post

Wijsheid boven regels, vertrouwen in eigen kunnen: Barry Schwartzs Practical Wisdom

Natuurlijk houd ik er van om vooruit te lopen op de toepassing van ict in de samenleving. Ik ben er ook vast van overtuigd dat ons huidige onderwijs heel veel kan hebben aan informatietechnologie bij het realiseren van gepersonaliseerd onderwijs. Je kunt simpelweg meer 'echte' contacttijd hebben met leerlingen als zoveel mogelijk werk dat door computers gedaan kan worden ook daar wordt neergelegd. Dat deze ontwikkelingen weerstand oproepen bij leraren dat begrijp ik, maar ik ben er zeker van dat hun didactisch/pedagogische vaardigheden altijd toegevoegde waarde bieden boven wat computers kunnen. Maar dat ook hier de digitale revolutie blijvende veranderingen zal veroorzaken daar ben ik vast van overtuigd.

Angst is geen probleem, eraan toegeven wel

Ik heb zelf zeker ook last van angst voor verandering van tijd tot tijd. Maar angst voor technologie die mij uiteindelijk zal vervangen heb ik niet. Ik vertrouw op mijn menselijke vaardigheden die altijd weer een nieuwe toegevoegde waarde zullen hebben ten opzichte van welke technologie dan ook. Er is nog steeds geen techneut te vinden die in een vliegtuig stapt waar geen piloot maar een door hemzelf geprogrammeerde automatische piloot de volledige controle heeft. Of misschien dichter bij huis, blind rijden waar het navigatiesysteem toe uitnodigt. Technologie kan niet meer dan wij het de ruimte geven. Technologie kan niet improviseren, kan niet nuanceren, kan niet relativeren en kan niet beoordelen wanneer in de geest van de regels die regels gebroken moeten worden. Wat ik probeer te zeggen is dat ik naast mijn pleidooi voor de toepassing van ict waar mogelijk, altijd geloof in de toegevoegde waarde van de persoon. Maar zeer waarschijnlijk wel in een andere rol.

Praktische wijsheid zit tussen de regels niet in het strikt navolgen ervan

In deze tijd van regelzucht en grote behoefte om precies aan elkaar uit te leggen hoe zaken zouden moeten worden aangepakt keek ik onlangs nog een keer naar de zeer persoonlijke oproep van Barry Schwartz. Deze hoogleraar Economie en Psychologie houdt een emotioneel en humorvol betoog om mensen de ruimte te geven hun eigen wijsheid te gebruiken om hun taak zo goed mogelijk uit te voeren. Hij benadrukt daarbij dat op papier nooit gevangen kan worden hoe ieder mens in een situatie aanvoelt dat de regels soms genegeerd moeten worden. Dat het soms in het beste belang van een ieder is om toch iets anders te doen dan het voorschrift zegt. Barry Schwarts noemt dat 'Practical Wisdom'.

Zijn pleidooi is me uit het hart gegrepen. Ik hoop dat onderwijsmensen ict omarmen als hulpmiddel in het vertrouwen dat de kern van hun toegevoegde waarde nooit door een machine kan worden weggenomen. Ik wens ons de wijsheid om in deze tijd van angst niet te vluchten in de schijnzekerheid van regels. Ik hoop dat jij zijn 'talk' ook op prijs zult stellen, en dat je de ruimte voelt om met jouw wijsheid regels naar de geest toe te passen. Laat me weten wat je er van vindt.

Mike (Oktober/2012)

post

Innovators Dilemma in het Onderwijs

Professor Clayton M. Christensen onderzoekt bij de Harvard Business School waarom juist succesvolle organisaties moeite hebben om innovatief te blijven. Hij noemt dit ‘The Innovators Dilemma’ dat hij uitgebreid heeft beschreven in het gelijknamige boek.

Andrew Keen maakt in ‘Keen on’ op Techcrunch TV al langere tijd hele interessante interviews in de IT wereld. Helaas is hij daar afgelopen april mee gestopt, hopelijk pakt hij het weer op. In onderstaande video interviewt Keen Professor Christensen, die geeft in 14 minuten een toelichting op het dilemma, en gaat hij ook in op de consequenties van het effect in o.a. de zorg. Hoewel hij in dit interview niet veel zegt over onderwijs heeft hij het dilemma daar ook uitgebreid onderzocht. Samen met Michael Horn en Curtis Johnson schreeft Christensen daar het zeer interessante boek ‘Disrupting Class’ over. Ook een aanrader.



Clay Christensen Innovator’s Dilemma

Je zou kunnen zeggen dat het Onderwijs zich al in een vergelijkbare positie bevind als de bedrijven die Christensen onderzocht. Jarenlang stond het Nederlands onderwijs internationaal zeer goed aangeschreven, intussen daalt Nederland in de ranglijsten zonder duidelijk aanwijsbare oorzaak. Het onderwijs ziet zich voor een uitdaging gesteld, vernieuwen terwijl de druk op het handhaven en verbeteren van kwaliteit alsmaar toeneemt. Welke dilemma’s zie jij voor vernieuwing van het onderwijs en wat kunnen we daar samen aan doen?

Mike (Augustus/2012)

[N.B. Een variant op deze post is ook gepubliceerd op de innovatieblog van Kennisnet, waar ik werkzaam ben als Manager van de afdeling Innovatie.]

post

Innovaties in Onderwijs zonder betrokkenheid van Docenten zijn kansloos

Picnic-mashup“Everyone is an expert at solving the problems that they themselves experience”. Zo begon Emer Beamer (not kidding ;-) van Butterfly Works haar presentatie op de PICNIC innovation mashup. Haar verhaal trof me direct omdat ik me realiseerde dat er veel over het heruitvinden van onderwijs wordt gesproken, maar dat daarbij maar zelden docenten direct betrokken zijn.

Ikzelf heb me daar zeker ook schuldig aan gemaakt de afgelopen jaren. Terwijl docenten de werkelijke experts zijn als het gaat om de problemen in het onderwijs en de oplossingen daarvoor.

Maar het nieuwe innovatie team bij Kennisnet is zeer bewust bezig het onderwijs en met name docenten nauw te betrekken bij verkenningen. De taakopvatting van het innovatie team, waarvan ik de aanvoerder mag zijn, is om van een ontwikkeling of trend een innovatie voor het onderwijs te maken door samen met het onderwijsveld een idee goed uit te werken en vervolgens uit te voeren. Pas bij brede adoptie van zo’n idee of concept mag immers gesproken worden van (succesvolle) innovatie. Maar hoe creëer je een omgeving waarin mensen komen tot die innovaties?

