post

Wijsheid boven regels, vertrouwen in eigen kunnen: Barry Schwartzs Practical Wisdom

Natuurlijk houd ik er van om vooruit te lopen op de toepassing van ict in de samenleving. Ik ben er ook vast van overtuigd dat ons huidige onderwijs heel veel kan hebben aan informatietechnologie bij het realiseren van gepersonaliseerd onderwijs. Je kunt simpelweg meer 'echte' contacttijd hebben met leerlingen als zoveel mogelijk werk dat door computers gedaan kan worden ook daar wordt neergelegd. Dat deze ontwikkelingen weerstand oproepen bij leraren dat begrijp ik, maar ik ben er zeker van dat hun didactisch/pedagogische vaardigheden altijd toegevoegde waarde bieden boven wat computers kunnen. Maar dat ook hier de digitale revolutie blijvende veranderingen zal veroorzaken daar ben ik vast van overtuigd.

Angst is geen probleem, eraan toegeven wel

Ik heb zelf zeker ook last van angst voor verandering van tijd tot tijd. Maar angst voor technologie die mij uiteindelijk zal vervangen heb ik niet. Ik vertrouw op mijn menselijke vaardigheden die altijd weer een nieuwe toegevoegde waarde zullen hebben ten opzichte van welke technologie dan ook. Er is nog steeds geen techneut te vinden die in een vliegtuig stapt waar geen piloot maar een door hemzelf geprogrammeerde automatische piloot de volledige controle heeft. Of misschien dichter bij huis, blind rijden waar het navigatiesysteem toe uitnodigt. Technologie kan niet meer dan wij het de ruimte geven. Technologie kan niet improviseren, kan niet nuanceren, kan niet relativeren en kan niet beoordelen wanneer in de geest van de regels die regels gebroken moeten worden. Wat ik probeer te zeggen is dat ik naast mijn pleidooi voor de toepassing van ict waar mogelijk, altijd geloof in de toegevoegde waarde van de persoon. Maar zeer waarschijnlijk wel in een andere rol.

Praktische wijsheid zit tussen de regels niet in het strikt navolgen ervan

In deze tijd van regelzucht en grote behoefte om precies aan elkaar uit te leggen hoe zaken zouden moeten worden aangepakt keek ik onlangs nog een keer naar de zeer persoonlijke oproep van Barry Schwartz. Deze hoogleraar Economie en Psychologie houdt een emotioneel en humorvol betoog om mensen de ruimte te geven hun eigen wijsheid te gebruiken om hun taak zo goed mogelijk uit te voeren. Hij benadrukt daarbij dat op papier nooit gevangen kan worden hoe ieder mens in een situatie aanvoelt dat de regels soms genegeerd moeten worden. Dat het soms in het beste belang van een ieder is om toch iets anders te doen dan het voorschrift zegt. Barry Schwarts noemt dat 'Practical Wisdom'.

Zijn pleidooi is me uit het hart gegrepen. Ik hoop dat onderwijsmensen ict omarmen als hulpmiddel in het vertrouwen dat de kern van hun toegevoegde waarde nooit door een machine kan worden weggenomen. Ik wens ons de wijsheid om in deze tijd van angst niet te vluchten in de schijnzekerheid van regels. Ik hoop dat jij zijn 'talk' ook op prijs zult stellen, en dat je de ruimte voelt om met jouw wijsheid regels naar de geest toe te passen. Laat me weten wat je er van vindt.

Mike (Oktober/2012)

post

Innovators Dilemma in het Onderwijs

Professor Clayton M. Christensen onderzoekt bij de Harvard Business School waarom juist succesvolle organisaties moeite hebben om innovatief te blijven. Hij noemt dit ‘The Innovators Dilemma’ dat hij uitgebreid heeft beschreven in het gelijknamige boek.

Andrew Keen maakt in 'Keen on' op Techcrunch TV al langere tijd hele interessante interviews in de IT wereld. Helaas is hij daar afgelopen april mee gestopt, hopelijk pakt hij het weer op. In onderstaande video interviewt Keen Professor Christensen, die geeft in 14 minuten een toelichting op het dilemma, en gaat hij ook in op de consequenties van het effect in o.a. de zorg. Hoewel hij in dit interview niet veel zegt over onderwijs heeft hij het dilemma daar ook uitgebreid onderzocht. Samen met Michael Horn en Curtis Johnson schreeft Christensen daar het zeer interessante boek ‘Disrupting Class’ over. Ook een aanrader.

Je zou kunnen zeggen dat het Onderwijs zich al in een vergelijkbare positie bevind als de bedrijven die Christensen onderzocht. Jarenlang stond het Nederlands onderwijs internationaal zeer goed aangeschreven, intussen daalt Nederland in de ranglijsten zonder duidelijk aanwijsbare oorzaak. Het onderwijs ziet zich voor een uitdaging gesteld, vernieuwen terwijl de druk op het handhaven en verbeteren van kwaliteit alsmaar toeneemt. Welke dilemma’s zie jij voor vernieuwing van het onderwijs en wat kunnen we daar samen aan doen?

Mike (Augustus/2012)

[N.B. Een variant op deze post is ook gepubliceerd op de innovatieblog van Kennisnet, waar ik werkzaam ben als Manager van de afdeling Innovatie.]

post

Als het werkt mag het ook leuk zijn! Ervaringen met Podcasting

PodcastIk liep al een tijd rond met het plan een podcast te maken over ICT ontwikkelingen en hun betekenis voor onderwijs. Daar schrijf ik graag over maar erover praten werkt vaak nog beter. De podcast zou een gesprek moeten zijn, dan kun je elkaar aanvullen en vragen stellen.

