post

Wijsheid boven regels, vertrouwen in eigen kunnen: Barry Schwartzs Practical Wisdom

Natuurlijk houd ik er van om vooruit te lopen op de toepassing van ict in de samenleving. Ik ben er ook vast van overtuigd dat ons huidige onderwijs heel veel kan hebben aan informatietechnologie bij het realiseren van gepersonaliseerd onderwijs. Je kunt simpelweg meer 'echte' contacttijd hebben met leerlingen als zoveel mogelijk werk dat door computers gedaan kan worden ook daar wordt neergelegd. Dat deze ontwikkelingen weerstand oproepen bij leraren dat begrijp ik, maar ik ben er zeker van dat hun didactisch/pedagogische vaardigheden altijd toegevoegde waarde bieden boven wat computers kunnen. Maar dat ook hier de digitale revolutie blijvende veranderingen zal veroorzaken daar ben ik vast van overtuigd.

Angst is geen probleem, eraan toegeven wel

Ik heb zelf zeker ook last van angst voor verandering van tijd tot tijd. Maar angst voor technologie die mij uiteindelijk zal vervangen heb ik niet. Ik vertrouw op mijn menselijke vaardigheden die altijd weer een nieuwe toegevoegde waarde zullen hebben ten opzichte van welke technologie dan ook. Er is nog steeds geen techneut te vinden die in een vliegtuig stapt waar geen piloot maar een door hemzelf geprogrammeerde automatische piloot de volledige controle heeft. Of misschien dichter bij huis, blind rijden waar het navigatiesysteem toe uitnodigt. Technologie kan niet meer dan wij het de ruimte geven. Technologie kan niet improviseren, kan niet nuanceren, kan niet relativeren en kan niet beoordelen wanneer in de geest van de regels die regels gebroken moeten worden. Wat ik probeer te zeggen is dat ik naast mijn pleidooi voor de toepassing van ict waar mogelijk, altijd geloof in de toegevoegde waarde van de persoon. Maar zeer waarschijnlijk wel in een andere rol.

Praktische wijsheid zit tussen de regels niet in het strikt navolgen ervan

In deze tijd van regelzucht en grote behoefte om precies aan elkaar uit te leggen hoe zaken zouden moeten worden aangepakt keek ik onlangs nog een keer naar de zeer persoonlijke oproep van Barry Schwartz. Deze hoogleraar Economie en Psychologie houdt een emotioneel en humorvol betoog om mensen de ruimte te geven hun eigen wijsheid te gebruiken om hun taak zo goed mogelijk uit te voeren. Hij benadrukt daarbij dat op papier nooit gevangen kan worden hoe ieder mens in een situatie aanvoelt dat de regels soms genegeerd moeten worden. Dat het soms in het beste belang van een ieder is om toch iets anders te doen dan het voorschrift zegt. Barry Schwarts noemt dat 'Practical Wisdom'.

Zijn pleidooi is me uit het hart gegrepen. Ik hoop dat onderwijsmensen ict omarmen als hulpmiddel in het vertrouwen dat de kern van hun toegevoegde waarde nooit door een machine kan worden weggenomen. Ik wens ons de wijsheid om in deze tijd van angst niet te vluchten in de schijnzekerheid van regels. Ik hoop dat jij zijn 'talk' ook op prijs zult stellen, en dat je de ruimte voelt om met jouw wijsheid regels naar de geest toe te passen. Laat me weten wat je er van vindt.

Mike (Oktober/2012)

post

Gtar – Augmenting my Reality

Gtar

Op 25 juni jl. sloot Gtar – The First Guitar that Anybody can Play – een succesvolle funding af op kickstarter. Het doel van $100.000 werd ruimschoots gehaald met $353,392 bijeengebracht door 956 backers, waarvan ik er één ben! Misschien goed om even een paar zaken toe te lichten ;-)

Kickstarter doet Crowdfunding voor creatieve projecten

Kickstarter_badge_fundedCrowdfunding is al enkele jaren een zeer interessant fenomeen. Op platforms als kickstarter beschrijf je jouw project en enkele ‘pledges’, voor een bedrag dat je als (particulier) investeert wordt je een tegenprestatie toegezegd. Ja inderdaad, dit is niet hetzelfde als een aankoop in een winkel. Als het funding doel niet gehaald wordt gaat het project niet door, je toezegging wordt niet geind. Als funding wel slaagt, zoals bij Gtar, wordt het geld geind en gaat het project van start, levering van toegezegde tegenprestaties is daarbij echter niet gegarandeerd, je neemt zoals bij elke investering een risico.

 

Het vernieuwende aan deze nieuwe manier van zaken doen is dat financiering van een project door aanstaande klanten/fans van het project gebeurt, niet door een zakelijk financier die overtuigd moet worden van de veronderstelde belangstelling van de markt. Die markt bewijst zelf de belangstelling in het product en de ondernemer heeft direct contact met een schare aanstaande klanten en kan nog voordat hij begonnen is in gesprek en het idee of product al nader gaan invullen en aanpassen.

De Gtar is een ‘educatieve’ gitaar

Guitar-shots-hands

Mijn droom is al jaren om electrische gitaar te leren spelen, mijn probleem is dat ik daar geen tijd voor vrij maak… De Gtar doorbreekt die impasse op een manier die doet denken aan de aard van Augmented Reality techniek. Daarbij wordt de realiteit aangevuld met informatie of indrukken die daaraan gerelateerd zijn en toepasselijk of instructief zijn om toe te voegen. De Gtar doet iets vergelijkbaars, hij vult nl. je (pogingen tot) gitaarspel aan tot de bedoelde muziek afhankelijk van de moeilijkheidsgraad die je in de begeleidende app op de iPhone hebt geselecteerd. In de ‘easy’ modus hoef je alleen de goede snaar te raken om de juiste toon te krijgen, de ‘difficult’ modus is veeleisender en je kunt stap voor stap groeien naar beter spel daarbij aangemoedigd door muziek die al klinkt zoals je ooit ‘echt’ hoopt te kunnen spelen.

De Gtar is geen speelgoed gitaar, maar ook geen gewone electrische gitaar. Klassiek geconstrueerd door ervaren gitaartbouwers bevat deze houten gitaar ook een iPhone als ‘computer’, sensoren die snaren volgen en gekleurde LEDs in het ‘fretboard’ die je aangeven welke snaar je moet aanslaan en welke greep nodig is om de juiste noot te produceren. Disclaimer: als je als gepassioneerd gitaarspeler gruwt van mijn pogingen tot een beschrijving van gitaarspel vergeef dan deze amateur. Youtube wacht nog op me met ongetwijfeld honderden instructievideo’s voor beginnende spelers ;-)

Onweerstaanbare combinatie van techniek en jongensdroom

Enfin deze combinatie van nieuwe toepassing van informatietechnologie en het leren bespelen van een electrische gitaar bleek onweerstaanbaar voor mij. Ik kijk uit naar mijn Gtar in september dit jaar en de eerste schreden op het pad als gevierd gitaarheld, Jimi Hendrix here I come ;-)

Mike (Juni/2012)

post

Innovaties in Onderwijs zonder betrokkenheid van Docenten zijn kansloos

Picnic-mashup“Everyone is an expert at solving the problems that they themselves experience”. Zo begon Emer Beamer (not kidding ;-) van Butterfly Works haar presentatie op de PICNIC innovation mashup. Haar verhaal trof me direct omdat ik me realiseerde dat er veel over het heruitvinden van onderwijs wordt gesproken, maar dat daarbij maar zelden docenten direct betrokken zijn.