Design Thinking zit in de Cultuur niet in de Methode

IdeoAndrea Mallard van IDEO gaf met de beste presentatie van de ochtend over de cultuur bij IDEO nadrukkelijk aan dat de ‘zachtere’ cultuur aspecten van een organisatie veel belangrijker zijn dan de formele structuren en methodes. Natuurlijk is het makkelijk praten voor een internationaal concepten bureau dat de Design Thinking Methode (de gebruiker centraal in het ontwerpproces) heeft uitgevonden. Dan kun je je ook richten op andere aspecten. Toch troffen haar illustraties van de IDEO cultuur me en ik herkende mijn eigen beelden van een stimulerende omgeving waarin mensen hun creativiteit durven in te zetten. Een paar voorbeelden:

  • Rituals vs Rules
    De impact van de informele waarden in bijvoorbeeld brainstorming processen, zoals constructief voortbouwen op elkaars ideeën, heeft veel grotere impact dan formele afspraken. Voelen jouw collega docenten zich veilig als jullie samen nadenken over oplossingen in jullie school?
  • Playful Culture
    Spelen is niet het tegenovergestelde van werken, ‘If it isn’t fun it isn’t working’ stelde Andrea. In tijden van bezuinigingen, meer met minder en scherp gestelde doelen en dito beoordelingen is het goed om te onthouden dat mensen het best functioneren in een plezierige omgeving waarin ze het naar hun zin hebben. Het valt soms niet mee om in tijden van bezuiniging de lol erin te houden, hoe doe je dat in je eigen organisatie/school?
  • Failure vs Succes
    Toestemming (voelen) om dingen uit te proberen en te falen. Zorg ervoor dat je een idee snel, goedkoop en eenvoudig vorm geeft om het te kunnen delen. Dan kun je je veroorloven om van een slecht idee te leren en het weg te gooien, terwijl je pas echt gaat investeren als het idee aanslaat. Ik heb zelf de afgelopen jaren gezien dat het onderwijs wel gewend is dingen voor elkaar te krijgen met weinig middelen. Maar wordt door docenten de ruimte gevoeld om nieuwe ideetjes klein en provisorisch uit te proberen? En hoe wordt binnen het team omgegaan met mislukking?
  • Forgiveness vs Permission: “You did what?!”
    In onze calvinistische cultuur moeten we oppassen dat we niet automatisch toestemming gaan vragen voor een wat wilder idee. Binnen eigen kaders jezelf de ruimte geven om eens iets te proberen kan veel opleveren en versnelt vernieuwingsprocessen. Doen en daarna (eventueel) om vergeving vragen, overweeg het eens!
Als je zelf aan de slag wilt met IDEO’s Design Thinking Method bekijk dan hun toolkit voor educators.

De beste stuurlui staan aan wal, ik ben in mijn bootje gestapt en probeer snelheid te maken ;-)

Het is niet zo moeilijk geïnspireerd te raken door een ochtend met sprekers die vol passie over innovatie praten. Het vertalen van die inspiratie naar het eigen handelen, daar zit de uitdaging. Ik ga die uitdaging aan en wil graag bijdragen aan een cultuur die de experts in onderwijs hun eigen oplossingen laat realiseren. Constructieve feedback is daarbij onontbeerlijk, ik kan de effectiviteit van mijn handelen niet verbeteren zonder terugkoppeling. Je reactie op deze blog of via twitter is daarom zeer welkom.

Mike (Mei/2012)

[N.B. Deze post is ook gepubliceerd op de innovatieblog van Kennisnet, waar ik werkzaam ben als Manager van de afdeling Innovatie.]

 

post

Edushock zegt wat ze doet en doet wat ze zegt

Edushock

Vorige week had ik het voorrecht om in Nijmegen de Edushock Experience bij te wonen. Onderwijsdeskundigen, docenten, leerlingen en andere geïnteresseerden spraken met elkaar over onderwijs waarbij de leerling centraal staat en echt gezien wordt als individu met heel eigen talenten, aandachtspunten en voorkeuren. Deze leerling geeft zelf mede vorm aan het onderwijs.

De dag was zo opgezet dat de aanwezigen werden geprikkeld met korte, energieke TED-achtige praatjes die opriepen tot actie. Deze rondes werden afgewisseld met ‘workshocks’ waarbij kleine groepjes zich verdiepten in bijvoorbeeld ‘authentiek spreken’,  ‘leraar worden’, ‘denkbeeldhouwen’ of discussierden aan de dialoogtafels. Deze opzet was verfrissend! Veel bijeenkomsten over ‘het leren van de toekomst’ bestaan uit een serie lange aaneensluitende voordrachten van 9:00 tot 17:00. Edushock daarentegen past duidelijk ‘practice what you preach’ toe.

Edutopia, belonend leren: geen gemiddelde maar een optelsom

Robert van Hoesel
, ook betrokken bij het 21st century skills project van Kennisnet, vertelde een mooi verhaal over zijn ‘Edutopia’. Zijn ideale onderwijs biedt de vrijheid te kiezen wat je wilt leren, waar je dat wilt leren (binnen en buiten de school) en wanneer je dat wilt leren (leren kent geen onderbrekingen). Leerlingen kunnen van 7:00 tot 22:00 terecht aan de kennisboulevard met geniuses die je alles kunnen vertellen en leren wat je wilt. Je hoeft ook niet eindeloos toetsen te maken; je verdient learning points door het uitvoeren van opdrachten. Samenwerking levert bonuspunten op en de trekker van het groepje verdient leaderpoints die bepalen wie ‘burgemeester’ is van een onderwerp. Je teamleden kies je op basis van hun ‘level’ (vaardigheid) en als jij jouw volgende level haalt, mag je weer volgende, complexere opdrachten doen.

Gamification

Komt werken in je eigen tempo, ‘levelling up’ en bonuspunten voor extra uitdagingen u bekend voor? Juist, games bevatten precies deze ingredienten die erop gericht zijn een speler uit te dagen en te boeien. Als de game te makkelijk is en verveelt, haakt de speler af. Als het level te moeilijk is, haakt de speler ook af. Het i
nzetten van beproefde concepten uit games, ook wel gamification genoemd, is een veelbelovende ontwikkeling om leerlingen te motiveren en tot grotere inzet te verleiden.

Geen woorden maar daden
Ik weet niet wat uw ervaringen zijn, maar bij de meeste bijeenkomsten word je vooral bevestigd in het feit dat alles anders moet in de toekomst. Bij Edushock ging het niet om het leren van de toekomst maar om het leren van vandaag en hoe dat kan en moet veranderen. Een mooi voorbeeld van deze actiebereidheid gaf Erica Aalsma met haar beschrijving van ‘de omgekeerde leerweg‘. In dit concept wordt uitgegaan van een verregaande integratie van leren en werken, waarbij een levensechte leerwerkomgeving ervoor zorgt dat er geleerd kan worden van werken in de praktijk. Het talent van de meester staat centraal, de leermeester en werkmeester werken samen in een hybride leeromgeving. Vooral voor leerlingen die liever met hun handen dan met hun hoofd leren, is dit een prachtig initiatief.

