk device mogelijk maakt.

Cover longtail

In de muziekindustrie kan je vaststellen dat steeds meer mensen muziek al dan niet legaal gratis downloaden. Wel betaalt men dan zonder morren voor een concert van een artiest. Het is dus niet zo dat we nergens voor willen betalen, we willen alleen het gevoel hebben dat wat we betalen een redelijke prijs is voor de geleverde tegenprestatie. En een extra kopie van een set mp3 bestanden kost de artiest niets, de kosten voor opslagruimte en bandbreedte dragen we zelf en/of zijn verwaarloosbaar. Als hiervoor een bedrag gevraagd wordt dat naar ons gevoel niet “klopt” dan wijkt men massaal probleemloos uit naar een alternatief bijvoorbeeld illegale downloads. Een live concert van een artiest heeft echter een andere waarde, zo  betaalt men rustig honderden euro’s voor een concertkaartje. Een mooi voorbeeld is het optreden van groepen zoals bijvoorbeeld U2 in Moskou, die daar amper CD’s verkoopt maar wel volle zalen trekt. Het zakelijk model wordt hierdoor heel anders en dat gevestigde platenlabels protesteren tegen deze marginalisering van hun rol is heel begrijpelijk, alleen niet erg zinvol.

Kostenopbouw
Als we naar de kostenopbouw van veel (traditionele) producten kijken blijkt dat de intrinsieke kosten meestal slechts een fractie van de totale kosten vertegenwoordigen. De kosten van de krant zitten niet in het fysieke stuk papier wat je uiteindelijk in je handen houdt maar is een optelsom van het bezitten en exploiteren van een print-faciliteit, het transport van de gedrukte kranten, het bezit van een netwerk van
fotografen en verslaggevers, etc. Een krant als de New York Times kan van de druk- en transportkosten van een paar maanden al haar abonnees een e-reader geven. Vanaf dat moment zouden deze kosten naar nul tenderen waardoor de totale kosten met meer dan 50% zouden dalen waardoor de prijs van de krant significant verlaagd zou kunnen worden. Dit nog los van alle ecologische opbrengsten waarvan de kosten meestal niet eens ingeprijsd zijn.

Free

A Free Lunch?
Het business concept ‘Free’ waarbij producten en diensten optisch gratis aangeboden worden is een steeds gebruikelijker model aan het worden. En het blijft daarbij niet bij gratis alleen: er zijn al aanbieders van gratis diensten die online samenwerken mogelijk maken op een manier die veel betaalde producten niet kunnen matchen.  Het sluit goed aan bij de belevingswereld en het verwachtingspatroon van de doorsnee internetgebruiker. In de digitale wereld zijn namelijk de marginale kosten van producten vaak vrijwel nihil en vinden gebruikers terecht dat dit in de prijs van de producten gereflecteerd moet worden. Dit nieuwe businessmodel geeft overigens veel mensen wel een contra-intuïtief gevoel: hoe kan dit? Is er sprake van een vorm van bedrog?

Want uiteindelijk is niets echt ‘gratis’ natuurlijk. Het is ook niet zo dat niet betaald wordt voor dergelijke diensten. Uiteindelijk moet er geld verdiend worden. Soms betaalt een gebruiker voor uitbreidingen en extra’s op de standaard dienst. Vaak worden advertenties getoond gerelateerd aan de diensten of de getoonde content. Andere bedrijven hopen dat je, gewend aan de online producten, alsnog zult besluiten de desktop producten aan te schaffen om over extra functionaliteit te kunnen beschikken.

Hoe dit afloopt…
De uiteindelijke vraag is hoe en wanneer op basis van de technologische veranderingen de economische herschikking plaats zal vinden in de verschillende markten. Dat deze herschikking komen gaat is hierbij de enige zekerheid. Een bijkomende vraag is wie daarbij het voortouw zal nemen. Tot nu lijkt het er op dat de gevestigde krachten in markten zo gevangen zitten in hun oude denken dat ze niet in staat zijn de gevolgen van technologische en de daarbij behorende economische veranderingen te voorzien. Als er iets gebeurt is het of een bottom-up verandering die door de eindgebruikers zelf ingezet wordt ofwel een nieuwkomer in de markt die de verhoudingen op zijn kop zet.

