post

The turning point between two eras

 

Fd Uit het FD van 7 oktober 2010:  Het doek is gevallen voor drukkersconcern Thieme Grafimedia. Na het eerdere bankroet van zes bedrijfsonderdelen is faillissement verleend voor nog eens dertien andere dochterbedrijven en is de ontmanteling van Thieme Groep een feit. Vrijwel de gehele Nederlandse grafische sector kampt met lage marges, die het gevolg zijn van aanhoudende overcapaciteit. De werkgelegenheid loopt terug. Ook marktleider Roto Smeets krimpt sterk in en wordt waarschijnlijk door een investeerder gekocht…

Screen shot 2010-10-16 at 6.00.03 PMVan de WikiwijsInHetOnderwijs site: op 14 oktober ontving het Wikiwijs-programma tijdens het congres ‘Burger bewust’ de eParticipatie Award 2010. Wikiwijs  is een webplatform waar docenten leermateriaal kunnen zoeken, gebruiken, maken en delen. Wikiwijs is opgezet met het doel het gebruik en hergebruik van open leermiddelen te bevorderen.

Zo maar twee nieuwsitems van de afgelopen weken die illustreren dat de wereld van de (educatieve) uitgevers in een hoog tempo aan het veranderen is. Waar in het verleden schaalgrootte het kenmerk van deze bedrijfstak was maken ICT gedreven technologische vernieuwingen het mogelijk dat productie- en distributieprocessen radicaal anders opgezet kunnen worden waardoor alle schakels in de keten onder druk komen te staan.

The past of printing

Een keten met 4 schakels

Om te kijken naar deze verschillende schakels bij het creëren van content, of het nu kranten, televisie, muziek of onderwijs ondersteunend materiaal betreft, kan de volgende verdeling gehanteerd worden:

  • Het begint altijd met de creatie, de schrijver / artiest / televisiemaker / filmmaker bedenkt het product waarbij deze vaak ondersteund wordt om tot de gewenste kwaliteit te komen (boekredactie, muziekproducent/mixer, filmproducent/montage).
  • Als de content er is moet deze vervolgens geproduceerd worden. Dit betreft het (massaal) vervaardigen van het product, schaal is om economische redenen essentieel hierbij.
  • De derde schakel betreft de distributie, ofwel het product, eventueel met gebruikmaking van de tussenhandel, naar de klant brengen.
  • De vierde en feitelijk belangrijkste schakel is het gebruik, het product gebruiken op de tijd / plaats / manier zoals de consument dat wil.

De vraag is wat nu het kenmerkende verschil is met het verleden. Als we de verschillende schakels langslopen lijkt er bij de creatie in principe niet veel veranderd, echter door de enorm toegenomen toegankelijkheid van gereedschappen voor het maken van content zijn veel meer mensen daadwerkelijk gaan creëren. Waar in het verleden alleen de grote bedrijven/studio’s zich state of the art apparatuur veroorloven konden, is dit door de enorme prijserosie voor eenieder bereikbaar geworden. Wel kan worden vastgesteld dat het maken van hoogwaardige content niet triviaal is en dat ondersteuning hierbij veel toegevoegde waarde genereren kan.

De andere schakels zijn in vergelijking met een aantal jaren geleden nog ingrijpender veranderd. Door de komst van printing-on-demand technieken is het bijvoorbeeld mogelijk boeken ook in (zeer) kleine oplages met voldoende lage kosten te produceren. Bij de creatie van eBoeken (nu al 5% van de verkoop) is het nog dramatischer. Productie en distributie zijn één geworden en door te downloaden produceert de afnemer zijn eigen exemplaar. De verwachting is dat met name dit grote gevolgen zal hebben voor het distributienetwerk. Op de PICNIC 2010 wist Charles Melcher (van Melcher Media) te vertellen dat als ergens rond 2015 zo’n 20% van verkochte boeken eBoeken zullen zijn dit het einde van ketens als Barnes & Nobles zal betekenen, waarna het percentage eBoeken alleen nog maar sneller zal toenemen.
De grote winnaar is uiteindelijk de consument. Deze krijgt een veel groter aanbod van producten die hij in principe op een device naar keuze zal kunnen gebruiken, information / music / entertainment / learning at your fingertips.