Ik ken twee goede voorbeelden waar ik dit idee van heb opgepikt:

  1. One more thing logo‘One More Thing’, een internationaal bekende maar puur rotterdamse podcast (en grootste internationale apple community blog!) van self-proclaimed Apple fanboys die ook erg leuk is als je zelf die fanboy (nog) niet bent. Meestal een half uur tot een uur actuele Apple noviteiten en vragen van luisteraars.
    Full disclosure: ik sta zelf niet helemaal neutraal t.o.v. de makers, daarover straks meer.
  2. Gillmore-gang-test-pattern‘The Gillmor Gang’, een vodcast onder de vlag van Techcrunch die, als je Steve Gillmore’s zelfingenomenheid als host negeert, regelmatig grootheden als Doc Searls, Robert Scoble, Keith Teare, Dan Farber, Michael Arrington en enkele lokale zeer goed ingevoerde techneuten te bieden heeft. Altijd een interessant gesprek over actuele ontwikkelingen in de (Silicon Valley) IT industrie, uncut en dus veel ongein en gepruts met skype verbindingen die gewoon in de uitzending blijven zitten, reken op minstens anderhalf uur.

Maar ja, je kent het wel, geen (priori)tijd en geen resources om het concreet te maken. En met wie kun je zo’n gesprek voeren?
Toen kwam de reorganisatie bij Kennisnet langs begin dit jaar. We hebben een flinke kanteling uitgevoerd waarbij we ons richten op drie belangrijke publieke taken waaronder innovatie. Laat ik nu de gelukkige zijn die dat laatste mag oppakken met een team gedreven mensen.

Talenten boven functieomschrijvingen

Mijn innovatie team bestaat uit mensen met officiele functienamen als projectmanager, webredacteur of communicatieadviseur, maar als je hun individuele talenten en belangstelling leert kennen wordt het pas echt interessant. Zo is Wietse een projectmanager maar volgt hij uit belangstelling alle bewegingen in de ICT wereld, met name ook de Blog en Game-wereld. Lucas is webredacteur maar is toevallig(?) 1 van de 3 makers van eerdergenoemde ‘One More Thing’ podcast die intussen 267 keer is gemaakt in de afgelopen 7 jaar en een grote groep volgers kent via de gelijknamige blog.

Mijn Kennisnet collega van de unit Expertise Frans Schouwenburg is een zeer gewaardeerd spreker in het onderwijs en weet heel goed wat er speelt bij instellingen. Olaf die onze ‘Verdieping’ bestiert zit bovenop de nieuwste apps, video’s en ander materiaal. Er begon zich een mooie mix van interesses en invalshoeken af te tekenen. De gesprekspartners waren er dus opeens en ik vind het erg leuk dat het een dwarsdoorsnede is van onze organisatie, het kenmerkt de grote improvisatie factor die we er bewust in proberen te houden.

Gamification en Jane McGonigal’s ‘Reality is Broken’

Intussen hebben we met ontzettend veel plezier en ogenschijnlijk gemak, vooral dankzij Lucas’ grote ervaring, in 3 maanden al 7 podcasts gemaakt waar ik oprecht trots op ben. Niet omdat het niet beter kan, maar omdat we snel leren, hard werken aan goede onderwerpen en steeds meer mensen weten te betrekken bij de onderwerpen die we kiezen. Onze laatste podcast voor de zomervakantie is daar een goed voorbeeld van. Met Thijs de Vries maakten we een podcast over ‘Gamification’, een onderwerp bovenin de hype-cycle dat we wat dichter bij de onderwijspraktijk willen brengen.

Dit onderwerp greep mij met name na lezing van ‘Reality is Broken’ van Jane McGonigal, gebaseerd op jarenlang onderzoek naar ‘Alternate Reality Games’. Hierbij worden spel-elementen toegevoegd aan bestaande ‘echte’ taken en plichten die door het spel leuker, uitdagender en/of motiverender worden gemaakt. Haar TED talk van begin dit jaar ‘The game that can give you 10 extra years of life’ is de moeite waard om te bekijken.

You ain’t heard nothing yet ;-)

Na de zomervakantie pakken we de draad weer op, eind augustus hebben we weer een afspraak staan met het podcast team. We krijgen regelmatig feedback en die is erg welkom. Soms even slikken, iemand duidde onze bewust gekozen informele setting als ‘borrelpraat’. Hadden we al gezegd dat we constructieve feedback het meest waarderen ?-)

Die krijgen we ook t.a.v. onderwerpen en andere verbeterpunten, daar ben ik erg blij mee. We zijn immers pas begonnen en nu al mogen we soms 1000 ‘luisteraars’ voor een aflevering noteren. Superleuk dat iets dat zoveel plezier geeft om te maken ook aanslaat.

Mike (Juli/2012)

post

Gtar – Augmenting my Reality

Gtar

Op 25 juni jl. sloot Gtar – The First Guitar that Anybody can Play – een succesvolle funding af op kickstarter. Het doel van $100.000 werd ruimschoots gehaald met $353,392 bijeengebracht door 956 backers, waarvan ik er één ben! Misschien goed om even een paar zaken toe te lichten ;-)

Kickstarter doet Crowdfunding voor creatieve projecten

Kickstarter_badge_fundedCrowdfunding is al enkele jaren een zeer interessant fenomeen. Op platforms als kickstarter beschrijf je jouw project en enkele ‘pledges’, voor een bedrag dat je als (particulier) investeert wordt je een tegenprestatie toegezegd. Ja inderdaad, dit is niet hetzelfde als een aankoop in een winkel. Als het funding doel niet gehaald wordt gaat het project niet door, je toezegging wordt niet geind. Als funding wel slaagt, zoals bij Gtar, wordt het geld geind en gaat het project van start, levering van toegezegde tegenprestaties is daarbij echter niet gegarandeerd, je neemt zoals bij elke investering een risico.

 

Het vernieuwende aan deze nieuwe manier van zaken doen is dat financiering van een project door aanstaande klanten/fans van het project gebeurt, niet door een zakelijk financier die overtuigd moet worden van de veronderstelde belangstelling van de markt. Die markt bewijst zelf de belangstelling in het product en de ondernemer heeft direct contact met een schare aanstaande klanten en kan nog voordat hij begonnen is in gesprek en het idee of product al nader gaan invullen en aanpassen.