Ikzelf heb me daar zeker ook schuldig aan gemaakt de afgelopen jaren. Terwijl docenten de werkelijke experts zijn als het gaat om de problemen in het onderwijs en de oplossingen daarvoor.

Maar het nieuwe innovatie team bij Kennisnet is zeer bewust bezig het onderwijs en met name docenten nauw te betrekken bij verkenningen. De taakopvatting van het innovatie team, waarvan ik de aanvoerder mag zijn, is om van een ontwikkeling of trend een innovatie voor het onderwijs te maken door samen met het onderwijsveld een idee goed uit te werken en vervolgens uit te voeren. Pas bij brede adoptie van zo’n idee of concept mag immers gesproken worden van (succesvolle) innovatie. Maar hoe creëer je een omgeving waarin mensen komen tot die innovaties?

Design Thinking zit in de Cultuur niet in de Methode

IdeoAndrea Mallard van IDEO gaf met de beste presentatie van de ochtend over de cultuur bij IDEO nadrukkelijk aan dat de ‘zachtere’ cultuur aspecten van een organisatie veel belangrijker zijn dan de formele structuren en methodes. Natuurlijk is het makkelijk praten voor een internationaal concepten bureau dat de Design Thinking Methode (de gebruiker centraal in het ontwerpproces) heeft uitgevonden. Dan kun je je ook richten op andere aspecten. Toch troffen haar illustraties van de IDEO cultuur me en ik herkende mijn eigen beelden van een stimulerende omgeving waarin mensen hun creativiteit durven in te zetten. Een paar voorbeelden:

  • Rituals vs Rules
    De impact van de informele waarden in bijvoorbeeld brainstorming processen, zoals constructief voortbouwen op elkaars ideeën, heeft veel grotere impact dan formele afspraken. Voelen jouw collega docenten zich veilig als jullie samen nadenken over oplossingen in jullie school?
  • Playful Culture
    Spelen is niet het tegenovergestelde van werken, ‘If it isn’t fun it isn’t working’ stelde Andrea. In tijden van bezuinigingen, meer met minder en scherp gestelde doelen en dito beoordelingen is het goed om te onthouden dat mensen het best functioneren in een plezierige omgeving waarin ze het naar hun zin hebben. Het valt soms niet mee om in tijden van bezuiniging de lol erin te houden, hoe doe je dat in je eigen organisatie/school?
  • Failure vs Succes
    Toestemming (voelen) om dingen uit te proberen en te falen. Zorg ervoor dat je een idee snel, goedkoop en eenvoudig vorm geeft om het te kunnen delen. Dan kun je je veroorloven om van een slecht idee te leren en het weg te gooien, terwijl je pas echt gaat investeren als het idee aanslaat. Ik heb zelf de afgelopen jaren gezien dat het onderwijs wel gewend is dingen voor elkaar te krijgen met weinig middelen. Maar wordt door docenten de ruimte gevoeld om nieuwe ideetjes klein en provisorisch uit te proberen? En hoe wordt binnen het team omgegaan met mislukking?
  • Forgiveness vs Permission: “You did what?!”
    In onze calvinistische cultuur moeten we oppassen dat we niet automatisch toestemming gaan vragen voor een wat wilder idee. Binnen eigen kaders jezelf de ruimte geven om eens iets te proberen kan veel opleveren en versnelt vernieuwingsprocessen. Doen en daarna (eventueel) om vergeving vragen, overweeg het eens!
Als je zelf aan de slag wilt met IDEO’s Design Thinking Method bekijk dan hun toolkit voor educators.

De beste stuurlui staan aan wal, ik ben in mijn bootje gestapt en probeer snelheid te maken ;-)

Het is niet zo moeilijk geïnspireerd te raken door een ochtend met sprekers die vol passie over innovatie praten. Het vertalen van die inspiratie naar het eigen handelen, daar zit de uitdaging. Ik ga die uitdaging aan en wil graag bijdragen aan een cultuur die de experts in onderwijs hun eigen oplossingen laat realiseren. Constructieve feedback is daarbij onontbeerlijk, ik kan de effectiviteit van mijn handelen niet verbeteren zonder terugkoppeling. Je reactie op deze blog of via twitter is daarom zeer welkom.

Mike (Mei/2012)

[N.B. Deze post is ook gepubliceerd op de innovatieblog van Kennisnet, waar ik werkzaam ben als Manager van de afdeling Innovatie.]

 

post

Malcolm Gladwell op het Creative World Forum 2011: Waarom je beter derde kunt zijn…

CWF2011

Dit jaar was het internationale Creativity World Forum in Hasselt neergestreken, 2300 bezoekers kwamen 2 dagen bijeen op een prachtig vormgegeven locatie. Een grote luxe want het indrukwekkende programma met sprekers over creativiteit en innovatie was daardoor letterlijk heel toegankelijk. Voor mij een buitenkans om o.a. Malcolm Gladwell, één van mijn favoriete schrijvers, live aan het werk te zien.

Cwf-crowdMalcolm-gladwell-gestureCwf-stageMalcolm-gladwell-onstage

Innovatie is: Falen, Samenwerken en Organiseren/Uitvoeren

Het forum had vele gerenommeerde sprekers weten te strikken. En hoewel er ook wel wat tegenstellingen zaten in de benadering van creativiteit en innovatie kwamen er een paar duidelijk hoofdlijnen naar voren uit de twee dagen presentaties en discussies:

  1. Het belang van falen als noodzakelijk onderdeel in het creatief proces werd met name door Jimmy Wales van Wikipedia benadrukt. Dit is een uitdaging in veel organisaties omdat fouten veelal worden afgestraft. Daardoor wordt de ruimte niet gevoeld voor het nemen van de risico’s die tot innovaties leiden.
  2. De mythes over creativiteit, het beeld van eenzame genieën met plotselinge inzichten is romantisch maar incorrect stelde Keith Sawyer. Alle grote innovaties blijken tot stand gekomen in groepsprocessen waar in samenwerking het inzicht is komen bovendrijven met vele mislukkingen onderweg. Zo legde Darwin in zijn eigen ‘journals’ vast hoe zijn theorie langzaam vorm kreeg in debat met tijdgenoten, waarschijnlijk zonder dat hij dat zelf besefte. Of J.R.R. Tolkien die in een schrijverskring met o.a. C.S. Lewis wekelijks mythische werelden en wezens besprak terwijl hij aan ‘In de Ban van de Ring’ werkte. Kortom: samenwerking is een cruciaal element om tot innovaties te kunnen komen.
  3. De creatieve ideeën zijn op zichzelf niet de belangrijkste factor bij innovatie, het goed opvolgen, uitvoeren en communiceren van zo’n idee wel. Dit werd door Alexander Osterwalder (Business Model Generation) en Scott Belsky (Making Ideas Happen) uitgebreid onderbouwd. In de dagelijkse hectiek verdwijnt de inspiratie naar de achtergrond, er is aandacht en organisatie nodig om tot executie te komen. Want creativiteit x organisatie == impact. Daarnaast dreigt ‘Death by Powerpoint’ als geen aandacht wordt besteed aan de presentatie van ideeën, Garr Reynolds (Zen Presentation) was in een geweldige presentatie het levend voorbeeld van hoe dat wel moet.

Malcolm-gladwellJimmy-walesOliver-stone

Malcolm Gladwell: being third is best!

Hij maakte zijn reputatie als één van de werelds meest gevraagde sprekers meer dan waar. In een vloeiend betoog zonder een enkel visueel hulpmiddel hield Malcolm Gladwell ons voor waarom de eerste zijn bij het hebben van een vernieuwend idee onterecht als het hoogst haalbare wordt beschouwd. Hij gebruikte diverse voorbeelden die duidelijk illustreren dat de succesvolle implementatie van een innovatie altijd in 3 stappen gebeurt, waarvoor verschillende culturen, talenten en organisaties geschikt zijn.

  1. Het nieuwe, grote idee vergt veelal een centrale organisatievorm met veel resources voor fundamenteel onderzoek door grote intellectuele talenten op hun vakgebied. Dit zijn de ‘echte’ innovators.
  2. De vernieuwende ‘out of the box’ technologische vernieuwing om het grote idee te realiseren is vooral mogelijk in een ondernemende cultuur met kleinere, flexibele organisaties die nog niet worden gehinderd door hun hiërarchie en bestaande business om met disruptieve concepten en producten te komen.
  3. En de zogenaamde ‘tweakers’ kunnen (‘being third’) kennis nemend van het grote idee en lerend van de eerste technische oplossingen en de gemaakte fouten met een betere versie van het product de markt betreden. Deze organisaties kunnen met meer begrip van de nieuwe potentie hun product vorm geven, daarbij lerend van de partijen die eerste en tweede waren.

Er zijn door de jaren diverse voorbeelden die dit effect illustreren. In de IT industrie o.a. Xerox Parc die alle aspecten van de personal computer zoals we die nu gebruiken uitvond, IBM die een eerste versie bouwde en Apple die met de iMac kwam, de eerste computer die mensen gemakkelijk konden gebruiken. Meer voorbeelden van ‘third’ bedrijven zijn Facebook in social en Amazon met de Kindle in de e-reader markt. Het profiel van deze ‘tweakers’ is heel anders dan dat van de innovators. Ze hebben vaak (relatief) weinig resources en voelen een hoge noodzaak tot vernieuwing door de druk van de markt.

Malcolm Gladwell: Steve Jobs was a superb tweaker

Malcom Gladwell kenschetst Apple met Steve Jobs aan het roer als een perfect opererende tweaker. Immers de iMac, MacBook, iPod, iPhone en iPad hebben geen van allen de productvorm uitgevonden of waren het eerst op de markt. Integendeel, maar jaren na de eerste producten komt Apple wel met een product dat leert van reeds gemaakte fouten en biedt daarmee grote waarde in de markt. De iPod kwam nadat er al jaren mp3-spelers waren, de iPhone kwam nadat er al jaren smartphones waren, de iPad kwam nadat microsoft al jaren tablet computers ondersteunde, etc. Het succes van Apple illustreert bij uitstek waarom het zeker geen schande is en zeer lucratief kan zijn om als derde de markt te betreden.

Innoveren is een proces van proberen, falen, herhalen, tweaken en in samenwerking voortbouwen op het werk en de inzichten van anderen. Malcolm Gladwell geeft ook een voorbeeld van een sector waar ‘being first’ geen nadeel is. Met name innovatie in publieke sectoren/dienstverlening heeft geen hinder van het ‘first movers’ nadeel. Vermarkten van de innovatie is daar immers niet het primaire doel. Universiteiten bijvoorbeeld kunnen zich daarom richten op fundamenteel onderzoek. Ben ik blij dat ik aan innovatie in het onderwijs werk!

Mike (November/2011)

post

De Mifi, De Droam en altijd en overal toegang tot de Cloud

We hebben al onze informatie, (kennis)producten, contacten en bronnen in de Cloud staan. Maar hoe komen we vervolgens altijd en overal bij die Cloud en onze daarin opgeslagen collectibles? 

Je eigen cloud toegang met Mobile Wifi: Mifi

In en rond huis, kantoor en steeds meer andere locaties zijn draadloze voorzieningen beschikbaar, veelal gratis. Mobiele datanetwerken dichten de overblijvende 'gaten' in connectiviteit. Maar moet ik dan voor elk apparaat wat ik gebruik 3G hardware ondersteuning en een apart data abonnement hebben? Nee! Er is een elegante tussenoplossing beschikbaar in de vorm van een zogenaamde 'Mifi' (Mobiele Wifi).

Dit mini routertje (kleiner dan je mobiele telefoon) werkt op een oplaadbare batterij (zo'n 5 uur) en biedt maximaal 5 apparaten een wifi verbinding met het Internet. Het gebruikt daarvoor zelf één data abonnement dat gedeeld wordt door de met de mifi verbonden apparaten. Je kunt dus tegelijkertijd met 5 apparaten via één mobiel data abonnement het Internet benaderen.

Klinkt handig, maar wat zijn de nadelen? Het is weer een extra apparaatje dat je bij je moet hebben, wat je moet opladen en dat ingeschakeld moet worden en dan 30 seconden later beschikbaar is. De voordelen zijn m.i. veel groter dan de nadelen. Kijkend naar kosten: alle mobiele apparaten ondersteunen wifi, je hoeft dus geen duurdere 3G uitvoering van tablets of notebooks aan te schaffen. Van bijvoorbeeld het prijsverschil tussen een iPad met en zonder 3G heb je een Mifi router en een paar tientjes over. Je hebt maar één data abonnement dat je kunt gebruiken voor alle mobiele apparaten die je hebt of nog gaat aanschaffen. En dan gebruiksgemak: geen enkel apparaat heeft nog drivers of extra software nodig voor de data verbinding. Wifi werkt gewoon en wordt automatisch verbonden. Alle complexiteit zit in de Mifi die je één keer instelt.