Samengevat hebben alle deelnemers aan de Edushock Experience tegen elkaar gezegd dat de leerling in het huidige onderwijs onvoldoende ‘gezien’ wordt. De vraag is hoe we eruit halen wat erin zit in plaats van erin stoppen wat voorgeschreven is. Eén van de sprekers gebruikte een quote van Einstein die mooi samenvat wat de rode draad was van de bijeenkomst:

“The intuitive mind is a sacred gift and the rational mind is a faithful servant. We have created a society that honors the servant and has forgotten the gift.”
– Albert Einstein

Ik kan iedereen van harte aanbevelen om kennis te maken met de ideeën achter Edushock. Vooral omdat het niet alleen gaat over het leren van de toekomst maar ook omdat het praktische inzichten geeft om vandaag de dag met die veranderingen te beginnen.

Mike (Maart/2012)

[N.B. Deze post is ook gepubliceerd op de innovatieblog van Kennisnet, waar ik werkzaam ben als Manager van de afdeling Innovatie.]

post

Information Overload? Vertrouw op curatie door je sociale netwerk

Information-overload

De afgelopen jaren is er veel te doen geweest over het nieuwe probleem van de informatiemaatschappij: ‘information overload’. Met duizenden tweets per seconde en 24 uur nieuwe video per minuut op YouTube staat één ding vast: het is onmogelijk alles wat gepost wordt te lezen en te bekijken. Maar wat is relevant voor jou? Wat mag je niet missen?

Het sociale web vraagt dagelijks steeds meer tijd van ons; leidt het allemaal niet té veel af? Of is het juist een hele krachtige aanvulling op onze beperkte mogelijkheid real-time contact te onderhouden met alle vrienden en professionals waar we een relatie mee onderhouden?

Nick Bilton, auteur van ‘I Live in the Future & Here’s How It Works’ stelt dat juist onze sociale netwerken, hij noemt dat ons ‘Anchor Network’, ons behoeden voor information overload.

Curatie door je ‘Anchor Network’

Nick Bilton startte zijn carrière bij het R&D lab van de New York Times en werkt als docent aan de New York University. Zijn werk richt zich op het onderzoeken van de ontwikkeling van mediaconsumptie. Voor de New York Times is de belangrijkste vraag hoe de lezer van de krant behouden kan blijven als betalende klant van een nieuwsproduct in één of andere vorm. Daartoe verdiepte Bilton zich in de toegevoegde waarde die consumenten zoeken. Dat is niet langer (alleen) de inhoud of de kwaliteit daarvan maar eerder de relevantie.

Welke-richting

Het woord dat Bilton gebruikt voor de selectie van relevante en kwalitatief goede informatie is ‘curatie’. Dit woord wordt onder andere gebruikt in de museumwereld voor de samenstelling van een collectie objecten die qua samenhang en kwaliteit bijzonder zijn. Hij stelt ook vast dat die curatiefunctie eigenlijk al ingevuld is door ons netwerk van vrienden en collega professionals. Op sociale netwerken als Facebook en Twitter, maar ook in je blogroll heb je vrienden, experts en interessante bloggers geselecteerd die je relevant acht voor jouw interesses. Zij vormen op die manier een filter voor jou, ze cureren de inhoud die ze zelf tegenkomen en delen alleen dat wat ze relevant en waardevol achten. Kortom, ze filteren de informatie die ze waardig genoeg vinden voor jouw aandacht. Bilton schrijft dat sinds hij zich dat realiseerde hij niet langer bezorgd is dat hij belangrijke informatie mist. Hij weet dat zijn zorgvuldig samengestelde ‘Anchor Network’ er altijd voor zorgt dat belangrijk nieuws hem bereikt.

Wiens curator ben jij?

De elegantie van de door Bilton geschetste constructie is dat de stortvloed aan informatie die we gezamenlijk voor elkaar produceren op eenzelfde manier wordt beteugeld: gezamenlijk. Deze post bijvoorbeeld beoogt jou als lezer een in mijn ogen interessant idee voor te houden. Je hoort of leest wel eens vaker wat, maar dit concept spreekt me echt aan. Ik ben daardoor ook anders naar mijn sociale netwerken gaan kijken en geef ze steeds meer vorm als mijn persoonlijke filter. Welke twitteraars bieden mij interessante inzichten of verwijzen er naar? Welke blogs bevatten regelmatig interessante posts? Met nieuwe follows en unfollows, toevoegingen of deletes in je RSS feeds geef je jouw curatieteam vorm. En zij doen dat op hun beurt wellicht met behulp van jouw tweets of posts.

De leraar als anker voor de leerling

Ik vraag me af of Biltons suggestie ook bruikbaar is in de onderwijs situatie. Informatie is er in overvloed, op slechts één ‘Google search afstand’. De vraag is vooral: wat daarvan is waardevol, relevant (in jouw onderwijs) of zelfs correct? Is een leraar in deze tijd eigenlijk ook niet vooral een curator? In eerste instantie door leerlingen te wijzen op relevante te bestuderen bronnen. Maar voorbij die curatie ook vooral om de leerling te leren zelf het onderscheid te maken tussen relevante informatie en loze bladvulling. Ik denk dat het de leraar opnieuw in zijn kracht zou kunnen zetten. Leerlingen zijn misschien heel vaardig en snel met het toetsenbord en elk device dat er één bevat, al dan niet virtueel. Maar de vaardigheid uit alle gevonden data de informatie te selecteren die ertoe doet, dat vraagt training en is in onze kenniseconomie één van de meest waardevolle competenties.

Hoe zit het met u? Heeft u al een ‘Anchor Network’ waarop u kunt vertrouwen? Ziet u relevantie voor het concept in het onderwijs? Ik ben erg benieuwd naar uw inzichten en lees ze graag in de reacties onder dit bericht.

Mike (Februari/2012)

[N.B. Deze post is ook gepubliceerd op de innovatieblog van Kennisnet, waar ik werkzaam ben als Manager van de afdeling Innovatie.]

post

James Gleick’s “the Information”: a History, a Theory, a Flood

James-gleickEen boek over informatie van een gerenommeerd schrijver, journalist en biograaf die zich bezighoudt met de culturele impact van wetenschap en technologie. Niet je standaard vakantielectuur (dan lees ik nog wel eens iets langer dan 2 A4) maar het sprak me toch wel aan. Het gaat tenslotte om de grondstof van ons tijdperk. Het bleek inderdaad een pittig boek met een zeer uitputtend overzicht van de geschiedenis van informatie, van haar conceptie tot de vermeende overload van onze tijd.