Blast

Gevolgen voor de overheid?
Deze door technologie ingezette veranderingen in het “bedrijfsleven at large” zullen op termijn natuurlijk ook een grote impact hebben op het publieke deel van onze samenleving. Ook de overheid, gezondheidszorg en onderwijs gaan veranderingen tegemoet die we ons nog niet eens kunnen voorstellen. Het verschil met het bedrijfsleven is wel dat de kans dat nieuwkomers de introductie van deze veranderingen feitelijk zullen afdwingen veel bescheidener is. Bedrijven die dit niet kunnen bijbenen verdwijnen vanzelf, overheden die achterblijven niet. Dat is ergens ook logisch: als een bedrijf failleert omdat het verkeerde keuzes maakt is dat natuurlijk zeer pijnlijk voor alle rechtstreeks betrokkenen, echter bij verkeerde – of erger geen – keuzes door de overheid hebben we allemaal een groot probleem. Zoals Winston Churchill riep: ‘There
is nothing wrong with change, if it is in the right direction’.

Onderzoek gewenst
Daarom is het belangrijk om te weten welke ontwikkelingen relevant zijn voor publieke organisaties, waar de kansen liggen en voor ons het belangrijkste: hoe de publieke zaak van deze onontkoombare veranderingen profiteren kan. En het is om deze reden dat we vanuit Kennisnet een onderzoek gestart zijn met betrekking tot dit onderwerp.

De focus van het onderzoek is een aantal relevante delen van het onderwijs die volop te maken hebben/krijgen met de geschetste effecten zoals de productie van (digitaal) leermateriaal en de aanbieders en gebruikers van ICT infrastructuur producten en diensten in de brede zin des woords. Het uiteindelijk doel is het onderwijs handvatten aan te reiken opdat
ook daar het maximale rendement uit de kansen die deze veranderingen brengen gehaald kan worden.


Dit artikel is een coproductie  in het kader van het onderzoek naar “Free” van hans
pronk
& michael van wetering, cto stichting kennisnet /© 2010

1 Heraclitus

post

Cloudcomputing geef Ruimte, vergt Vertrouwen en plaatst de Gebruiker in de Driving Seat

Vandaag organiseerden Kennisnet en Microsoft in nauwe samenwerking een ééndaags seminar voor de Regiegroep van het Kennisnetwerk Limburg. Duo’s van Schoolleiders en ICT-verantwoordelijken kwamen naar Brussel waar het STIC (School Technology Innovation Centre) van Microsoft gevestigd is. Dit unieke centrum biedt op de praktijk gerichte demonstraties van nieuwe technologie en wordt gecoördineerd door Jacques Denies. Vanuit zijn onderwijsachtergrond geeft Jacques toelichting op innovaties vanuit het perspectief van een school. Zijn bescheiden en down to earth aanpak is zeer aanstekelijk en werkt inspirerend. Dit gecombineerd met gastvrijheid en catering van Belgische kwaliteit maakt een bezoek aan het STIC naast nuttig ook heel aangenaam. Dankjewel Jacques!

De betekenis van Cloudcomputing voor Onderwijs

Na een rondleiding door het STIC verzorgde ik een presentatie over het specifieke thema van de dag: Cloudcomputing. Welke impact heeft cloudcomputing op onderwijs en de inzet van ICT in het onderwijs? Waar ik in eerdere presentaties het afgelopen half jaar met name bewustzijn wilde kweken ben ik voor deze gelegenheid dieper in de materie gedoken.

Anyplace-anytime-with-anything v1.0

De kernpunten van mijn verhaal zijn de volgende:

  1. Cloudcomputing geeft ruimte, het ontzorgt de toepassing van ICT in onderwijs maar belangrijker: het biedt ook de basis voor samenwerkend en gepersonaliseerd leren dat onafhankelijk is van plaats, tijd of specifieke apparatuur. Gegevens en toepassingen zijn altijd en overal beschikbaar in de cloud. De onderwijsvisie wordt nu leidend bij de keuze voor toepassingen en gebruikslocaties en de daarbij behorende apparatuur en faciliteiten. Beperkingen van eigen locaties of infrastructuur zijn daarbij geen randvoorwaarde meer.
  2. Cloudcomputing vergt vertrouwen, we vertrouwen zonder nadenken elke dag op de zoekresultaten van Google die bepalen welk materiaal we gebruiken en wat we relevante antwoorden achten op onze vragen. Toch hebben we moeite met het vertrouwen van soortgelijke clouddiensten voor email, agenda en online samenwerking. Welke onderliggende twijfels veroorzaken die houding en in hoeverre zijn die twijfels terecht?
    M.b.t. privacy en integratie zijn er aandachtspunten bij de inzet van applicaties, maar die zijn niet nieuw of specifiek voor het cloudcomputing model. Maak goede afspraken met leveranciers over privacy en veiligheid en eis ondersteuning van open standaarden in het belang van informatie-uitwisseling en -behoud, cloud of niet. Het gaat denk ik toch vooral om het gevoel van verlies van controle, en dat is deels terecht. Maar de winst die het cloudmodel oplevert compenseert dit ruim! Wie overweegt vandaag nog een eigen aggregaat in de tuin te zetten of een put te slaan? Electriciteit en water zijn nutsvoorzieningen, software wordt dat ook. Bedenk welke noodscenario’s vereist zijn (zaklamp in de meterkast, kaarsen en lucifers op voorraad), tref enige voorbereiding waar relevant en vertrouw op het improvisatietalent van mensen ;-)
  3. Cloudcomputing zet de gebruiker in de Driving Seat, waar de ICT dienstverlening in onderwijs behoorlijk aanbodgedreven was/is wordt het nu volop mogelijk functionaliteit te ‘shoppen’. De aard van cloudservices, elastische abonnementen betaald naar gebruik of helemaal gratis, maakt het mogelijk zonder startinvesteringen of uitrol (een willekeurige webbrowser volstaat voor elke cloudservice) een applicatie te gaan gebruiken en daar ook weer mee te stoppen zonder desinvestering.
    Voor ICT beheerders betekent dit ook een behoorlijke omslag, ze vrezen terecht verlies van taken, bevoegdheden en invloed. Maar zowel voor hen als de onderwijs organisatie ligt hierin ook een mooie kans. Er komt menskracht vrij om docenten en ondersteunend personeel te begeleiden bij het effectief en veilig inzetten van nieuwe toepassingen.

Onderstaand mijn presentatie, direct te bekijken en ook te downloaden van slideshare, een uitstekende cloudservice om presentaties online te geven/delen. In de powerpoint notitie ruimte heb ik een weergave opgenomen van mijn betoog bij elke plaat.

Gratis kan toch nooit goed zijn?

Oh-yes-its-free-sign

Er is nog een aspect van cloudcomputing dat discussie oproept: kunnen gratis diensten wel kwaliteit bieden? En wie betaalt ervoor, want echt gratis kan het toch niet zijn? Wat is de truc? Betaal ik niet stiekum alsnog?
Gek genoeg vertrouwen we Google’s gratis zoekdienst wel, wie betaalt dat dan? U, alleen niet in euro’s maar met uw keuzes. Bij elke zoekopdracht kiest u het meest relevante zoekresultaat voor uw zoekterm. Die klik gebruikt Google om de zoekresultaten van hun pagerank algoritme te verbeteren voor de volgende gebruiker. U helpt Google dus steeds betere zoekresultaten te leveren en dat trekt meer gebruikers aan. Daardoor is Google aantrekkelijk voor adverteerders en klikken ook steeds meer mensen op de advertenties. Zo verdient Google meer geld.
Bij Google Mail, Calendar & Docs wordt de inhoud gescand op sleutelwoorden en worden naast uw mail en documenten relevante advertenties getoond. Daarmee betaalt u voor uw Google services.

De interessante vraag is dan ook: wie betaalt voor een dienst? in welke valuta? (euro’s, aandacht, reputatie, expertise) en vindt ik dat acceptabel?

Over ‘free’ is nog veel meer te zeggen, daar besteed ik binnenkort een aparte post aan, als het je intrigeert lees dan ‘Free, the Future of a radical Price’ van Wired hoofdredacteur Chris Anderson, een absolute aanrader!

Tot slot

Na de presentatie en een prima discussie over cloudcomputing in onderwijs bood de middag nog enkele verdiepingssessies over o.a. Office 2010/Onenote en hun cloudconnecties, online samenwerking in de cloud met o.a. Live Meeting en [email protected] (microsofts gratis cloudaanbod aan het onderwijs voor mail, agenda, online bestanden delen, etc.)
In een afsluitende discussie bleek de groep de nodige strategische inzichten verworven te hebben die na het weekend ongetwijfeld tot interessante discussies gaan leiden in de respectievelijke onderwijsinstellingen. Veelal concludeerde men dat de cloud sneller relevant is voor onderwijs dan verwacht.

Mike (April/2010)

It's right to be wrong