De Gtar is een ‘educatieve’ gitaar

Guitar-shots-hands

Mijn droom is al jaren om electrische gitaar te leren spelen, mijn probleem is dat ik daar geen tijd voor vrij maak… De Gtar doorbreekt die impasse op een manier die doet denken aan de aard van Augmented Reality techniek. Daarbij wordt de realiteit aangevuld met informatie of indrukken die daaraan gerelateerd zijn en toepasselijk of instructief zijn om toe te voegen. De Gtar doet iets vergelijkbaars, hij vult nl. je (pogingen tot) gitaarspel aan tot de bedoelde muziek afhankelijk van de moeilijkheidsgraad die je in de begeleidende app op de iPhone hebt geselecteerd. In de ‘easy’ modus hoef je alleen de goede snaar te raken om de juiste toon te krijgen, de ‘difficult’ modus is veeleisender en je kunt stap voor stap groeien naar beter spel daarbij aangemoedigd door muziek die al klinkt zoals je ooit ‘echt’ hoopt te kunnen spelen.

De Gtar is geen speelgoed gitaar, maar ook geen gewone electrische gitaar. Klassiek geconstrueerd door ervaren gitaartbouwers bevat deze houten gitaar ook een iPhone als ‘computer’, sensoren die snaren volgen en gekleurde LEDs in het ‘fretboard’ die je aangeven welke snaar je moet aanslaan en welke greep nodig is om de juiste noot te produceren. Disclaimer: als je als gepassioneerd gitaarspeler gruwt van mijn pogingen tot een beschrijving van gitaarspel vergeef dan deze amateur. Youtube wacht nog op me met ongetwijfeld honderden instructievideo’s voor beginnende spelers ;-)

Onweerstaanbare combinatie van techniek en jongensdroom

Enfin deze combinatie van nieuwe toepassing van informatietechnologie en het leren bespelen van een electrische gitaar bleek onweerstaanbaar voor mij. Ik kijk uit naar mijn Gtar in september dit jaar en de eerste schreden op het pad als gevierd gitaarheld, Jimi Hendrix here I come ;-)

Mike (Juni/2012)

post

Innovaties in Onderwijs zonder betrokkenheid van Docenten zijn kansloos

Picnic-mashup“Everyone is an expert at solving the problems that they themselves experience”. Zo begon Emer Beamer (not kidding ;-) van Butterfly Works haar presentatie op de PICNIC innovation mashup. Haar verhaal trof me direct omdat ik me realiseerde dat er veel over het heruitvinden van onderwijs wordt gesproken, maar dat daarbij maar zelden docenten direct betrokken zijn.

Ikzelf heb me daar zeker ook schuldig aan gemaakt de afgelopen jaren. Terwijl docenten de werkelijke experts zijn als het gaat om de problemen in het onderwijs en de oplossingen daarvoor.

Maar het nieuwe innovatie team bij Kennisnet is zeer bewust bezig het onderwijs en met name docenten nauw te betrekken bij verkenningen. De taakopvatting van het innovatie team, waarvan ik de aanvoerder mag zijn, is om van een ontwikkeling of trend een innovatie voor het onderwijs te maken door samen met het onderwijsveld een idee goed uit te werken en vervolgens uit te voeren. Pas bij brede adoptie van zo’n idee of concept mag immers gesproken worden van (succesvolle) innovatie. Maar hoe creëer je een omgeving waarin mensen komen tot die innovaties?

Design Thinking zit in de Cultuur niet in de Methode

IdeoAndrea Mallard van IDEO gaf met de beste presentatie van de ochtend over de cultuur bij IDEO nadrukkelijk aan dat de ‘zachtere’ cultuur aspecten van een organisatie veel belangrijker zijn dan de formele structuren en methodes. Natuurlijk is het makkelijk praten voor een internationaal concepten bureau dat de Design Thinking Methode (de gebruiker centraal in het ontwerpproces) heeft uitgevonden. Dan kun je je ook richten op andere aspecten. Toch troffen haar illustraties van de IDEO cultuur me en ik herkende mijn eigen beelden van een stimulerende omgeving waarin mensen hun creativiteit durven in te zetten. Een paar voorbeelden:

  • Rituals vs Rules
    De impact van de informele waarden in bijvoorbeeld brainstorming processen, zoals constructief voortbouwen op elkaars ideeën, heeft veel grotere impact dan formele afspraken. Voelen jouw collega docenten zich veilig als jullie samen nadenken over oplossingen in jullie school?
  • Playful Culture
    Spelen is niet het tegenovergestelde van werken, ‘If it isn’t fun it isn’t working’ stelde Andrea. In tijden van bezuinigingen, meer met minder en scherp gestelde doelen en dito beoordelingen is het goed om te onthouden dat mensen het best functioneren in een plezierige omgeving waarin ze het naar hun zin hebben. Het valt soms niet mee om in tijden van bezuiniging de lol erin te houden, hoe doe je dat in je eigen organisatie/school?
  • Failure vs Succes
    Toestemming (voelen) om dingen uit te proberen en te falen. Zorg ervoor dat je een idee snel, goedkoop en eenvoudig vorm geeft om het te kunnen delen. Dan kun je je veroorloven om van een slecht idee te leren en het weg te gooien, terwijl je pas echt gaat investeren als het idee aanslaat. Ik heb zelf de afgelopen jaren gezien dat het onderwijs wel gewend is dingen voor elkaar te krijgen met weinig middelen. Maar wordt door docenten de ruimte gevoeld om nieuwe ideetjes klein en provisorisch uit te proberen? En hoe wordt binnen het team omgegaan met mislukking?
  • Forgiveness vs Permission: “You did what?!”
    In onze calvinistische cultuur moeten we oppassen dat we niet automatisch toestemming gaan vragen voor een wat wilder idee. Binnen eigen kaders jezelf de ruimte geven om eens iets te proberen kan veel opleveren en versnelt vernieuwingsprocessen. Doen en daarna (eventueel) om vergeving vragen, overweeg het eens!
Als je zelf aan de slag wilt met IDEO’s Design Thinking Method bekijk dan hun toolkit voor educators.