Van Plato en Socrates naar Charles Babbage en Lady Lovelace
Ada-lovelace-and-a-trial-model-of-a-part-of-charles-babbages-analytical-engine
Gleick begint bij de griekse filosofen die definities bedachten voor zaken als denken, kennis, wijsheid en betekenis, het woord informatie bestond toen nog lang niet. Fast forward naar de 19e eeuw en Charles Babbage met zijn Difference Engine die tot doel had arbeidsintensieve rekentabellen automastisch te produceren. In een uitgebreide beschrijving van Babbage’s dromen, obstakels en prestaties schetst Gleick op een onderhoudende manier de relatie tussen Babbage en Ada Byron-Lovelace. ‘s-Werelds eerste programmeur was inderdaad de dochter van de dichter Lord Byron, die bovendien een machine programmeerde die Babbage nooit heeft kunnen bouwen, zijn Analytical Machine. Deze mechanische programmeerbare computer vergde meer dan de mechanische technologie van die tijd kon bieden. Ook al had Babbage een eigen smid in dienst die zich bekwaamd had in het produceren van zeer nauwkeurige tandwielen, veren en andere onderdelen van Babbage’s ontwerpen.

Shannon en Turing, grondleggers van de informatiemaatschappij

Gleick beschrijft ook uitgebreid hoe Claude Shannon als getalenteerd wiskunde het fundament heeft gelegd voor informatie theorie in zijn “Mathematical Theory for Communication” van 1948. Dit deed hij bijvoorbeeld door aan te tonen dat er geen perfecte talen bestaan waarin alles correct uit te drukken is. Mijn favoriete voorbeeld: “dit is het grootste getal dat niet in zevenenveertig lettergrepen is uit te drukken”, terwijl dit statement zelf minder dan 47 lettergrepen beslaat.

Tijdgenoot Alan Turing toonde met zijn Turing machine aan dat zijn simpelste machine elke complexe computer kan simuleren waardoor bewijsvoering rond computertheorie een vlucht kon nemen. Tot op de dag van vandaag vormt hun werk een belangrijk fundament van theoretische informatica zoals dat nu in academische informatica opleidingen wordt gedoceerd.

Homo Sapiens slechts vervoermiddel voor experimenteel DNA

Het boek test wel je geduld met lange hoofdstukken over DNA als informatiefundament voor mensen. Hoewel ik moet toegeven dat Gleick beschrijving van Stephen Hawkins theorieën me zeer amuseerden. Met name Hawkins bewering dat wij als mensen slechts biologische vervoermiddelen zijn waarin ons DNA uittest welke van haar versies de beste overlevingskansen heeft en dus verder gekopieerd zou moeten worden (lees nakomelingen zou moeten kennen). Dit verklaart voor mij de onlogische voorkeur van ouders voor het overleven van hun nakomelingen (de DNA kopie) ten koste van hun eigen veiligheid. Het DNA moet worden doorgegeven, de rest is onbelangrijk…

Quantum Computing: inherent veilig

Ook het hoofdstuk over quantum mechanica testte mijn geduld en vooral mijn bevattingsvermogen. Daarin geeft Gleick even een samenvatting van wat Einstein en zijn tijdgenoten hebben bedacht en welke consequenties dit heeft voor informatie theorie. Een zeer interessante consequentie die hij daar beschrijft is dat een quantum computer, als het ons eenmaal lukt die te bouwen, door de aard van de technologie per definitie niet beinvloed kan worden. Het aftappen of kopieren van informatie in zo´n quantum computer verandert die informatie, je kunt dus altijd meten of een kopie gemaakt is van informatie. Een aantrekkelijk perspectief in een tijd waarin hacks en beveiligingsincidenten aan de orde van de dag zijn.

Het logisch systeem onder dit soort computers is overigens zo geheel anders dan onze huidige electrische binaire (0-1) computers dat het m.i. nog wel even duurt voordat we dit concept grootschalig kunnen toepassen.

Praktische conclusies

Zijn conclusies na een zeer uitvoerige reis langs de geschiedenis van informatie theorie zijn gelukkig een stuk praktischer en bijna kort van stof:

  • Het gevoel van informatie overload treed op bij iedere paradigma shift. Toen we van het handschrift naar de boekdrukkunst gingen werden we verlost van het elkaar moeten vertellen wat de kostbare en schaarse geschriften bevatten. De boekdrukkunst bood ons een exacte kopie voor eenieder, maar hoe de gewenste informatie te vinden in al die boeken? En nu digitalisatie, alle informatie doorzoekbaar en beschikbaar, maar welke informatie heeft betekenis (voor jou)? Elk paradgima biedt oplossingen voor de problemen van de vorige, en introduceert eigen nieuwe problemen;
  • De oplossingen voor de problemen van elk paradigma bevat twee constante factoren: filteren en zoeken, waarbij vertrouwen en smaak altijd de kern vormt.

Een vraag in ons digitale tijdperk is wie ons helpt zoeken en filteren? Google? Facebook? Of je netwerk van vrienden op de diverse sociale platforms?

Mike (Januari/2012)

 

post

Malcolm Gladwell op het Creative World Forum 2011: Waarom je beter derde kunt zijn…

CWF2011

Dit jaar was het internationale Creativity World Forum in Hasselt neergestreken, 2300 bezoekers kwamen 2 dagen bijeen op een prachtig vormgegeven locatie. Een grote luxe want het indrukwekkende programma met sprekers over creativiteit en innovatie was daardoor letterlijk heel toegankelijk. Voor mij een buitenkans om o.a. Malcolm Gladwell, één van mijn favoriete schrijvers, live aan het werk te zien.

Cwf-crowdMalcolm-gladwell-gestureCwf-stageMalcolm-gladwell-onstage

Innovatie is: Falen, Samenwerken en Organiseren/Uitvoeren

Het forum had vele gerenommeerde sprekers weten te strikken. En hoewel er ook wel wat tegenstellingen zaten in de benadering van creativiteit en innovatie kwamen er een paar duidelijk hoofdlijnen naar voren uit de twee dagen presentaties en discussies:

  1. Het belang van falen als noodzakelijk onderdeel in het creatief proces werd met name door Jimmy Wales van Wikipedia benadrukt. Dit is een uitdaging in veel organisaties omdat fouten veelal worden afgestraft. Daardoor wordt de ruimte niet gevoeld voor het nemen van de risico’s die tot innovaties leiden.
  2. De mythes over creativiteit, het beeld van eenzame genieën met plotselinge inzichten is romantisch maar incorrect stelde Keith Sawyer. Alle grote innovaties blijken tot stand gekomen in groepsprocessen waar in samenwerking het inzicht is komen bovendrijven met vele mislukkingen onderweg. Zo legde Darwin in zijn eigen ‘journals’ vast hoe zijn theorie langzaam vorm kreeg in debat met tijdgenoten, waarschijnlijk zonder dat hij dat zelf besefte. Of J.R.R. Tolkien die in een schrijverskring met o.a. C.S. Lewis wekelijks mythische werelden en wezens besprak terwijl hij aan ‘In de Ban van de Ring’ werkte. Kortom: samenwerking is een cruciaal element om tot innovaties te kunnen komen.
  3. De creatieve ideeën zijn op zichzelf niet de belangrijkste factor bij innovatie, het goed opvolgen, uitvoeren en communiceren van zo’n idee wel. Dit werd door Alexander Osterwalder (Business Model Generation) en Scott Belsky (Making Ideas Happen) uitgebreid onderbouwd. In de dagelijkse hectiek verdwijnt de inspiratie naar de achtergrond, er is aandacht en organisatie nodig om tot executie te komen. Want creativiteit x organisatie == impact. Daarnaast dreigt ‘Death by Powerpoint’ als geen aandacht wordt besteed aan de presentatie van ideeën, Garr Reynolds (Zen Presentation) was in een geweldige presentatie het levend voorbeeld van hoe dat wel moet.

Malcolm-gladwellJimmy-walesOliver-stone

Malcolm Gladwell: being third is best!

Hij maakte zijn reputatie als één van de werelds meest gevraagde sprekers meer dan waar. In een vloeiend betoog zonder een enkel visueel hulpmiddel hield Malcolm Gladwell ons voor waarom de eerste zijn bij het hebben van een vernieuwend idee onterecht als het hoogst haalbare wordt beschouwd. Hij gebruikte diverse voorbeelden die duidelijk illustreren dat de succesvolle implementatie van een innovatie altijd in 3 stappen gebeurt, waarvoor verschillende culturen, talenten en organisaties geschikt zijn.

  1. Het nieuwe, grote idee vergt veelal een centrale organisatievorm met veel resources voor fundamenteel onderzoek door grote intellectuele talenten op hun vakgebied. Dit zijn de ‘echte’ innovators.
  2. De vernieuwende ‘out of the box’ technologische vernieuwing om het grote idee te realiseren is vooral mogelijk in een ondernemende cultuur met kleinere, flexibele organisaties die nog niet worden gehinderd door hun hiërarchie en bestaande business om met disruptieve concepten en producten te komen.
  3. En de zogenaamde ‘tweakers’ kunnen (‘being third’) kennis nemend van het grote idee en lerend van de eerste technische oplossingen en de gemaakte fouten met een betere versie van het product de markt betreden. Deze organisaties kunnen met meer begrip van de nieuwe potentie hun product vorm geven, daarbij lerend van de partijen die eerste en tweede waren.

Er zijn door de jaren diverse voorbeelden die dit effect illustreren. In de IT industrie o.a. Xerox Parc die alle aspecten van de personal computer zoals we die nu gebruiken uitvond, IBM die een eerste versie bouwde en Apple die met de iMac kwam, de eerste computer die mensen gemakkelijk konden gebruiken. Meer voorbeelden van ‘third’ bedrijven zijn Facebook in social en Amazon met de Kindle in de e-reader markt. Het profiel van deze ‘tweakers’ is heel anders dan dat van de innovators. Ze hebben vaak (relatief) weinig resources en voelen een hoge noodzaak tot vernieuwing door de druk van de markt.

Malcolm Gladwell: Steve Jobs was a superb tweaker

Malcom Gladwell kenschetst Apple met Steve Jobs aan het roer als een perfect opererende tweaker. Immers de iMac, MacBook, iPod, iPhone en iPad hebben geen van allen de productvorm uitgevonden of waren het eerst op de markt. Integendeel, maar jaren na de eerste producten komt Apple wel met een product dat leert van reeds gemaakte fouten en biedt daarmee grote waarde in de markt. De iPod kwam nadat er al jaren mp3-spelers waren, de iPhone kwam nadat er al jaren smartphones waren, de iPad kwam nadat microsoft al jaren tablet computers ondersteunde, etc. Het succes van Apple illustreert bij uitstek waarom het zeker geen schande is en zeer lucratief kan zijn om als derde de markt te betreden.

Innoveren is een proces van proberen, falen, herhalen, tweaken en in samenwerking voortbouwen op het werk en de inzichten van anderen. Malcolm Gladwell geeft ook een voorbeeld van een sector waar ‘being first’ geen nadeel is. Met name innovatie in publieke sectoren/dienstverlening heeft geen hinder van het ‘first movers’ nadeel. Vermarkten van de innovatie is daar immers niet het primaire doel. Universiteiten bijvoorbeeld kunnen zich daarom richten op fundamenteel onderzoek. Ben ik blij dat ik aan innovatie in het onderwijs werk!

Mike (November/2011)

post

De Mifi, De Droam en altijd en overal toegang tot de Cloud

We hebben al onze informatie, (kennis)producten, contacten en bronnen in de Cloud staan. Maar hoe komen we vervolgens altijd en overal bij die Cloud en onze daarin opgeslagen collectibles? 

Je eigen cloud toegang met Mobile Wifi: Mifi

In en rond huis, kantoor en steeds meer andere locaties zijn draadloze voorzieningen beschikbaar, veelal gratis. Mobiele datanetwerken dichten de overblijvende 'gaten' in connectiviteit. Maar moet ik dan voor elk apparaat wat ik gebruik 3G hardware ondersteuning en een apart data abonnement hebben? Nee! Er is een elegante tussenoplossing beschikbaar in de vorm van een zogenaamde 'Mifi' (Mobiele Wifi).

Dit mini routertje (kleiner dan je mobiele telefoon) werkt op een oplaadbare batterij (zo'n 5 uur) en biedt maximaal 5 apparaten een wifi verbinding met het Internet. Het gebruikt daarvoor zelf één data abonnement dat gedeeld wordt door de met de mifi verbonden apparaten. Je kunt dus tegelijkertijd met 5 apparaten via één mobiel data abonnement het Internet benaderen.

Klinkt handig, maar wat zijn de nadelen? Het is weer een extra apparaatje dat je bij je moet hebben, wat je moet opladen en dat ingeschakeld moet worden en dan 30 seconden later beschikbaar is. De voordelen zijn m.i. veel groter dan de nadelen. Kijkend naar kosten: alle mobiele apparaten ondersteunen wifi, je hoeft dus geen duurdere 3G uitvoering van tablets of notebooks aan te schaffen. Van bijvoorbeeld het prijsverschil tussen een iPad met en zonder 3G heb je een Mifi router en een paar tientjes over. Je hebt maar één data abonnement dat je kunt gebruiken voor alle mobiele apparaten die je hebt of nog gaat aanschaffen. En dan gebruiksgemak: geen enkel apparaat heeft nog drivers of extra software nodig voor de data verbinding. Wifi werkt gewoon en wordt automatisch verbonden. Alle complexiteit zit in de Mifi die je één keer instelt.