learning at your fingertips

Herschikking van de keten

Dit alles betekent wel dat de huidige rolverdeling in de productie van leermiddelen snel zal veranderen. De positie die de uitgevers daar traditioneel bekleden uit hoofde van hun defacto monopolie op productie en distributie is niet meer houdbaar. Toegegeven: uitgevers doen veel meer dan het produceren en distribueren van papier, met name hun rol ten aanzien van de kwaliteit van het materiaal is absoluut relevant. Echter deze rol kan ook anders ingevuld worden hetgeen een initiatief als Wikiwijs nu al aantoont. Uitgevers moeten zich realiseren dat hun huidige rol, die als basis hun snel eroderende pseudo-monopolie heeft, steeds minder vanzelfsprekend wordt. De eigenlijke creatie van leermateriaal gebeurt nu en in het verleden met name door het veld en dat kan straks op basis van WikiWijs-achtige constructies buiten de uitgevers om, een kwalitatief minstens gelijkwaardig aanbod van leermiddelen neerzetten.

Uitgevers kunnen veel waarde toevoegen met name in een ondersteunende rol bij de creatie van materiaal. Ook zit er veel toegevoegde waarde in het bieden van een structuur (methode). Hiermee wordt een match geboden tussen de eisen die aan een opleiding worden gesteld (eindtermen) en het materiaal dat aan die eisen helpt voldoen. Uitgevers zijn echter niet de enige partijen die de expertise hebben om deze waarde te leveren. Wat daarbij nog wel onduidelijk is hoe het verdienmodel voor dergelijke diensten er uit kan zien. Zeker zodra de marge op productie en distributie naar nul gaat tenderen kunnen deze kosten van kwaliteitsborging en het aanbrengen van de structuur niet meer over grote oplages uitgesmeerd worden. Als de uitgevers relevant willen blijven zullen ze de komende tijd moeten experimenteren en zich bezinnen op een nieuw rol in de keten. Als ze dat niet willen of kunnen doen wacht ze waarschijnlijk het lot van de muziekindustrie waar de markt al volledig herschikt is. Overigens zonder nadelige gevolgen voor de gemiddelde muzikant of hun fans, er wordt meer muziek uitgebracht dan ooit tevoren.

Een ding is echter zeker: het verleden komt nooit meer terug of in Arthur C. Clarke’s woorden: `We stand now at the turning point between two eras. Behind us is a past to which we can never return …

A past to which we can never return


Dit artikel is een coproductie  in het kader van het onderzoek naar “Free” van hans pronk & michael van wetering, cto stichting kennisnet /© 2010

post

Een zomer met TED global 2010 in Oxford

Deze zomer had ik opnieuw het voorrecht om in Oxford de hele week TED global 2010 bij te wonen. De diversiteit van prikkelende, veelal briljante presentaties, de intensiteit van de discusses met mede-bezoekers, het enorme tempo en de sfeervolle omgeving in Oxford maken de conferentie een geweldige intellectuele achtbaan. Voordat ik vertel over de conferentie en waarom jij ook zou moeten gaan ;-) mijn eerste tip.

Sugata Mitra hield een boeiend, grappig en zeer interessant verhaal over ‘self organized learning’ dat hij bij herhaling aantoont in experimenten waar hij groepjes kinderen een computer biedt en hen zonder verdere instructie achterlaat….
(N.B. op de onderwijsdagen van Kennisnet en SURF is hij de afsluitende keynote op woensdag 10 november 2010!)

TED global beste conferentie?!

  Afgaand op mijn ervaringen met conferenties nationaal en internationaal vind ik TED global de beste conferentie die ik ken. Sorry picnic, pinc, next web e.a. dat is hoe ik het zie. De hoge kwaliteit van sprekers, onder druk van sprekers voor hen en eeuwige roem via online video, de minitieuze voorbereiding van zowel talks, organisatie als reis & verblijf is ongeëvenaard. Elitair en duur, euh ja deels wel. Maar de kosten zijn ‘all inclusive’ ;-) en dan vergelijkbaar met andere internationale conferenties van een volle week.
Ted2011

Elitair? Intussen niet meer vind ik, en zeker niet TED global. Hoewel de laatste wordt beschouwd als het kleinere broertje van de ‘moeder’-TED in Long Beach, Californië, is dat zeker niet (meer) zo. Door de wol geverfde TEDsters vertelden me in Oxford dat in Europa een jonger, nieuw publiek komt terwijl de gevestigde oude garde in de USA de meeste plaatsen opeist voordat je kunt proberen in te schrijven. Voor TED global moet je flink je best doen met een aantal korte essays waarmee je pitcht voor een plekje, maar het is te doen. Elitair? De lat ligt hoog, maar dat mag.