De beste stuurlui staan aan wal, ik ben in mijn bootje gestapt en probeer snelheid te maken ;-)

Het is niet zo moeilijk geïnspireerd te raken door een ochtend met sprekers die vol passie over innovatie praten. Het vertalen van die inspiratie naar het eigen handelen, daar zit de uitdaging. Ik ga die uitdaging aan en wil graag bijdragen aan een cultuur die de experts in onderwijs hun eigen oplossingen laat realiseren. Constructieve feedback is daarbij onontbeerlijk, ik kan de effectiviteit van mijn handelen niet verbeteren zonder terugkoppeling. Je reactie op deze blog of via twitter is daarom zeer welkom.

Mike (Mei/2012)

[N.B. Deze post is ook gepubliceerd op de innovatieblog van Kennisnet, waar ik werkzaam ben als Manager van de afdeling Innovatie.]

 

post

Next Web 2012, Social Web: vloek of zegen? Cloud: motor van innovatie

De Next Web conferentie 2012 (TNW2012) in Amsterdam is een internationale conferentie met 1600 deelnemers uit 85 landen die praten over nieuwe ontwikkelingen op het Web. Wat zijn de belangrijkste trends die internet startups proberen op te pikken of zelf neer te zetten, daarbij volop gebruikmakend van de bouwblokken die de cloud hen biedt? En is het sociale web nu een vloek of een zegen?

Cloud als motor van Innovatie

Cloudservices als bouwblokken van innovatieve internet startups zijn zo vanzelfsprekend dat ze nauwelijks nog expliciet besproken worden. In het Nederlands bedrijfsleven en het onderwijs wordt (terecht) bezorgd gesproken over de privacy implicaties van het gebruik van clouddiensten. In de internationale webindustrie ligt de nadruk echter vooral op het feit dat cloudservices (opslag, rekenkracht en eenvoudig online benaderbare gegevens) via snelle netwerkverbindingen ter beschikking staan van eenieder met een idee en wat tijd om te programmeren.

Op zich is het verfrissend om ook eens zo te kijken naar de cloud als stuwende kracht achter nieuwe innovatieve dienstverlening, als motor van innovatie. Zeker in het nederlands onderwijs bieden clouddiensten instellingen unieke kansen om vernieuwingen door te voeren die voorheen veel meer tijd en/of prohibitieve investeringen zouden vragen. Zorgen rond privacy mogen niet leiden tot terughoudendheid, nu meer dan ooit is verniewend vermogen bij instellingen noodzakelijk. De cloud biedt dat, laten we daar enthousiast en dankbaar gebruik van maken.

Het sociale web: vloek of zegen?

Alle verhalen op de conferentie van 2012 hebben een onderwerp gemeen: Social. De twee uiteinden van het visie-spectrum over social worden plichtsgetrouw ingenomen door Robert Scoble en Andrew Keen. Robert Scoble vertelt als professioneel trendwatcher en ubergeek vol vuur over de implicaties van het sociale web en hoe de verhoudingen in de internet economie zullen verschuiven door de waarde van de informatie over uw en mijn gedrag op o.a. Facebook, Google(+) en Twitter.

Andrew Keen herhaalt zijn trucje van het vorige web. In zijn boek ' Cult of the Amateur' waarschuwde hij voor de teloorgang van de kwaliteit van online informatie doordat iedereen op het 2.0 web kan publiceren. Een vraagstuk waar de betaalde nieuwsindustrie nog steeds mee worstelt. In zijn nieuwe boek 'Digital Vertigo, How today's online social revolution is dividing, diminishing and disorienting us' trekt hij, enigzins voorstelbaar, van leer over de gevaren van het sociale web. Hij noemt de huidige ontwikkelingen (opnieuw) een cult, een niet echt bestaande ontwikkeling waar naar zijn smaak veel te veel waarde aan wordt gehecht.

Zoals te doen gebruikelijk bij extreme standpunten zit in beiden wel een kern van waarheid. De komende jaren zullen uitwijzen wie het dichtst bij de waarheid zat. Uw en mijn gedrag online wordt al jaren te gelde gemaakt door Google in advertenties die de meeste mensen niet eens meer opvallen. Dat met ons gedrag op sociale platforms hetzelfde gebeurt hoeft niemand te verbazen, waar Keen wel een punt heeft is dat nog lang niet iedereen zich realiseert wat sociale netwerken als Facebook allemaal verzamelen over ons en wat ze daarmee (kunnen) doen. Het is van belang om bewustwording rond dat aspect van ons online gedrag te bevorderen, dan kunnen we prima zelf verstandige beslissingen blijven nemen over ons online gedrag, zoals we dat in de 'echte' wereld ook doen.

Eervolle vermeldingen: Mark Randall & Phil Libin

Twee in mijn ogen memorabele presentaties van TNW2012 waren van voornoemde heren. Mark Randall, Chief Strategist bij Adobe hield een bevlogen betoog over innovatie met een paar mooie oneliners zoals: 'The best way to predict the future is to invent it'. Hij benadrukte dat falen helemaal geen falen is maar het verzamelen van informatie. Snel falen is veel leren, langzaam falen dat is pas een probleem. En dat experimenteren doe je met behulp van Solo-Storming, een goede mix van mensen apart laten nadenken, want brainstormen in groepen dat is niet effectief concludeerde hij uit onderzoek.