N.B.
Technisch is zogenaamde tethering mogelijk met je smartphone. Die deelt dan zijn mobiele dataverbinding via wifi. Providers ondersteunen dit echter lang niet altijd en leggen beperkingen op t.a.v. bandbreedte gebruik.

Droam versus internationale data tarieven: 1-0

Mooi, dat is dan geregeld zou je zeggen. Maar toen ging ik op vakantie deze zomer. En hoewel ik werkmail uitstekend kan missen ;-) vind ik het juist in mijn vakantie fijn om mijn favoriete digitale kranten, tijdschriften en gadgetblogs bij te houden. Sinds mijn iPad2 heb ik dan ook een ernstige flipboard verslaving, feitelijk een onuitputtelijk tijdschrift kleiner en lichter dan één papieren exemplaar. Daarbij komt een recente hobby: bloggen over vakantie belevenissen voor het thuisfront, opa's en oma's waarderen de virtuele toegang tot de kleinkinderen zeer. Maar hoe regel ik betaalbare cloudtoegang in het buitenland?

Droam biedt een handige oplossing: een Mifi router die je in bruikleen krijgt met een vast tarief voor een databundel voor een zelf te kiezen periode of een bedrag per dag. Mijn ervaring is dat een databundel van 1 GB volstaat voor 3 weken lekker lezen en bloggen in de vakantie.

Tijdelijke oplossingen voor tijdelijke problemen, voor hoe lang?

Overigens zijn deze oplossingen tijdelijk omdat de problemen die ze oplossen (hopelijk) tijdelijk zijn. Met de Mifi repareren we dat er nog geen landelijk dekkende wifi (of soortgelijke) infrastructuur is. En dat de providers ons separate abonnementen willen verkopen, zelfs als we meerdere diensten bij dezelfde partij afnemen.

In het geval van de Droam zijn het de schandalig hoge tarieven voor internationaal datagebruik die aanleiding geven om een alternatief te zoeken. De ironie wil dat Droam gebruik maakt van Vodafone business abonnementen en daarvoor kennelijk tarieven kan bedingen die we als consument niet krijgen. In elk geval blijken zij wel in staat een redelijk tarief te vragen, ik was voor 65 euro de hele vakantie online met vier devices. Prima dekking en bandbreedte, zelfs aan de voet van de pyreneen ;-)

Innovaties zoals Mifi routers en Droam rammelen aan de falende dienstverlening waar ze oplossingen voor bieden. Hopelijk leid dat snel tot verbeteringen in die dienstverlening, hoewel ik al redelijk gehecht ben geraakt aan mijn Mifi als oase van bandbreedte daar waar die schaars is.

Mike (September/2011)

 

post

De transformatie van onderwijs, van klassen naar individuele leerreizen

In mijn vorige post over TEDx Amsterdam Live op 13 juli jl. beloofde ik een abstract van mijn talk. Time to deliver! Mijn pitch voor gepersonaliseerd onderwijs is geïnspireerd door mijn participatie in de 'Denktank ICT in de Sterrenschool'. Daar heb ik met een divers groepje actoren in en rond het onderwijs nagedacht over de ondersteuning die ICT kan en moet bieden om gepersonaliseerd, individueel onderwijs betaalbaar mogelijk te maken. Daarbij heb ik me ook regelmatig afgevraagd: waarom is dit eigenlijk nodig? Wat zijn de drijvende krachten achter deze verandering? Mijn redenering van vorige week is opgebouwd uit een aantal stappen, ik licht ze hieronder nader toe.

Van het industriële model naar een gepersonaliseerde aanpak

Old-classroom Ons huidige onderwijs laat zich goed vergelijken met een industrieel productiemodel, Sir Ken Robinson introduceerde deze krachtige vergelijking. In vaste batches (cohorten/klassen) worden leerlingen zo efficiënt mogelijk door een standaard programma gevoerd. Het leermateriaal is voor iedereen hetzelfde en het wordt ook op hetzelfde tijdstip in hetzelfde tempo aan iedereen op dezelfde manier aangeboden. Er zijn ook vaste tijdstippen (schooljaren) waarop iedereen doorschuift op de 'lopende band'. Als een leerling het jaar niet met voldoende resultaat heeft doorlopen wordt het hele jaarprogramma herhaald.

Deze massaproductie aanpak heeft ons veel gebracht, het heeft ons in staat gesteld onderwijs beschikbaar te stellen aan elk kind, rijk of arm. Daarvoor konden alleen welvarende families zich veroorloven een leraar in te huren en hun kinderen niet te laten bijdragen aan het familie inkomen door te werken, maar die tijd te gebruiken voor educatie. Het wordt echter steeds duidelijker dat een gepersonaliseerde aanpak nodig is naar kinderen. Als geen rekening wordt gehouden met hun interesses, persoonlijke voorkeuren en leerstijlen zal het rendement van hun opleiding achter blijven. En juist hun individuele talent, creativiteit en eventuele uitdagingen behoeven speciale aandacht om tot de beste resultaten te komen in het onderwijs. De gevolgen van de standaard aanpak zijn ook duidelijk zichtbaar. Kinderen hebben allerlei problemen, waaronder: verveling , motivatieverlies, gedragsproblemen, leerachterstanden, etc. Het is duidelijk dat een verandering noodzakelijk is, maar welke?

21st Century Skills in de Kenniseconomie

21st century skills

Uitdagingen bij het realiseren van de Individuele Leerreis

Elke leerkracht zal aangeven dat hij of zij graag meer aandacht zou willen geven aan de specifieke behoeften die zij zien in kinderen, maar vind daar maar eens de tijd voor. Met een dreigend lerarentekort en een haperende economie zijn nu niet bepaald de ideale uitgangspunten aanwezig om een arbeidsintensievere vorm van onderwijs in te voeren. Hoe doorbreken we deze tegenstelling?