Waarom deelnemen?

Because you can !-) Seth Godin, één van mijn favoriete auteurs over ‘de nieuwe linchpin kenniswerker’ zegt in elk van zijn boeken wel een paar keer: daag jezelf uit, doe iets wat je anders nooit doet. Lees een blad dat niet over jouw werk of hobby’s gaat en bezoek een conferentie die over allerlei onderwerpen gaat die op het eerste gezicht geen directe relatie hebben met jouw expertisegebied… Diversiteit, cross-disciplinariteit, discussies op het grensgebied van twee klassieke specialisaties, daar gebeuren de interessante dingen, daar vinden we de oplossingen voor problemen die we vanuit één koker niet kunnen oplossen.

Inhoudelijke uitblinkers

Ruim 100 sprekers in één week, welke wil je daarvan per sé zien? Nog lang niet alles staat online, maar ik heb alvast een kleine selectie voor je gemaakt die mijns inziens tot de top presentaties behoren.

Mattridley

Wetenschapsauteur Matt Ridley legt op humoristische wijze uit dat vooruitgang plaatsvindt door ‘ideas having sex with eachother’. Het is niet een individueel genie dat het verschil maakt maar de verzamelde intelligentie van het collectief. Kijk hier naar ‘When ideas have sex’.

Stevenjohnson

Bestseller auteur Steven johnson vertelt hoe het café de mensheid ontnuchterde… En dat briljante ingevingen niet ineens komen maar als een netwerk van inzichten dat langzaam groeit. Kijk hier naar ‘Where good ideas come from’. Zeer lezenswaardig van steven johson is ook ‘Everything bad is good for you’, een verhandeling over de positieve effecten van nieuwe media op jongeren.

Lauriesantos

Wetenschapper Laurie Santos maakt pijnlijk duidelijk dat de mensheid niet zo slim is als ze zelf denkt, en dat haar irrationaliteit heel vergelijkbaar is met het gedrag van primaten. Een inzichtelijk verhaal met leuke experimenten met apen in markten vergelijkbaar met de onze. Kijk hier naar ‘A monkey economy as irrational as ours’.

Davidmccandless

Journalist, data-fan en grafisch vormgever David McCandless laat prachtige data visualisaties zien uit zijn boek ‘Information is beautifull’. Hij illustreert treffend dat informatie vaak pas zinvol beoordeeld kan worden in de juiste context en betoogd dat visualisatie de manier is om information overload terug te dringen. Kijk hier naar ‘The beauty of data visualization’.

Christienmeindert

In Nederland gaf Christien Meindert tijdens TEDx Amsterdam 2009 een boeiende presentatie over de vele uiteenlopende producten waarin (delen van een) varken gebruikt worden. Grappig, interessant en ook een beetje ontluisterend. Zoals steeds vaker vond de TED organisatie haar TEDx presentatie zo goed dat ze haar vroegen op de conferentie te spreken. Kijk hier naar ‘How pig parts make the world turn’.

Mazjobrani

In een zeldzame glitch van de organisatie viel bij het begin van een sessie de stroom uit. Daar zaten 700 mensen in een schemerig theater… Na een prachtig stukje opera van een begenadigd zangeres die in het publiek bleek te zitten deed ook standup comedian Maz Jobrani een improvisatie. Over een bug die een feature bleek gesproken ;-) Kijk hier naar zijn ‘officiele’ talk toen de camera het wel deed… ‘Did you hear the one about the Iranian-American?’.

Tot zover een bloemlezing van de beste sprekers die al online staan sinds de conferentie 16 juli jl. afliep. Bij elkaar een avondje TED aan presentaties, plug je laptop in je TV, have fun & learn! Een goed alternatief voor reizigers is de TEDTalks vodcast die bijna dagelijks een nieuwe video biedt die zojuist online is gezet.

Enjoy!
Mike (september/2010)

post

Free: a blast from the Future

Everything flows, nothing stands still.1
Het fascinerende van veel technologische vernieuwingen is dat ze, naast de directe wow-factor van de techniek zelf, vaak leiden tot verstoringen – of misschien beter veranderingen – van de tot dan geldende aannames onder (business) modellen, markten, economieën en schijnbaar natuurlijke evenwichten. Zaken die onmogelijk leken worden toch mogelijk, en dan vaak in een tempo en op zoveel gebieden tegelijk dat de gevolgen van de combinaties van elkaar versterkende vernieuwingen nauwelijks nog te bevatten, laat staan te voorspellen zijn.