Phil Libin, CEO van de zeer succesvolle online life-logging dienst Evernote (al je notities incl. attachments staan online bereikbaar vanaf elk apparaat wat je hebt), maakte een onderscheid tussen twee soorten diensten waar veel belangstelling voor is bij gebruikers: voor killing time (b.v. Facebook & Angry Birds) en saving time (b.v. Evernote). In beide categorieen is het volgens Phil beter dan ooit mogelijk goede producten te lanceren door de combinatie van Smart Devices (o.a. de eenvoud van App Stores), Open Cloud infrastructuur als motor, Freemium Economics en het Sociale Web. Bij het laatste stelde hij dat de enige reden dat een goed product via sociale media niet bekend zou raken bij het grote publiek zou kunnen zijn dat het geen goed product is… Evernote zelf is ook volledig gebaseed op het Freemium model, het is een gratis dienst waarbij niet wordt aangedrongen dat je gaat betalen. 'It's more important that you stay, then that you pay'. Zijn ervaring is dat gebruikers uiteindelijk de bereidheid ontwikkelen te betalen omdat ze clouddiensten over tijd steeds meer gaan waarderen. Het succes van Evernote geeft hem gelijk, 100.000 nieuwe gebruikers per dag stuwen het totaal aantal gebruikers richting de 30 miljoen, waarvan steeds meer mensen blijven hangen en steeds meer mensen gaan betalen omdat ze dat willen.

Welke implicaties het sociale web heeft voor de bredree maatschappij en/of specifiek het onderwijs is lastig concreet te maken. Omdat het grote impact heeft op de manier waarop online informatie wordt verspreid en gevonden kan die invloed op onderwijs volgens mij niet uitblijven.

Mike (April/2012)

[N.B. Deze post is ook gepubliceerd op de innovatieblog van Kennisnet, waar ik werkzaam ben als Manager van de afdeling Innovatie.]

 

post

Edushock zegt wat ze doet en doet wat ze zegt

Edushock

Vorige week had ik het voorrecht om in Nijmegen de Edushock Experience bij te wonen. Onderwijsdeskundigen, docenten, leerlingen en andere geïnteresseerden spraken met elkaar over onderwijs waarbij de leerling centraal staat en echt gezien wordt als individu met heel eigen talenten, aandachtspunten en voorkeuren. Deze leerling geeft zelf mede vorm aan het onderwijs.

De dag was zo opgezet dat de aanwezigen werden geprikkeld met korte, energieke TED-achtige praatjes die opriepen tot actie. Deze rondes werden afgewisseld met ‘workshocks’ waarbij kleine groepjes zich verdiepten in bijvoorbeeld ‘authentiek spreken’,  ‘leraar worden’, ‘denkbeeldhouwen’ of discussierden aan de dialoogtafels. Deze opzet was verfrissend! Veel bijeenkomsten over ‘het leren van de toekomst’ bestaan uit een serie lange aaneensluitende voordrachten van 9:00 tot 17:00. Edushock daarentegen past duidelijk ‘practice what you preach’ toe.

Edutopia, belonend leren: geen gemiddelde maar een optelsom

Robert van Hoesel
, ook betrokken bij het 21st century skills project van Kennisnet, vertelde een mooi verhaal over zijn ‘Edutopia’. Zijn ideale onderwijs biedt de vrijheid te kiezen wat je wilt leren, waar je dat wilt leren (binnen en buiten de school) en wanneer je dat wilt leren (leren kent geen onderbrekingen). Leerlingen kunnen van 7:00 tot 22:00 terecht aan de kennisboulevard met geniuses die je alles kunnen vertellen en leren wat je wilt. Je hoeft ook niet eindeloos toetsen te maken; je verdient learning points door het uitvoeren van opdrachten. Samenwerking levert bonuspunten op en de trekker van het groepje verdient leaderpoints die bepalen wie ‘burgemeester’ is van een onderwerp. Je teamleden kies je op basis van hun ‘level’ (vaardigheid) en als jij jouw volgende level haalt, mag je weer volgende, complexere opdrachten doen.

Gamification

Komt werken in je eigen tempo, ‘levelling up’ en bonuspunten voor extra uitdagingen u bekend voor? Juist, games bevatten precies deze ingredienten die erop gericht zijn een speler uit te dagen en te boeien. Als de game te makkelijk is en verveelt, haakt de speler af. Als het level te moeilijk is, haakt de speler ook af. Het i
nzetten van beproefde concepten uit games, ook wel gamification genoemd, is een veelbelovende ontwikkeling om leerlingen te motiveren en tot grotere inzet te verleiden.

Geen woorden maar daden
Ik weet niet wat uw ervaringen zijn, maar bij de meeste bijeenkomsten word je vooral bevestigd in het feit dat alles anders moet in de toekomst. Bij Edushock ging het niet om het leren van de toekomst maar om het leren van vandaag en hoe dat kan en moet veranderen. Een mooi voorbeeld van deze actiebereidheid gaf Erica Aalsma met haar beschrijving van ‘de omgekeerde leerweg‘. In dit concept wordt uitgegaan van een verregaande integratie van leren en werken, waarbij een levensechte leerwerkomgeving ervoor zorgt dat er geleerd kan worden van werken in de praktijk. Het talent van de meester staat centraal, de leermeester en werkmeester werken samen in een hybride leeromgeving. Vooral voor leerlingen die liever met hun handen dan met hun hoofd leren, is dit een prachtig initiatief.

Samengevat hebben alle deelnemers aan de Edushock Experience tegen elkaar gezegd dat de leerling in het huidige onderwijs onvoldoende ‘gezien’ wordt. De vraag is hoe we eruit halen wat erin zit in plaats van erin stoppen wat voorgeschreven is. Eén van de sprekers gebruikte een quote van Einstein die mooi samenvat wat de rode draad was van de bijeenkomst:

“The intuitive mind is a sacred gift and the rational mind is a faithful servant. We have created a society that honors the servant and has forgotten the gift.”
– Albert Einstein

Ik kan iedereen van harte aanbevelen om kennis te maken met de ideeën achter Edushock. Vooral omdat het niet alleen gaat over het leren van de toekomst maar ook omdat het praktische inzichten geeft om vandaag de dag met die veranderingen te beginnen.