N.B.
Technisch is zogenaamde tethering mogelijk met je smartphone. Die deelt dan zijn mobiele dataverbinding via wifi. Providers ondersteunen dit echter lang niet altijd en leggen beperkingen op t.a.v. bandbreedte gebruik.

Droam versus internationale data tarieven: 1-0

Mooi, dat is dan geregeld zou je zeggen. Maar toen ging ik op vakantie deze zomer. En hoewel ik werkmail uitstekend kan missen ;-) vind ik het juist in mijn vakantie fijn om mijn favoriete digitale kranten, tijdschriften en gadgetblogs bij te houden. Sinds mijn iPad2 heb ik dan ook een ernstige flipboard verslaving, feitelijk een onuitputtelijk tijdschrift kleiner en lichter dan één papieren exemplaar. Daarbij komt een recente hobby: bloggen over vakantie belevenissen voor het thuisfront, opa's en oma's waarderen de virtuele toegang tot de kleinkinderen zeer. Maar hoe regel ik betaalbare cloudtoegang in het buitenland?

Droam biedt een handige oplossing: een Mifi router die je in bruikleen krijgt met een vast tarief voor een databundel voor een zelf te kiezen periode of een bedrag per dag. Mijn ervaring is dat een databundel van 1 GB volstaat voor 3 weken lekker lezen en bloggen in de vakantie.

Tijdelijke oplossingen voor tijdelijke problemen, voor hoe lang?

Overigens zijn deze oplossingen tijdelijk omdat de problemen die ze oplossen (hopelijk) tijdelijk zijn. Met de Mifi repareren we dat er nog geen landelijk dekkende wifi (of soortgelijke) infrastructuur is. En dat de providers ons separate abonnementen willen verkopen, zelfs als we meerdere diensten bij dezelfde partij afnemen.

In het geval van de Droam zijn het de schandalig hoge tarieven voor internationaal datagebruik die aanleiding geven om een alternatief te zoeken. De ironie wil dat Droam gebruik maakt van Vodafone business abonnementen en daarvoor kennelijk tarieven kan bedingen die we als consument niet krijgen. In elk geval blijken zij wel in staat een redelijk tarief te vragen, ik was voor 65 euro de hele vakantie online met vier devices. Prima dekking en bandbreedte, zelfs aan de voet van de pyreneen ;-)

Innovaties zoals Mifi routers en Droam rammelen aan de falende dienstverlening waar ze oplossingen voor bieden. Hopelijk leid dat snel tot verbeteringen in die dienstverlening, hoewel ik al redelijk gehecht ben geraakt aan mijn Mifi als oase van bandbreedte daar waar die schaars is.

Mike (September/2011)

 

post

Steven Levy: In the Plex, How Google Thinks, Works and Shapes Our Lives

Steven-levy

Senior Wired schrijver Steven Levy heeft met ‘In The Plex, How Google Thinks, Works and Shapes Our Lives’ een zeer interessant boek geschreven over Google. Doordat hij als onafhankelijk schrijver toch het vertrouwen kreeg om veel mensen binnen Google uitgebreid te spreken vertelt hij een boeiend en enthousiasmerend verhaal van binnenuit een bijzondere organisatie, en neemt daarbij geen blad voor de mond. Naast het feit dat Google als werkwoord wereldwijd bekend is geraakt is de organisatie zelf ook uniek in een aantal dingen die Levy met duidelijk plezier beschrijft.

Een paar voorbeelden die mij aanspraken:
  • Google is bereid een radicale aanpak te volgen om doelen te bereiken, met 24.000 medewerkers probeert het zo wendbaar te blijven als een startup. Zo participeerde het bedrijf in de veiling van een mobiele operator frequentie die het niet wilde hebben. Dit pokerspelletje had als doel de prijs op te drijven tot het bedrag waarboven een bieder de frequentie moest kopen. Deze frequentie moest dan ook open worden aangeboden door de winnende provider, daarmee Google een basis biedend voor haar Android telefoons. Larry Page wilde eigenlijk verder bieden om de frequentie dan ook maar te kopen, Eric Schmidt (toen CEO van Google) wist hem daarvan te weerhouden. Maar een volgende keer?
  • Google en dan met name de ‘founders’ Larry Page en Sergey Brin hebben een voorkeur voor ‘Big, hairy and Audacious Goals’. Een voorbeeld? Google Books ambieert alle 130 miljoen bestaande papieren boeken op de wereld te scannen en online doorzoekbaar te maken. Public domain boeken (van voor 1930) zijn direct te lezen, beschermde werken kun je direct bestellen. Het zijn vaak projecten die niet realistisch of haalbaar lijken, het is tekenend voor de cultuur bij Google dat dit soort projectvoorstellen gewoon uitgevoerd worden. In dit voorbeeld heeft Google zelf speciale scanners ontwikkeld om snel genoeg boeken te kunnen scannen zonder het boek kapot te hoeven maken. Zo scant het hele bibliotheek collecties in enkele dagen om daarna alle boeken keurig en onbeschadigd terug te brengen. Dat gevestigde organisaties rond auteursrechten hier allerlei problemen mee hadden/hebben laat zich raden, dat stopt Google met z’n engineers echter geenzins om op basis van de ‘de data’ de in hun ogen logische stappen te zetten. En waarom zouden ‘s-werelds boeken niet voor iedereen vindbaar mogen zijn?
  • Google is in haar kern anti-management en anti-sales, Engineers zijn de belangrijkste mensen in de organisatie, de rest is er om hen het werken zo gemakkelijk mogelijk te maken. De Google cultuur wordt wel toegeschreven aan het feit dat zowel Larry Page als Sergey Brin beide montessori kinderen zijn die geleerd hebben overal en altijd vragen over te stellen en niet snel iets aan te nemen of als onmogelijk te accepteren. Deze cultuur, ook wel gekenschetst als ‘do first, apologize later’, maakt het mogelijk om risico’s te blijven (durven) nemen, de keerzijde is dat Google minder gevoel heeft bij privacy gerelateerde nuances. Ik ben erg benieuwd of de Google ‘learning machine’ zich ook op dat punt zal ontwikkelen.

Don’t be Evil?