Moore’s Law
Al in 1965 formuleerde Gordon Moore, mede oprichter van Intel, de naar hem vernoemde Moore’s Law. Hij constateerde toen dat de rekenkracht van chips elke 18 maanden verdubbelde bij gelijkblijvende kosten. Destijds voorspelde hij dat dit nog zeker 10 jaar zou voortduren. Intussen weten we dat de verdubbellingstijd is teruggelopen tot 1 jaar en belangrijker, dat de wet nog steeds opgaat. Moore’s Law betekent dat de belangrijkste ICT ‘productiefactoren’ (opslagruimte, computerkracht en bandbreedte) ieder  jaar halveren in prijs c.q. verdubbelen in capaciteit. In vijf jaar betekent dit een factor 32, in tien jaar zelfs een factor 1024! En de wet geldt al voor alle drie de terreinen apart, laat staan als naar het geheel gekeken wordt.

Gordon Moore

Deze voortdurende gigantische verbetering van de prijs/capaciteit verhouding – of eigenlijk de voortdurende prijs-erosie – maken de huidige innovaties op het internet mogelijk.
De kosten van het aanbieden van producten en diensten via internet zijn zeer laag geworden. Daarbij komt nog dat het qua kosten niet veel uitmaakt of een site veel of weinig bezoekers trekt, de marginale kosten tenderen dus naar nul. In de traditionele economie was dit tot nu toe vrijwel nooit het geval en de daar vigerende businessmodellen voorzien hier derhalve niet in. Gevolg is dat er nu veel geëxperimenteerd wordt met nieuwe modellen waarbij een sterke asymmetrie bestaat tussen kosten en opbrengsten e.g. de “normale” relatie tussen kosten en opbrengsten verdwijnt. Voor de klanten lijkt het gebruik gratis waarbij het geld dus op een andere wijze verdiend wordt.

The Long Tail
Anderson’s boek “The ‘Long Tail” beschreef al hoe door technologische innovatie en hiermee gepaard gaande kostendaling de tot dan geldende economische waarheden onwaar kunnen worden. In de Long Tail gaat het specifiek om radicale verandering in de zoekkosten en de opslag & distributiekosten. Waar deze kosten de markt bepalen is de impact van een radicale verandering daarin vanzelfsprekend groot, met de onvermijdelijke aanpassing van de markt, meestal in weerwil van wanhopig verzet van gevestigde marktpartijen.

Voorbeelden hiervan worden volop gevonden in de mediawereld. In de muziekindustrie, de traditionele media (kranten en deels tijdschriften), de televisiewereld en ook in de filmindustrie zijn de effecten van de digitalisering van media op o.a. opslag en distributiekosten enorm, zeker in combinatie met ubiquitous Internettoegang die altijd en overal zoeken met elk device mogelijk maakt.

Cover longtail

In de muziekindustrie kan je vaststellen dat steeds meer mensen muziek al dan niet legaal gratis downloaden. Wel betaalt men dan zonder morren voor een concert van een artiest. Het is dus niet zo dat we nergens voor willen betalen, we willen alleen het gevoel hebben dat wat we betalen een redelijke prijs is voor de geleverde tegenprestatie. En een extra kopie van een set mp3 bestanden kost de artiest niets, de kosten voor opslagruimte en bandbreedte dragen we zelf en/of zijn verwaarloosbaar. Als hiervoor een bedrag gevraagd wordt dat naar ons gevoel niet “klopt” dan wijkt men massaal probleemloos uit naar een alternatief bijvoorbeeld illegale downloads. Een live concert van een artiest heeft echter een andere waarde, zo  betaalt men rustig honderden euro’s voor een concertkaartje. Een mooi voorbeeld is het optreden van groepen zoals bijvoorbeeld U2 in Moskou, die daar amper CD’s verkoopt maar wel volle zalen trekt. Het zakelijk model wordt hierdoor heel anders en dat gevestigde platenlabels protesteren tegen deze marginalisering van hun rol is heel begrijpelijk, alleen niet erg zinvol.