Mike (Maart/2012)

[N.B. Deze post is ook gepubliceerd op de innovatieblog van Kennisnet, waar ik werkzaam ben als Manager van de afdeling Innovatie.]

post

Information Overload? Vertrouw op curatie door je sociale netwerk

Information-overload

De afgelopen jaren is er veel te doen geweest over het nieuwe probleem van de informatiemaatschappij: ‘information overload’. Met duizenden tweets per seconde en 24 uur nieuwe video per minuut op YouTube staat één ding vast: het is onmogelijk alles wat gepost wordt te lezen en te bekijken. Maar wat is relevant voor jou? Wat mag je niet missen?

Het sociale web vraagt dagelijks steeds meer tijd van ons; leidt het allemaal niet té veel af? Of is het juist een hele krachtige aanvulling op onze beperkte mogelijkheid real-time contact te onderhouden met alle vrienden en professionals waar we een relatie mee onderhouden?

Nick Bilton, auteur van ‘I Live in the Future & Here’s How It Works’ stelt dat juist onze sociale netwerken, hij noemt dat ons ‘Anchor Network’, ons behoeden voor information overload.

Curatie door je ‘Anchor Network’

Nick Bilton startte zijn carrière bij het R&D lab van de New York Times en werkt als docent aan de New York University. Zijn werk richt zich op het onderzoeken van de ontwikkeling van mediaconsumptie. Voor de New York Times is de belangrijkste vraag hoe de lezer van de krant behouden kan blijven als betalende klant van een nieuwsproduct in één of andere vorm. Daartoe verdiepte Bilton zich in de toegevoegde waarde die consumenten zoeken. Dat is niet langer (alleen) de inhoud of de kwaliteit daarvan maar eerder de relevantie.

Welke-richting

Het woord dat Bilton gebruikt voor de selectie van relevante en kwalitatief goede informatie is ‘curatie’. Dit woord wordt onder andere gebruikt in de museumwereld voor de samenstelling van een collectie objecten die qua samenhang en kwaliteit bijzonder zijn. Hij stelt ook vast dat die curatiefunctie eigenlijk al ingevuld is door ons netwerk van vrienden en collega professionals. Op sociale netwerken als Facebook en Twitter, maar ook in je blogroll heb je vrienden, experts en interessante bloggers geselecteerd die je relevant acht voor jouw interesses. Zij vormen op die manier een filter voor jou, ze cureren de inhoud die ze zelf tegenkomen en delen alleen dat wat ze relevant en waardevol achten. Kortom, ze filteren de informatie die ze waardig genoeg vinden voor jouw aandacht. Bilton schrijft dat sinds hij zich dat realiseerde hij niet langer bezorgd is dat hij belangrijke informatie mist. Hij weet dat zijn zorgvuldig samengestelde ‘Anchor Network’ er altijd voor zorgt dat belangrijk nieuws hem bereikt.

Wiens curator ben jij?

De elegantie van de door Bilton geschetste constructie is dat de stortvloed aan informatie die we gezamenlijk voor elkaar produceren op eenzelfde manier wordt beteugeld: gezamenlijk. Deze post bijvoorbeeld beoogt jou als lezer een in mijn ogen interessant idee voor te houden. Je hoort of leest wel eens vaker wat, maar dit concept spreekt me echt aan. Ik ben daardoor ook anders naar mijn sociale netwerken gaan kijken en geef ze steeds meer vorm als mijn persoonlijke filter. Welke twitteraars bieden mij interessante inzichten of verwijzen er naar? Welke blogs bevatten regelmatig interessante posts? Met nieuwe follows en unfollows, toevoegingen of deletes in je RSS feeds geef je jouw curatieteam vorm. En zij doen dat op hun beurt wellicht met behulp van jouw tweets of posts.

De leraar als anker voor de leerling

Ik vraag me af of Biltons suggestie ook bruikbaar is in de onderwijs situatie. Informatie is er in overvloed, op slechts één ‘Google search afstand’. De vraag is vooral: wat daarvan is waardevol, relevant (in jouw onderwijs) of zelfs correct? Is een leraar in deze tijd eigenlijk ook niet vooral een curator? In eerste instantie door leerlingen te wijzen op relevante te bestuderen bronnen. Maar voorbij die curatie ook vooral om de leerling te leren zelf het onderscheid te maken tussen relevante informatie en loze bladvulling. Ik denk dat het de leraar opnieuw in zijn kracht zou kunnen zetten. Leerlingen zijn misschien heel vaardig en snel met het toetsenbord en elk device dat er één bevat, al dan niet virtueel. Maar de vaardigheid uit alle gevonden data de informatie te selecteren die ertoe doet, dat vraagt training en is in onze kenniseconomie één van de meest waardevolle competenties.

Hoe zit het met u? Heeft u al een ‘Anchor Network’ waarop u kunt vertrouwen? Ziet u relevantie voor het concept in het onderwijs? Ik ben erg benieuwd naar uw inzichten en lees ze graag in de reacties onder dit bericht.

Mike (Februari/2012)

[N.B. Deze post is ook gepubliceerd op de innovatieblog van Kennisnet, waar ik werkzaam ben als Manager van de afdeling Innovatie.]

post

James Gleick’s “the Information”: a History, a Theory, a Flood

James-gleickEen boek over informatie van een gerenommeerd schrijver, journalist en biograaf die zich bezighoudt met de culturele impact van wetenschap en technologie. Niet je standaard vakantielectuur (dan lees ik nog wel eens iets langer dan 2 A4) maar het sprak me toch wel aan. Het gaat tenslotte om de grondstof van ons tijdperk. Het bleek inderdaad een pittig boek met een zeer uitputtend overzicht van de geschiedenis van informatie, van haar conceptie tot de vermeende overload van onze tijd.