DontBeEvil Met het zelfgekozen motto ‘Don’t be Evil’ wil Google zich bewust blijven van haar verantwoordelijkheid om met de ongekende hoeveelheden (persoonlijke) informatie die tot haar beschikking staan verantwoord om te gaan. Niet iedereen is de mening toegedaan dit hen dit altijd lukt…

Enkele saillante voorbeelden van omstreden activiteiten van Google:

  • Google in China
    Google’s besluit in China een gecensureerde versie van Google aan te bieden heeft veel discussie opgeroepen. De beslissing censuur te accepteren werd ingegeven door de overtuiging dat het uiteindelijk mogelijk zou worden steeds minder censuur toe te passen. Google pakte het probleem dat de overheid niet tevoren wilde zeggen wat niet toegestaan was ‘googly’ aan. Omdat google herhaaldelijk werd afgesloten als het ongewenste inhoud toonde ontwikkelde het een algoritme dat bij Chines sites (die wel richtlijnen kregen) checkte welke sites zij blokkeerden om te bepalen voor Google China wat wel en niet toegestaan zou zijn. Uiteindelijk besloot Google zich na jaren van hevige discussies weer terug te trekken uit China, de censuur bleek toe te nemen in plaats van te verminderen. Het China avontuur wordt wel eens neergezet als opportunistische poging om een enorme markt aan te boren. Maar Levy wijst op het feit dat Sergey Brin een kind is van Joodse vluchtelingen uit communistisch Rusland met grootouders die de Holocaust moesten doormaken. Hij was en is zich wel degelijk bewust van het dilemma: hoe help je China het beste: wegblijven en daarmee weigeren met het ondrukkende regime te onderhandelen of instappen en van binnenuit proberen vooruitgang te boeken?
  • Apple en Google
    De relatie tussen Apple en Google is ook een tumultueuze. Toen investeerders bij de jonge Larry en Sergey aandrongen op het aanstellen van een ervaren CEO om het snel groeiende Google te begeleiden was hun ideale kandidaat Steve Jobs! Maar met Apple in de wederopbouw en een hobby project genaamd Pixar had Steve zijn handen al vol. Hij is jarenlang als coach en vertrouweling van Larry en Sergey betrokken geweest bij de strategie van Google, en deelde zijn visie, strategie en ideeen over de toekomst van de mobiele markt. En toen releaste Google Android… Steve Jobs voelde zich verraden door Google toen het na jaren van nauwe samenwerking, met name ook met applicaties voor de iPhone, een eigen mobiel OS genaamd Android op de markt bracht inclusief de smartphones waarop het draait. Dit voorval is zowel kenmerkend voor de mentaliteit van Jobs als de brutaliteit van Google, als de laatste kansen ziet dan stappen ze erin. Je zou kunnen zeggen dat de meester zijn leerlingen goed opgeleid heeft. Het voorval heeft de verhoudingen tussen Apple en Google ernstig bekoeld. Eric Schmidt, tot voor kort CEO van Google, was ook snel daarna geen lid meer van de Apple Board waar hij jaren zitting in heeft gehad. Apple vond het ‘minder passend’ Google goed op de hoogte te houden van haar strategie in de mobiele markt…
  • Google en Politiek
    Google heeft goede relaties met enkele progressieve en innovatieve amerikaanse politici. Zo is Al Gore, tot op heden nog lid van de Apple Board, in een aantal lastige dossiers een gewaardeerd adviseur van Larry en Sergey. Ingeval van Google China heeft hij gewezen op de risico’s bij het zaken doen met het regime daar, hij had daar als vice president door schade en schande zelf de nodig ervaring mee opgedaan.
    Nu president Obama is als kandidaat voor de democraten op bezoek geweest bij Google om zich te verdiepen in de aard en impact van ‘het Internet’. Het bezoek legde de basis voor de succesvolle fondswerving en latere campagne van de toenmalige kandidaat die zelfs enkele googlers inspireerde voor zijn campagne te werken. Google hoopte daarmee ook een president te krijgen met begrip voor hun lastige positie op het gebied van privacy en marktdominantie. Obama heeft echter al laten zien dat hij als goed bestuurder geen uitzonderingen maakt in de bedrijven die onderzocht worden op ongeoorloofde concurrentie, bijvoorbeeld in het geval van Google boeken.

Google: een mediabedrijf? Nee meer AI (Artificial Intelligence)

Wat kenmerkt Google nu in haar kern? Is het een media bedrijf, het biedt immers toegang tot allerlei informatie in allerlei vormen: blogs, websites, afbeeldingen, foto’s, video? Levy concludeert dat de kern van het bedrijf ligt in de continue verbetering van de algoritmes die onze zoektermen combineren met onze context en dan de meest relevante resultaten opleveren. Google bewaart 9 maanden logs met onze searches om in gedetailleerde analyses te bepalen hoe de algoritmes gewijzigd moeten worden om nog betere resultaten te kunnen leveren. Deze technologie is divers inzetbaar en wordt bijvoorbeeld ook gebruikt om zo relevant mogelijke advertenties naast onze gmail te zetten!

Een ander uniek kenmerk van Google is het advertising model dat (nog) geen vergelijk kent op het Internet. Onderzoek wijst uit dat Google search zonder advertenties als minder bruikbaar wordt ervaren dan de versie met advertenties. Dan weet je dat het gelukt is een naadloze integratie te vinden tussen de onafhankelijke zoekresultaten en de betaalde links van adverteerders. Het elegante ‘dutch auction’ model (hoogste bieder betaalt de prijs van de bieder na hem) dat de zoektermen verkoopt kijkt dan ook niet alleen naar de hoogste prijs maar ook naar de relevantie van de advertentie gegeven de zoekterm. Dit tot irritatie van sommige adverteerders die erachter komen dat ze de beste plek niet zondermeer kunnen ‘kopen’. Ook dit algoritme houdt dus rekening met vele factoren om de gebruiker de meest relevante advertenties te tonen, dit vormt de basis voor de tolerantie voor advertenties: relevantie.

Interview met de auteur door Andrew Keen op Techcrunch

Geintresseerd om het boek zelf te lezen? Kijk op de uitstekende podcast van Andrew Keen bij Tech Crunch naar een interview met Steven Levy. Ik luisterde het boek via mijn audio boeken abbonnement bij Audible. Even downloaden naar iTunes en op de iPhone in de auto luisteren, ook heel gemakkelijk. Ik vond het een zeer interessant kijkje in de keuken van Google en op dit moment het beste boek over deze bepalende speler op het Internet. Zeker een plek waard in je zomerstapel ;-)

Mike (Juni/2011)

 

post

Laatste MoMo, #21 Spaces, een waardige afsluiting

Momo-logo Mobile Monday Amsterdam sloot gisteravond een reeks van 21 gratis toegankelijke ‘mini conferences’ af. Wat in mei van 2007 begon als een netwerkborrel groeide uit tot een reeks zeer interessante bijeenkomsten met sprekers die niet misstaan als keynotes op grote conferenties. Maar dan is het MoMo platform veel toegankelijker (gebleven) door de informaliteit, het pragmatisme in de organisatie en de zeer effectieve RSVP methodiek van inschrijven. De 400 plaatsen in de Duif in Amsterdam werden steeds in twee RSVP rondes vergeven op de ‘meetup pagina’ van MoMo. Klokslag 12:00 twee weken en één week tevoren konden geregistreerde gebruikers op de [I want to join] knop duwen, de laatste MoMo’s was de meetup binnen enkele minuten(!) volgeboekt tot verbijstering van diegenen die even later op de portal keken. Dan weet je in elk geval dat je de scherpste 400 mensen in huis hebt ;-)

Krenten in de pap: Internet of Things and Beyond

Mesh Eén van de meest memorabele MoMo’s waar ik aanwezig kon zijn was #15 over ‘Internet of Things and Beyond’. Vaak begint men bij dit onderwerp direct over ijskasten met Internet verbindingen die zelf verse melk bestellen. MoMo meetups kenmerkten zich echter steevast door veel meer verdieping te zoeken.