Kostenopbouw
Als we naar de kostenopbouw van veel (traditionele) producten kijken blijkt dat de intrinsieke kosten meestal slechts een fractie van de totale kosten vertegenwoordigen. De kosten van de krant zitten niet in het fysieke stuk papier wat je uiteindelijk in je handen houdt maar is een optelsom van het bezitten en exploiteren van een print-faciliteit, het transport van de gedrukte kranten, het bezit van een netwerk van
fotografen en verslaggevers, etc. Een krant als de New York Times kan van de druk- en transportkosten van een paar maanden al haar abonnees een e-reader geven. Vanaf dat moment zouden deze kosten naar nul tenderen waardoor de totale kosten met meer dan 50% zouden dalen waardoor de prijs van de krant significant verlaagd zou kunnen worden. Dit nog los van alle ecologische opbrengsten waarvan de kosten meestal niet eens ingeprijsd zijn.

Free

A Free Lunch?
Het business concept ‘Free’ waarbij producten en diensten optisch gratis aangeboden worden is een steeds gebruikelijker model aan het worden. En het blijft daarbij niet bij gratis alleen: er zijn al aanbieders van gratis diensten die online samenwerken mogelijk maken op een manier die veel betaalde producten niet kunnen matchen.  Het sluit goed aan bij de belevingswereld en het verwachtingspatroon van de doorsnee internetgebruiker. In de digitale wereld zijn namelijk de marginale kosten van producten vaak vrijwel nihil en vinden gebruikers terecht dat dit in de prijs van de producten gereflecteerd moet worden. Dit nieuwe businessmodel geeft overigens veel mensen wel een contra-intuïtief gevoel: hoe kan dit? Is er sprake van een vorm van bedrog?

Want uiteindelijk is niets echt ‘gratis’ natuurlijk. Het is ook niet zo dat niet betaald wordt voor dergelijke diensten. Uiteindelijk moet er geld verdiend worden. Soms betaalt een gebruiker voor uitbreidingen en extra’s op de standaard dienst. Vaak worden advertenties getoond gerelateerd aan de diensten of de getoonde content. Andere bedrijven hopen dat je, gewend aan de online producten, alsnog zult besluiten de desktop producten aan te schaffen om over extra functionaliteit te kunnen beschikken.

Hoe dit afloopt…
De uiteindelijke vraag is hoe en wanneer op basis van de technologische veranderingen de economische herschikking plaats zal vinden in de verschillende markten. Dat deze herschikking komen gaat is hierbij de enige zekerheid. Een bijkomende vraag is wie daarbij het voortouw zal nemen. Tot nu lijkt het er op dat de gevestigde krachten in markten zo gevangen zitten in hun oude denken dat ze niet in staat zijn de gevolgen van technologische en de daarbij behorende economische veranderingen te voorzien. Als er iets gebeurt is het of een bottom-up verandering die door de eindgebruikers zelf ingezet wordt ofwel een nieuwkomer in de markt die de verhoudingen op zijn kop zet.

Blast

Gevolgen voor de overheid?
Deze door technologie ingezette veranderingen in het “bedrijfsleven at large” zullen op termijn natuurlijk ook een grote impact hebben op het publieke deel van onze samenleving. Ook de overheid, gezondheidszorg en onderwijs gaan veranderingen tegemoet die we ons nog niet eens kunnen voorstellen. Het verschil met het bedrijfsleven is wel dat de kans dat nieuwkomers de introductie van deze veranderingen feitelijk zullen afdwingen veel bescheidener is. Bedrijven die dit niet kunnen bijbenen verdwijnen vanzelf, overheden die achterblijven niet. Dat is ergens ook logisch: als een bedrijf failleert omdat het verkeerde keuzes maakt is dat natuurlijk zeer pijnlijk voor alle rechtstreeks betrokkenen, echter bij verkeerde – of erger geen – keuzes door de overheid hebben we allemaal een groot probleem. Zoals Winston Churchill riep: ‘There
is nothing wrong with change, if it is in the right direction’.

Onderzoek gewenst
Daarom is het belangrijk om te weten welke ontwikkelingen relevant zijn voor publieke organisaties, waar de kansen liggen en voor ons het belangrijkste: hoe de publieke zaak van deze onontkoombare veranderingen profiteren kan. En het is om deze reden dat we vanuit Kennisnet een onderzoek gestart zijn met betrekking tot dit onderwerp.

De focus van het onderzoek is een aantal relevante delen van het onderwijs die volop te maken hebben/krijgen met de geschetste effecten zoals de productie van (digitaal) leermateriaal en de aanbieders en gebruikers van ICT infrastructuur producten en diensten in de brede zin des woords. Het uiteindelijk doel is het onderwijs handvatten aan te reiken opdat
ook daar het maximale rendement uit de kansen die deze veranderingen brengen gehaald kan worden.