Arthur-c-clark Zoals dat eigenlijk altijd gebeurt: door te innoveren! Informatietechnologie en dan met name de digitalisatie van informatie en een diversiteit aan nieuwe communicatie- en samenwerkingsmiddelen hebben grote impact op hoe leren kan worden ingericht. Daarbij is het zaak niet door te slaan maar wel scherp te kijken naar de rol die technologie kan spelen in het onderwijsproces. Science fiction auteur en uitvinder Arthur C. Clark zei in de 70er jaren bij een Unesco conferentie al: "Any teacher that can be replaced by a machine probably ought to be". Vaak roept deze uitspraak initieel verontwaardiging op. Een leraar kan nooit vervangen worden door een machine! Nee natuurlijk niet, maar veel taken zijn uitermate geschikt om met een computer te doen, zeker als daar de juiste digitale leermiddelen voor ontwikkeld zijn. Door voor specifieke delen van onderwijs informatietechnologie in te zetten kan kostbare tijd worden vrijgemaakt om mensen in het onderwijs juist die dingen te laten doen die machines niet kunnen, zoals additionele instructie op maat geven bij optredende problemen. Daarnaast blijft natuurlijk de hele sociale en groepsdimensie in het onderwijs van evident belang, en daar kan door de inzet van informatietechnologie ook meer ruimte voor worden gevonden.

Een aansprekend voorbeeld is het werk van Sugata Mitra, die heeft aangetoond dat een groepje van 4 tot 5 kinderen met een gedeelde computer en een goed geformuleerde leervraag met minimale begeleiding uitstekende leerresultaten kunnen boeken. Ik schreef daar vorig jaar al eens over na een bezoek aan de TED global conferentie waar hij sprak.

Leuke theorie, maar wat nu?

In Nederland zijn al behoorlijk ver uitgewerkte concepten uitgedacht die de beschreven vorm van gepersonaliseerd onderwijs realiseren. In de Sterrenschool is voor het lager onderwijs uitgewerkt hoe per kind een individuele leerreis kan worden geboden met als uitgangspunt het bestaande kader van mensen en middelen. Voor het middelbaar onderwijs is er een soortgelijk concept genaamd Netwerkschool.

Sterrenschool
De kenmerken ('Sterren') van deze nieuwe conceptscholen zijn:

  • Het gehele jaar geopend, 5 dagen per week, van 7:00 tot 19:00. Dagroosters, weekroosters en vakanties kunnen verschillen per kind, in te vullen in overleg tussen ouders en de school.
  • Een gecombineerd en geïntegreerd programma van opvang, verzorging, onderwijs, ontspanning, sport en spel. Daarbij worden de diensten van de Sterrenschool in samenwerking met en ook aan de buurt aangeboden.
  • Een individuele leerreis per kind dat qua planning rekening houdt met ouders en kind en qua inhoud met voorkeuren, leerstijl en specifieke eigenschappen van het kind. Dit gepersonaliseerd aanbod wordt dagelijks/wekelijks bekeken op effectiviteit en de voortgang van het kind en waar nodig bijgesteld.

Er zijn al diverse scholen in Nederland die aan de slag zijn met verschillende aspecten van de Sterrenschool, enkele daarvan gaan voor het volledige concept, anderen proberen stap voor stap de elementen in een bestaande school in te voeren. Deze omwenteling in ons onderwijs zal niet zonder slag of stoot verlopen. Het zal tijd, aandacht en geduld vragen om te leren hoe we dit nieuwe onderwijs goed kunnen inrichten, hoe leerkrachten hierbinnen optimaal kunnen werken en hoe regelgeving hiervoor de ruimte moet bieden. Dit proces zal verlopen met vallen en opstaan, zoals met alle vernieuwing. Maar het is wat mij betreft duidelijk dat dit onze koers moet zijn. U kunt helpen met uw suggesties en (liefst constructief :-) commentaar.

Mike (Juli/2011)

post

Steven Levy: In the Plex, How Google Thinks, Works and Shapes Our Lives

Steven-levy

Senior Wired schrijver Steven Levy heeft met ‘In The Plex, How Google Thinks, Works and Shapes Our Lives’ een zeer interessant boek geschreven over Google. Doordat hij als onafhankelijk schrijver toch het vertrouwen kreeg om veel mensen binnen Google uitgebreid te spreken vertelt hij een boeiend en enthousiasmerend verhaal van binnenuit een bijzondere organisatie, en neemt daarbij geen blad voor de mond. Naast het feit dat Google als werkwoord wereldwijd bekend is geraakt is de organisatie zelf ook uniek in een aantal dingen die Levy met duidelijk plezier beschrijft.

Een paar voorbeelden die mij aanspraken:
  • Google is bereid een radicale aanpak te volgen om doelen te bereiken, met 24.000 medewerkers probeert het zo wendbaar te blijven als een startup. Zo participeerde het bedrijf in de veiling van een mobiele operator frequentie die het niet wilde hebben. Dit pokerspelletje had als doel de prijs op te drijven tot het bedrag waarboven een bieder de frequentie moest kopen. Deze frequentie moest dan ook open worden aangeboden door de winnende provider, daarmee Google een basis biedend voor haar Android telefoons. Larry Page wilde eigenlijk verder bieden om de frequentie dan ook maar te kopen, Eric Schmidt (toen CEO van Google) wist hem daarvan te weerhouden. Maar een volgende keer?
  • Google en dan met name de ‘founders’ Larry Page en Sergey Brin hebben een voorkeur voor ‘Big, hairy and Audacious Goals’. Een voorbeeld? Google Books ambieert alle 130 miljoen bestaande papieren boeken op de wereld te scannen en online doorzoekbaar te maken. Public domain boeken (van voor 1930) zijn direct te lezen, beschermde werken kun je direct bestellen. Het zijn vaak projecten die niet realistisch of haalbaar lijken, het is tekenend voor de cultuur bij Google dat dit soort projectvoorstellen gewoon uitgevoerd worden. In dit voorbeeld heeft Google zelf speciale scanners ontwikkeld om snel genoeg boeken te kunnen scannen zonder het boek kapot te hoeven maken. Zo scant het hele bibliotheek collecties in enkele dagen om daarna alle boeken keurig en onbeschadigd terug te brengen. Dat gevestigde organisaties rond auteursrechten hier allerlei problemen mee hadden/hebben laat zich raden, dat stopt Google met z’n engineers echter geenzins om op basis van de ‘de data’ de in hun ogen logische stappen te zetten. En waarom zouden ‘s-werelds boeken niet voor iedereen vindbaar mogen zijn?
  • Google is in haar kern anti-management en anti-sales, Engineers zijn de belangrijkste mensen in de organisatie, de rest is er om hen het werken zo gemakkelijk mogelijk te maken. De Google cultuur wordt wel toegeschreven aan het feit dat zowel Larry Page als Sergey Brin beide montessori kinderen zijn die geleerd hebben overal en altijd vragen over te stellen en niet snel iets aan te nemen of als onmogelijk te accepteren. Deze cultuur, ook wel gekenschetst als ‘do first, apologize later’, maakt het mogelijk om risico’s te blijven (durven) nemen, de keerzijde is dat Google minder gevoel heeft bij privacy gerelateerde nuances. Ik ben erg benieuwd of de Google ‘learning machine’ zich ook op dat punt zal ontwikkelen.