Zo sprak David Orban over de data die sensoren verzamelen en zelf kunnen analyseren en publiceren. Deze sensoren kunnen overal geplaatst zijn maar ze zitten ook in onze smartphones en auto’s. Ze verzamelen zoveel gegevens dat wij als mensen de beperking worden in de verwerking ervan, wij zijn de langzaamste schakel in de IT keten. David stelt dat sensornetwerken de analyses zullen afhandelen en ons de data gebruiksvriendelijk ter beschikking stellen. Daarmee worden we weer onafhankelijker van de technologie die ons nu vaak nog zo in beslag neemt.

En als dat ‘stretching it’ was dan kwam daarna Andrew Hessel, verbonden aan Ray Kurzweils ‘Singularity University’ die over ‘The Internet of living things’ sprak. Hij vergelijkt de logica in computers met het DNA waarmee je bacteriën kunt programmeren om bepaalde functies te vervullen. Met DNA printers kun je deze ‘DNA programma’s’ (nu al) tot levende organismen transformeren. Cool zegt Andrew, fascinerend inderdaad, maar de consequenties gaan mijn brein te buiten in elk geval. Duidelijk werd wel dat informatie technologie ook bij het ‘ontwerp’ en de creatie van levende organismen een versnellende, disruptieve rol speelt. Of dit vooral hoopvol of beangstigend is weet ik nog even niet, beide waarschijnlijk. Eén van de boeiendste sprekers die ik bij MoMo zag.

MoMo #21 Spaces, een waardige afsluiting?

Het antwoord daarop is gelukkig een volmondig ja. Vooral de 3 sprekers na de pauze hadden ijzersterke verhalen met interessante gezichtspunten. Ben Hammersley, voormalig oorlogscorrespondent nu Consultant ‘on the effects of the internet on society, foreign policy, business, and culture’, sprak over de ‘space of possibility’. Hij ziet een kloof tussen de generatie die de opkomende (mobiele) technologie begrijpt en ermee leeft (u en ik?) en de generatie die de wereld probeert te besturen en ten onrechte denkt dat de hiërarchieën die zij construeerden hun grip op de wereld nog niet verloren hebben. Dit terwijl iedereen nu middelen tot zijn/haar beschikking heeft om zonder toestemming wereldwijd te publiceren. En (sociale) netwerken ons in staat stellen om ongekend snel grote groepen mensen te organiseren en mobiliseren. Diverse industrieën en dictaturen hebben deze disruptie inmiddels mogen ervaren. Deze verbreding van het vraagstuk hoe technologie ontwikkeling niet alleen de economie maar ook de mores in de maatschappij, het bestuur en de cultuur beïnvloed vond ik verfrissend. Er zijn eerder technologie revoluties geweest maar de enorme versnelling is nieuw, deze laatste technologie revolutie helpt zijn opvolger te ontwikkelen. Concreter: wie in de technologiesector kan nog aan zijn ouders uitleggen wat zijn of haar baan inhoudt?

Cityscreen_crash Adam Greenfield, voormalig design directeur bij Nokia en nu gerespecteerd auteur (lees Everyware) en spreker over Urban Landscapes, hield een evenzo boeiend verhaal over de publieke ruimte die een ‘networked city’ wordt met objecten die kunnen waarnemen (met diverse sensoren) en handelen op basis van die waarneming. In hoeverre hebben wij nog controle over de informatie die wordt verzameld en wie dat waarvoor gebruikt, bewaart en inzet voor doelen die initieel nooit zijn aangegeven laat staan geaccordeerd door burgers? Een goed onderbouwd pleidooi voor transparantie en openheid om een leefbare publieke ruimte te behouden.

Kevin Slavin, mede-oprichter van Starling.tv een social TV platform, sloot af met een nuancering van de run op ‘Augmented Reality’. Onze visuele waarneming is aan zoveel invloeden onderhevig dat er wellicht veel boeiender mogelijkheden zijn dan er domweg beelden overheen leggen.

We hebben de video’s nog…

Het soort verhalen dat ik geprobeerd heb te beschrijven laten zich natuurlijk niet samenvatten in enkele zinnen. Deze en andere interessante presentaties vindt je op mobilemonday.nl of in de podcast. Een laatste tip: kijk in elk geval ook even bij #18 – Data: Mike Kuniavsky, Information is a Material, een hele andere kijk op ubiquitous computing.

Bedankt MoMo, het was erg interessant en op je hoogtepunt stoppen getuigt van grote klasse wat mij betreft.

Mike (Mei/2011)

post

De Geschiedenis van de Toekomst: van Apple Newton naar iPad

Ipad2 Tablets zijn (eindelijk) gearriveerd. De iPad toont aan dat er een plek is tussen smartphones en laptops. Als fervent gebruiker van (alle pogingen tot) tablets de afgelopen 10 jaar heb ik wel een beeld van de factoren die succes bepalen voor dit type apparaat. Na 3 Apple Newtons (2 x zo dik als huidige laptops) en diverse Tablet PC’s met Windows XP tot 7 biedt mijn iPad2 eindelijk de toegevoegde waarde die ik zocht. Een trefzekere touch-interface, een goed handzaam scherm, een batterij die makkelijk een hele dag meegaat, laag gewicht, een eenvoudig stabiel OS, connectiviteit naar de cloud en mijn gegevens, steeds meer sensoren, etc. Door deze eigenschappen verovert de tablet een plek op tijden/plaatsen waar laptops onhandig groot en smartphones onhandig klein zijn.

Ecosysteem minstens zo belangrijk als het device

Maar al te vaak wordt alleen gekeken naar specificaties van het device, terwijl een nieuw device tegenwoordig alleen succesvol kan zijn als het hele ecosysteem klopt. De app store met z’n lage drempel voor developers en gebruikers en de enorme collectie applicaties definieert de waarde van de iPad doordat daarmee alle mogelijkheden volop worden benut in combinaties die ons nog gaan verbazen.

Dit ecosysteem verschilt enorm van b.v. de situatie rond laptops met een zwaar OS, ingewikkeld (applicatie) beheer, en een complexe interface. De drempel om een iPad te gebruiken en daarop nieuwe apps te ‘installeren’ is veel lager en het valt niet mee om in de problemen te komen. Geen crashes, geen (her)installaties, geen handleidingen, geen opstarttijd. Deze verschillen zijn ook van grote betekenis voor het gebruik van ‘computers’ in onderwijs, daarover straks meer.