Van Plato en Socrates naar Charles Babbage en Lady Lovelace
Ada-lovelace-and-a-trial-model-of-a-part-of-charles-babbages-analytical-engine
Gleick begint bij de griekse filosofen die definities bedachten voor zaken als denken, kennis, wijsheid en betekenis, het woord informatie bestond toen nog lang niet. Fast forward naar de 19e eeuw en Charles Babbage met zijn Difference Engine die tot doel had arbeidsintensieve rekentabellen automastisch te produceren. In een uitgebreide beschrijving van Babbage’s dromen, obstakels en prestaties schetst Gleick op een onderhoudende manier de relatie tussen Babbage en Ada Byron-Lovelace. ‘s-Werelds eerste programmeur was inderdaad de dochter van de dichter Lord Byron, die bovendien een machine programmeerde die Babbage nooit heeft kunnen bouwen, zijn Analytical Machine. Deze mechanische programmeerbare computer vergde meer dan de mechanische technologie van die tijd kon bieden. Ook al had Babbage een eigen smid in dienst die zich bekwaamd had in het produceren van zeer nauwkeurige tandwielen, veren en andere onderdelen van Babbage’s ontwerpen.

Shannon en Turing, grondleggers van de informatiemaatschappij

Gleick beschrijft ook uitgebreid hoe Claude Shannon als getalenteerd wiskunde het fundament heeft gelegd voor informatie theorie in zijn “Mathematical Theory for Communication” van 1948. Dit deed hij bijvoorbeeld door aan te tonen dat er geen perfecte talen bestaan waarin alles correct uit te drukken is. Mijn favoriete voorbeeld: “dit is het grootste getal dat niet in zevenenveertig lettergrepen is uit te drukken”, terwijl dit statement zelf minder dan 47 lettergrepen beslaat.

Tijdgenoot Alan Turing toonde met zijn Turing machine aan dat zijn simpelste machine elke complexe computer kan simuleren waardoor bewijsvoering rond computertheorie een vlucht kon nemen. Tot op de dag van vandaag vormt hun werk een belangrijk fundament van theoretische informatica zoals dat nu in academische informatica opleidingen wordt gedoceerd.

Homo Sapiens slechts vervoermiddel voor experimenteel DNA

Het boek test wel je geduld met lange hoofdstukken over DNA als informatiefundament voor mensen. Hoewel ik moet toegeven dat Gleick beschrijving van Stephen Hawkins theorieën me zeer amuseerden. Met name Hawkins bewering dat wij als mensen slechts biologische vervoermiddelen zijn waarin ons DNA uittest welke van haar versies de beste overlevingskansen heeft en dus verder gekopieerd zou moeten worden (lees nakomelingen zou moeten kennen). Dit verklaart voor mij de onlogische voorkeur van ouders voor het overleven van hun nakomelingen (de DNA kopie) ten koste van hun eigen veiligheid. Het DNA moet worden doorgegeven, de rest is onbelangrijk…

Quantum Computing: inherent veilig

Ook het hoofdstuk over quantum mechanica testte mijn geduld en vooral mijn bevattingsvermogen. Daarin geeft Gleick even een samenvatting van wat Einstein en zijn tijdgenoten hebben bedacht en welke consequenties dit heeft voor informatie theorie. Een zeer interessante consequentie die hij daar beschrijft is dat een quantum computer, als het ons eenmaal lukt die te bouwen, door de aard van de technologie per definitie niet beinvloed kan worden. Het aftappen of kopieren van informatie in zo´n quantum computer verandert die informatie, je kunt dus altijd meten of een kopie gemaakt is van informatie. Een aantrekkelijk perspectief in een tijd waarin hacks en beveiligingsincidenten aan de orde van de dag zijn.

Het logisch systeem onder dit soort computers is overigens zo geheel anders dan onze huidige electrische binaire (0-1) computers dat het m.i. nog wel even duurt voordat we dit concept grootschalig kunnen toepassen.

Praktische conclusies

Zijn conclusies na een zeer uitvoerige reis langs de geschiedenis van informatie theorie zijn gelukkig een stuk praktischer en bijna kort van stof:

  • Het gevoel van informatie overload treed op bij iedere paradigma shift. Toen we van het handschrift naar de boekdrukkunst gingen werden we verlost van het elkaar moeten vertellen wat de kostbare en schaarse geschriften bevatten. De boekdrukkunst bood ons een exacte kopie voor eenieder, maar hoe de gewenste informatie te vinden in al die boeken? En nu digitalisatie, alle informatie doorzoekbaar en beschikbaar, maar welke informatie heeft betekenis (voor jou)? Elk paradgima biedt oplossingen voor de problemen van de vorige, en introduceert eigen nieuwe problemen;
  • De oplossingen voor de problemen van elk paradigma bevat twee constante factoren: filteren en zoeken, waarbij vertrouwen en smaak altijd de kern vormt.

Een vraag in ons digitale tijdperk is wie ons helpt zoeken en filteren? Google? Facebook? Of je netwerk van vrienden op de diverse sociale platforms?

Mike (Januari/2012)

 

post

Malcolm Gladwell op het Creative World Forum 2011: Waarom je beter derde kunt zijn…

CWF2011

Dit jaar was het internationale Creativity World Forum in Hasselt neergestreken, 2300 bezoekers kwamen 2 dagen bijeen op een prachtig vormgegeven locatie. Een grote luxe want het indrukwekkende programma met sprekers over creativiteit en innovatie was daardoor letterlijk heel toegankelijk. Voor mij een buitenkans om o.a. Malcolm Gladwell, één van mijn favoriete schrijvers, live aan het werk te zien.