Don’t be Evil?

DontBeEvil Met het zelfgekozen motto ‘Don’t be Evil’ wil Google zich bewust blijven van haar verantwoordelijkheid om met de ongekende hoeveelheden (persoonlijke) informatie die tot haar beschikking staan verantwoord om te gaan. Niet iedereen is de mening toegedaan dit hen dit altijd lukt…

Enkele saillante voorbeelden van omstreden activiteiten van Google:

  • Google in China
    Google’s besluit in China een gecensureerde versie van Google aan te bieden heeft veel discussie opgeroepen. De beslissing censuur te accepteren werd ingegeven door de overtuiging dat het uiteindelijk mogelijk zou worden steeds minder censuur toe te passen. Google pakte het probleem dat de overheid niet tevoren wilde zeggen wat niet toegestaan was ‘googly’ aan. Omdat google herhaaldelijk werd afgesloten als het ongewenste inhoud toonde ontwikkelde het een algoritme dat bij Chines sites (die wel richtlijnen kregen) checkte welke sites zij blokkeerden om te bepalen voor Google China wat wel en niet toegestaan zou zijn. Uiteindelijk besloot Google zich na jaren van hevige discussies weer terug te trekken uit China, de censuur bleek toe te nemen in plaats van te verminderen. Het China avontuur wordt wel eens neergezet als opportunistische poging om een enorme markt aan te boren. Maar Levy wijst op het feit dat Sergey Brin een kind is van Joodse vluchtelingen uit communistisch Rusland met grootouders die de Holocaust moesten doormaken. Hij was en is zich wel degelijk bewust van het dilemma: hoe help je China het beste: wegblijven en daarmee weigeren met het ondrukkende regime te onderhandelen of instappen en van binnenuit proberen vooruitgang te boeken?
  • Apple en Google
    De relatie tussen Apple en Google is ook een tumultueuze. Toen investeerders bij de jonge Larry en Sergey aandrongen op het aanstellen van een ervaren CEO om het snel groeiende Google te begeleiden was hun ideale kandidaat Steve Jobs! Maar met Apple in de wederopbouw en een hobby project genaamd Pixar had Steve zijn handen al vol. Hij is jarenlang als coach en vertrouweling van Larry en Sergey betrokken geweest bij de strategie van Google, en deelde zijn visie, strategie en ideeen over de toekomst van de mobiele markt. En toen releaste Google Android… Steve Jobs voelde zich verraden door Google toen het na jaren van nauwe samenwerking, met name ook met applicaties voor de iPhone, een eigen mobiel OS genaamd Android op de markt bracht inclusief de smartphones waarop het draait. Dit voorval is zowel kenmerkend voor de mentaliteit van Jobs als de brutaliteit van Google, als de laatste kansen ziet dan stappen ze erin. Je zou kunnen zeggen dat de meester zijn leerlingen goed opgeleid heeft. Het voorval heeft de verhoudingen tussen Apple en Google ernstig bekoeld. Eric Schmidt, tot voor kort CEO van Google, was ook snel daarna geen lid meer van de Apple Board waar hij jaren zitting in heeft gehad. Apple vond het ‘minder passend’ Google goed op de hoogte te houden van haar strategie in de mobiele markt…
  • Google en Politiek
    Google heeft goede relaties met enkele progressieve en innovatieve amerikaanse politici. Zo is Al Gore, tot op heden nog lid van de Apple Board, in een aantal lastige dossiers een gewaardeerd adviseur van Larry en Sergey. Ingeval van Google China heeft hij gewezen op de risico’s bij het zaken doen met het regime daar, hij had daar als vice president door schade en schande zelf de nodig ervaring mee opgedaan.
    Nu president Obama is als kandidaat voor de democraten op bezoek geweest bij Google om zich te verdiepen in de aard en impact van ‘het Internet’. Het bezoek legde de basis voor de succesvolle fondswerving en latere campagne van de toenmalige kandidaat die zelfs enkele googlers inspireerde voor zijn campagne te werken. Google hoopte daarmee ook een president te krijgen met begrip voor hun lastige positie op het gebied van privacy en marktdominantie. Obama heeft echter al laten zien dat hij als goed bestuurder geen uitzonderingen maakt in de bedrijven die onderzocht worden op ongeoorloofde concurrentie, bijvoorbeeld in het geval van Google boeken.

Google: een mediabedrijf? Nee meer AI (Artificial Intelligence)

Wat kenmerkt Google nu in haar kern? Is het een media bedrijf, het biedt immers toegang tot allerlei informatie in allerlei vormen: blogs, websites, afbeeldingen, foto’s, video? Levy concludeert dat de kern van het bedrijf ligt in de continue verbetering van de algoritmes die onze zoektermen combineren met onze context en dan de meest relevante resultaten opleveren. Google bewaart 9 maanden logs met onze searches om in gedetailleerde analyses te bepalen hoe de algoritmes gewijzigd moeten worden om nog betere resultaten te kunnen leveren. Deze technologie is divers inzetbaar en wordt bijvoorbeeld ook gebruikt om zo relevant mogelijke advertenties naast onze gmail te zetten!

Een ander uniek kenmerk van Google is het advertising model dat (nog) geen vergelijk kent op het Internet. Onderzoek wijst uit dat Google search zonder advertenties als minder bruikbaar wordt ervaren dan de versie met advertenties. Dan weet je dat het gelukt is een naadloze integratie te vinden tussen de onafhankelijke zoekresultaten en de betaalde links van adverteerders. Het elegante ‘dutch auction’ model (hoogste bieder betaalt de prijs van de bieder na hem) dat de zoektermen verkoopt kijkt dan ook niet alleen naar de hoogste prijs maar ook naar de relevantie van de advertentie gegeven de zoekterm. Dit tot irritatie van sommige adverteerders die erachter komen dat ze de beste plek niet zondermeer kunnen ‘kopen’. Ook dit algoritme houdt dus rekening met vele factoren om de gebruiker de meest relevante advertenties te tonen, dit vormt de basis voor de tolerantie voor advertenties: relevantie.

Interview met de auteur door Andrew Keen op Techcrunch

Geintresseerd om het boek zelf te lezen? Kijk op de uitstekende podcast van Andrew Keen bij Tech Crunch naar een interview met Steven Levy. Ik luisterde het boek via mijn audio boeken abbonnement bij Audible. Even downloaden naar iTunes en op de iPhone in de auto luisteren, ook heel gemakkelijk. Ik vond het een zeer interessant kijkje in de keuken van Google en op dit moment het beste boek over deze bepalende speler op het Internet. Zeker een plek waard in je zomerstapel ;-)

Mike (Juni/2011)

 

It's right to be wrong