Geschiedenis van de Toekomst

Apple-newton De iPad is niet de eerste tablet poging van Apple. Steve Jobs keerde terug bij Apple in 1997, nadat hij in 1985 werd weggepromoveerd bij het Macintosh project en Apple teleurgesteld verliet. Ironisch genoeg was de Apple Newton (een tablet/PDA avant la lettre) het eerste product dat hij schrapte toen hij het roer weer overnam. Apple heeft (lang) gewacht voordat men vond dat de technologie en de kosten daarvan rijp waren voor een succesvolle introductie van een tablet. Veel achtergrond informatie over de Apple strategie is te vinden in een onderhoudend boek van Jay Elliot (voormalig SVP bij Apple): The Steve Jobs Way, iLeadership for a New Generation.

Wat mij betreft is duidelijk dat Tablets een zeer interessante toekomst hebben als content delivery platform (informatie consumeren) met (nog beperkte) mogelijkheden om zelf te creëren. Garageband en iMovie laten zien dat die creatie mogelijkheden er zeker zijn, effectieve interfaces op een tablet zijn echter zo anders dat we daar nog veel innovatie zullen zien, ook in klassieke toepassingen. Die toekomst zie ik vooral door de laagdrempeligheid en de vereenvoudiging in applicaties die minder doen, minder kosten, makkelijker te vinden/betalen/installeren/leren/gebruiken zijn waardoor we veel meer op maat bediend kunnen worden. Mark Randall, Chief Strategist Digital Media bij Adobe noemt dit ‘app snacking’.

Van oude wijn in nieuwe zakken naar Innovatie

Zoals bij elke nieuwe technologie introductie treedt eerst veel vervanging op van bestaande toepassingen. Een treffend voorbeeld hiervan is het eBook. We bladeren op onze eReader in een vaste volgorde door een titel en zijn al blij als we lettertypes kunnen vergroten/verkleinen. En natuurlijk hebben onze leveranciers verschillende formaten bedacht met DRM die vooral betalende gebruikers tot waanzin drijft. Het duurt altijd even voordat we loskomen van het oude juk en de potentie van de nieuwe technologie volop zien. Zo was één van de uitkomsten van een eReaders test bij Kennisnet dat het erg onhandig is dat je niet meerdere boeken tegelijk en naast elkaar kan lezen op zo’n reader, dat kan met fysieke boeken immers wel! De vraag is echter waarom een digitaal ‘boek’ niet simpelweg een dynamische combinatie zou bieden van een theorieboek, praktijkopgaven, referentie materiaal (rekentabellen/woordenboeken) met ingebouwde zoektechnologie, associatieve linking, etc.

Flipboard Voor de iPad is Flipboard een geweldige, snel groeiende app die dit model illustreert. Je kunt er allerlei bestaande kanalen/bronnen (twitter, facebook, RSS feeds, etc.) combineren en verder personaliseren met filters/zoekwoorden per kantaal. Soortgelijke apps zijn Pulse en Zite. ShowYou doet iets soortgelijks met video van de mensen die jij kent of volgt. Een hele nieuwe ervaring bij video’s snacken op YouTube. Een startup presenteerde bij ‘The Next Web 2011’ afgelopen week ‘Open Margin’, nu nog in closed beta. Open Margin biedt een eReader waarin je bronnen kunt annoteren en die annotaties online publiceert, zo kunnen alle aantekeningen bij een ‘ boek’ gedeeld worden onder alle lezers (vrienden? klasgenoten?) van dat materiaal. Over krachtige studie instrumenten gesproken.

Onderwijs

Ik las laatst een quote die me aansprak: ‘Scholen van Gisteren: Waarom ze leerlingen niet kunnen voorbereiden op de wereld van Morgen.’ Dit gaat ook op voor het gebruikte leermateriaal dat nu voor iedere leerling hetzelfde is, op hetzelfde moment, op dezelfde plaats, in dezelfde vorm, hetzelfde tempo, etc. Ik ben ervan overtuigd dat de Tablet het device is waarmee elke leerling zijn/haar persoonlijk toegang tot een individuele leerweg kan krijgen. Met flexibel (leer)materiaal dat altijd en overal toegankelijk is in de cloud. ‘Echte’ computers zullen er ook blijven maar zoals ik heb betoogd zijn Tablets echt andere apparaten met een heel ander ecosysteem waarvan de eenvoud, flexibiliteit en personalisatie goed bij onderwijs past. Dit nieuwe ‘boek’ (zie b.v. de ipad app van ‘Our Choice’ van Al Gore) biedt toegang tot al het materiaal dat leerlingen nodig hebben om het onderwijs te volgen dat hun unieke talenten naar boven brengt. Goede docenten blijven daarin van cruciaal belang als planners en begeleiders van het leren, hen kan in hetzelfde ecosysteem veel routinematig werk en administratie bespaard worden. Maar dat is weer een heel ander verhaal.

Mike (April/2011)

post

Andrew Keen on Mike Daisey’s: The Agony and the Ecstasy of Steve Jobs

Andrew-Keen

Professionele zuurpruim, auteur, spreker en journalist Andrew Keen, bekend van o.a. ‘The Cult of the Amateur’ en groot Twitter fan maakt voor TechCrunchTV een zeer interessante podcast.

In ‘Keen on…’ interviewt hij opinie leiders in technologie, media en beleid. Recente voorbeelden: Sherry Turkle, Robert Scoble, Seth Godin, Kevin Kelly, Don Tapscott, etc. Het levert regelmatig interessante gesprekken op die lekker kort en to-the-point zijn. Een aanrader!

Mike-Daisey-Agony

Mike Daisey bezoekt Foxconn in Shenzhen

Vandaag bleef ik even hangen bij een interview met Mike Daisey over zijn monoloog ‘The Agony and the Ecstasy of Steve Jobs’. In deze monoloog gaat Daisey in op zijn bevindingen tijdens een verblijf van drie weken in Shenzhen/China, vestigingsplaats van Foxconn waar 800.000 mensen dagelijks met de hand o.a. iPhones in elkaar zetten.

Productieproces onderdeel van de esthetiek van een product?

Na het nieuws vorig jaar dat enkele medewerkers zelfmoord pleegden als gevolg van de slechte omstandigheden in de fabrieken heeft Daisey het op zich genomen om meer aandacht te vragen voor een vreemde tegenstelling. De ‘form over function’ producten van Apple benadrukken de esthetiek van technisch ontwerp, maar ze worden in elkaar gezet door mensen die in erbarmelijke omstandigheden moeten leven en werken om ons die apparaten op tijd te bezorgen. Je kijkt toch anders tegen je iPad 2 of iPhone 5 aan later dit jaar. Overigens stelt Mike dat het niet anders gesteld is bij de productie van Android toestellen of Windows 7 Phones. Hij pleit voor een signaal van consumenten naar producenten. Something to think about.