Cwf-crowdMalcolm-gladwell-gestureCwf-stageMalcolm-gladwell-onstage

Innovatie is: Falen, Samenwerken en Organiseren/Uitvoeren

Het forum had vele gerenommeerde sprekers weten te strikken. En hoewel er ook wel wat tegenstellingen zaten in de benadering van creativiteit en innovatie kwamen er een paar duidelijk hoofdlijnen naar voren uit de twee dagen presentaties en discussies:

  1. Het belang van falen als noodzakelijk onderdeel in het creatief proces werd met name door Jimmy Wales van Wikipedia benadrukt. Dit is een uitdaging in veel organisaties omdat fouten veelal worden afgestraft. Daardoor wordt de ruimte niet gevoeld voor het nemen van de risico’s die tot innovaties leiden.
  2. De mythes over creativiteit, het beeld van eenzame genieën met plotselinge inzichten is romantisch maar incorrect stelde Keith Sawyer. Alle grote innovaties blijken tot stand gekomen in groepsprocessen waar in samenwerking het inzicht is komen bovendrijven met vele mislukkingen onderweg. Zo legde Darwin in zijn eigen ‘journals’ vast hoe zijn theorie langzaam vorm kreeg in debat met tijdgenoten, waarschijnlijk zonder dat hij dat zelf besefte. Of J.R.R. Tolkien die in een schrijverskring met o.a. C.S. Lewis wekelijks mythische werelden en wezens besprak terwijl hij aan ‘In de Ban van de Ring’ werkte. Kortom: samenwerking is een cruciaal element om tot innovaties te kunnen komen.
  3. De creatieve ideeën zijn op zichzelf niet de belangrijkste factor bij innovatie, het goed opvolgen, uitvoeren en communiceren van zo’n idee wel. Dit werd door Alexander Osterwalder (Business Model Generation) en Scott Belsky (Making Ideas Happen) uitgebreid onderbouwd. In de dagelijkse hectiek verdwijnt de inspiratie naar de achtergrond, er is aandacht en organisatie nodig om tot executie te komen. Want creativiteit x organisatie == impact. Daarnaast dreigt ‘Death by Powerpoint’ als geen aandacht wordt besteed aan de presentatie van ideeën, Garr Reynolds (Zen Presentation) was in een geweldige presentatie het levend voorbeeld van hoe dat wel moet.

Malcolm-gladwellJimmy-walesOliver-stone

Malcolm Gladwell: being third is best!

Hij maakte zijn reputatie als één van de werelds meest gevraagde sprekers meer dan waar. In een vloeiend betoog zonder een enkel visueel hulpmiddel hield Malcolm Gladwell ons voor waarom de eerste zijn bij het hebben van een vernieuwend idee onterecht als het hoogst haalbare wordt beschouwd. Hij gebruikte diverse voorbeelden die duidelijk illustreren dat de succesvolle implementatie van een innovatie altijd in 3 stappen gebeurt, waarvoor verschillende culturen, talenten en organisaties geschikt zijn.

  1. Het nieuwe, grote idee vergt veelal een centrale organisatievorm met veel resources voor fundamenteel onderzoek door grote intellectuele talenten op hun vakgebied. Dit zijn de ‘echte’ innovators.
  2. De vernieuwende ‘out of the box’ technologische vernieuwing om het grote idee te realiseren is vooral mogelijk in een ondernemende cultuur met kleinere, flexibele organisaties die nog niet worden gehinderd door hun hiërarchie en bestaande business om met disruptieve concepten en producten te komen.
  3. En de zogenaamde ‘tweakers’ kunnen (‘being third’) kennis nemend van het grote idee en lerend van de eerste technische oplossingen en de gemaakte fouten met een betere versie van het product de markt betreden. Deze organisaties kunnen met meer begrip van de nieuwe potentie hun product vorm geven, daarbij lerend van de partijen die eerste en tweede waren.

Er zijn door de jaren diverse voorbeelden die dit effect illustreren. In de IT industrie o.a. Xerox Parc die alle aspecten van de personal computer zoals we die nu gebruiken uitvond, IBM die een eerste versie bouwde en Apple die met de iMac kwam, de eerste computer die mensen gemakkelijk konden gebruiken. Meer voorbeelden van ‘third’ bedrijven zijn Facebook in social en Amazon met de Kindle in de e-reader markt. Het profiel van deze ‘tweakers’ is heel anders dan dat van de innovators. Ze hebben vaak (relatief) weinig resources en voelen een hoge noodzaak tot vernieuwing door de druk van de markt.

Malcolm Gladwell: Steve Jobs was a superb tweaker

Malcom Gladwell kenschetst Apple met Steve Jobs aan het roer als een perfect opererende tweaker. Immers de iMac, MacBook, iPod, iPhone en iPad hebben geen van allen de productvorm uitgevonden of waren het eerst op de markt. Integendeel, maar jaren na de eerste producten komt Apple wel met een product dat leert van reeds gemaakte fouten en biedt daarmee grote waarde in de markt. De iPod kwam nadat er al jaren mp3-spelers waren, de iPhone kwam nadat er al jaren smartphones waren, de iPad kwam nadat microsoft al jaren tablet computers ondersteunde, etc. Het succes van Apple illustreert bij uitstek waarom het zeker geen schande is en zeer lucratief kan zijn om als derde de markt te betreden.

Innoveren is een proces van proberen, falen, herhalen, tweaken en in samenwerking voortbouwen op het werk en de inzichten van anderen. Malcolm Gladwell geeft ook een voorbeeld van een sector waar ‘being first’ geen nadeel is. Met name innovatie in publieke sectoren/dienstverlening heeft geen hinder van het ‘first movers’ nadeel. Vermarkten van de innovatie is daar immers niet het primaire doel. Universiteiten bijvoorbeeld kunnen zich daarom richten op fundamenteel onderzoek. Ben ik blij dat ik aan innovatie in het onderwijs werk!

Mike (November/2011)