Mike (Februari/2011)

post

The turning point between two eras

 

Fd Uit het FD van 7 oktober 2010:  Het doek is gevallen voor drukkersconcern Thieme Grafimedia. Na het eerdere bankroet van zes bedrijfsonderdelen is faillissement verleend voor nog eens dertien andere dochterbedrijven en is de ontmanteling van Thieme Groep een feit. Vrijwel de gehele Nederlandse grafische sector kampt met lage marges, die het gevolg zijn van aanhoudende overcapaciteit. De werkgelegenheid loopt terug. Ook marktleider Roto Smeets krimpt sterk in en wordt waarschijnlijk door een investeerder gekocht…

Screen shot 2010-10-16 at 6.00.03 PMVan de WikiwijsInHetOnderwijs site: op 14 oktober ontving het Wikiwijs-programma tijdens het congres ‘Burger bewust’ de eParticipatie Award 2010. Wikiwijs  is een webplatform waar docenten leermateriaal kunnen zoeken, gebruiken, maken en delen. Wikiwijs is opgezet met het doel het gebruik en hergebruik van open leermiddelen te bevorderen.

Zo maar twee nieuwsitems van de afgelopen weken die illustreren dat de wereld van de (educatieve) uitgevers in een hoog tempo aan het veranderen is. Waar in het verleden schaalgrootte het kenmerk van deze bedrijfstak was maken ICT gedreven technologische vernieuwingen het mogelijk dat productie- en distributieprocessen radicaal anders opgezet kunnen worden waardoor alle schakels in de keten onder druk komen te staan.

The past of printing

Een keten met 4 schakels

Om te kijken naar deze verschillende schakels bij het creëren van content, of het nu kranten, televisie, muziek of onderwijs ondersteunend materiaal betreft, kan de volgende verdeling gehanteerd worden:

  • Het begint altijd met de creatie, de schrijver / artiest / televisiemaker / filmmaker bedenkt het product waarbij deze vaak ondersteund wordt om tot de gewenste kwaliteit te komen (boekredactie, muziekproducent/mixer, filmproducent/montage).
  • Als de content er is moet deze vervolgens geproduceerd worden. Dit betreft het (massaal) vervaardigen van het product, schaal is om economische redenen essentieel hierbij.
  • De derde schakel betreft de distributie, ofwel het product, eventueel met gebruikmaking van de tussenhandel, naar de klant brengen.
  • De vierde en feitelijk belangrijkste schakel is het gebruik, het product gebruiken op de tijd / plaats / manier zoals de consument dat wil.

De vraag is wat nu het kenmerkende verschil is met het verleden. Als we de verschillende schakels langslopen lijkt er bij de creatie in principe niet veel veranderd, echter door de enorm toegenomen toegankelijkheid van gereedschappen voor het maken van content zijn veel meer mensen daadwerkelijk gaan creëren. Waar in het verleden alleen de grote bedrijven/studio’s zich state of the art apparatuur veroorloven konden, is dit door de enorme prijserosie voor eenieder bereikbaar geworden. Wel kan worden vastgesteld dat het maken van hoogwaardige content niet triviaal is en dat ondersteuning hierbij veel toegevoegde waarde genereren kan.

De andere schakels zijn in vergelijking met een aantal jaren geleden nog ingrijpender veranderd. Door de komst van printing-on-demand technieken is het bijvoorbeeld mogelijk boeken ook in (zeer) kleine oplages met voldoende lage kosten te produceren. Bij de creatie van eBoeken (nu al 5% van de verkoop) is het nog dramatischer. Productie en distributie zijn één geworden en door te downloaden produceert de afnemer zijn eigen exemplaar. De verwachting is dat met name dit grote gevolgen zal hebben voor het distributienetwerk. Op de PICNIC 2010 wist Charles Melcher (van Melcher Media) te vertellen dat als ergens rond 2015 zo’n 20% van verkochte boeken eBoeken zullen zijn dit het einde van ketens als Barnes & Nobles zal betekenen, waarna het percentage eBoeken alleen nog maar sneller zal toenemen.
De grote winnaar is uiteindelijk de consument. Deze krijgt een veel groter aanbod van producten die hij in principe op een device naar keuze zal kunnen gebruiken, information / music / entertainment / learning at your fingertips.

learning at your fingertips

Herschikking van de keten

Dit alles betekent wel dat de huidige rolverdeling in de productie van leermiddelen snel zal veranderen. De positie die de uitgevers daar traditioneel bekleden uit hoofde van hun defacto monopolie op productie en distributie is niet meer houdbaar. Toegegeven: uitgevers doen veel meer dan het produceren en distribueren van papier, met name hun rol ten aanzien van de kwaliteit van het materiaal is absoluut relevant. Echter deze rol kan ook anders ingevuld worden hetgeen een initiatief als Wikiwijs nu al aantoont. Uitgevers moeten zich realiseren dat hun huidige rol, die als basis hun snel eroderende pseudo-monopolie heeft, steeds minder vanzelfsprekend wordt. De eigenlijke creatie van leermateriaal gebeurt nu en in het verleden met name door het veld en dat kan straks op basis van WikiWijs-achtige constructies buiten de uitgevers om, een kwalitatief minstens gelijkwaardig aanbod van leermiddelen neerzetten.

Uitgevers kunnen veel waarde toevoegen met name in een ondersteunende rol bij de creatie van materiaal. Ook zit er veel toegevoegde waarde in het bieden van een structuur (methode). Hiermee wordt een match geboden tussen de eisen die aan een opleiding worden gesteld (eindtermen) en het materiaal dat aan die eisen helpt voldoen. Uitgevers zijn echter niet de enige partijen die de expertise hebben om deze waarde te leveren. Wat daarbij nog wel onduidelijk is hoe het verdienmodel voor dergelijke diensten er uit kan zien. Zeker zodra de marge op productie en distributie naar nul gaat tenderen kunnen deze kosten van kwaliteitsborging en het aanbrengen van de structuur niet meer over grote oplages uitgesmeerd worden. Als de uitgevers relevant willen blijven zullen ze de komende tijd moeten experimenteren en zich bezinnen op een nieuw rol in de keten. Als ze dat niet willen of kunnen doen wacht ze waarschijnlijk het lot van de muziekindustrie waar de markt al volledig herschikt is. Overigens zonder nadelige gevolgen voor de gemiddelde muzikant of hun fans, er wordt meer muziek uitgebracht dan ooit tevoren.

Een ding is echter zeker: het verleden komt nooit meer terug of in Arthur C. Clarke’s woorden: `We stand now at the turning point between two eras. Behind us is a past to which we can never return …

A past to which we can never return


Dit artikel is een coproductie  in het kader van het onderzoek naar “Free” van hans pronk & michael van wetering, cto stichting kennisnet /© 2010