Dit artikel is een coproductie  in het kader van het onderzoek naar “Free” van hans
pronk
& michael van wetering, cto stichting kennisnet /© 2010

1 Heraclitus

post

Onderwijs vernieuwing, hoe doe je dat? Radical zegt Charles Leadbeater

Charles Leadbeater pleit voor een radicale aanpak van onderwijsvernieuwing. Hij maakt een duidelijk onderscheid tussen verschillende soorten innovatie en pleit ervoor dat het tijd is voor radicale verandering, buiten het huidige systeem. Bekijk zijn argumentatie in zijn nieuwste TED talk getiteld: 'Education innovation in the slums'.

Zijn verhaal is gebaseerd op een eerder dit jaar gepubliceerd rapport dat tot stand kwam in samenwerking met Cisco. In 'Learning from the Extremes' onderzoekt Leadbeater eens niet de grote successen maar de oplossingen die gevonden worden in kansarme gebieden, zonder middelen, waar onderwijs direct een praktische toegevoegde waarde moet hebben.

Hij stelt dat de deplorabele staat onze onderwijssystemen, gebaseerd op 19e eeuwse beginselen, toe zijn aan radicale vernieuwing. Wat mij betreft een waardevolle toevoeging aan de discussie en een overtuigend argument in het licht van noodzakelijke besparingen die gepaard moeten gaan met kwaliteits- en productiviteitsverbeteringen. Dat lijkt inderdaad lastig haalbaar met incrementele verbeteringen binnen de bestaande kaders.

Mike (Juni/2010)

post

‘Het Internet doet het niet!’, herinneringen aan Jo van Nunen

EURIn 1992 begon ik als versgebakken Informaticus van de Vrije Universiteit Amsterdam bij de Factulteit  Bedrijfskunde aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam (EUR) a.k.a. Rotterdam School of Management (RSM). Bij de vakgroep Informatie- en Beslissingswetenschappen was Prof. Dr. Ir. J.A.E.E van Nunen vakgroepvoorzitter, en hij was een man met visie. Binnen zijn vakgroep was een complete computerafdeling opgenomen die naast de gebruikelijke ondersteunende taken ook wetenschappelijke en onderwijstoepassingen ontwikkelde. Daar mocht ik beginnen als ontwikkelaar, een speeltuin!

Wetenschap in de Praktijk, de Praktijk in het Onderwijs

Jo Jo was een mensenmens zoals Hans Pronk mijn goede vriend en voormalige collega bij o.a. de EUR laatst opmerkte. Prototype grote mond, groot gouden hart en zoals helaas bleek fysiek zwak hart. Hij wilde graag weten dat hij volop meedeed in ‘leuke nieuwe dingen’ zoals hij alle innovatie noemde, maar hij waardeerde goede mensen en wist die ook feilloos om zich heen te verzamelen.
Jo’s unieke kwaliteit, dat wat ik met name van hem geleerd heb, is de continue koppeling leggen tussen werelden die elkaar traditioneel niet zo liggen. Met zijn wetenschappers ging hij praktijkproblemen bij grote multinationals te lijf, denk bijvoorbeeld aan Heineken en Xerox, maar ook de Nederlandse Spoorwegen en natuurlijk zijn geliefde Rotterdamse Haven. Zeer complexe logistieke problemen waar beslissingswetenschappen cruciale vragen kon helpen beantwoorden om vraag en aanbod zo efficient mogelijk bij elkaar te brengen. Waar brouw ik welk bier om een lokale vraag te kunnen vervullen met zo min mogelijk vervoerskosten? Wanneer laat ik waar welke treinen rijden, of schepen laden/lossen en varen?

Ik mocht als ontwikkelaar (simulatie)software schrijven die zo experimenteel was dat het economisch eigenlijk onverantwoord was. Maar dergelijke risico’s nemen is in wetenschap en onderzoek juist de bedoeling! Met zijn staf bood jo daarmee eigenlijk consultancy in het bedrijfsleven, ontwikkelde zijn eigen tools voor verder ondezoek en verdiende wat extra geld voor congressen en opleidingen voor zijn mensen. De projecten in het bedrijfsleven introduceerde hij als cases voor de simulatiesoftware direct in het bedrijfskunde onderwijs. Een werkwijze met mooie opbrengsten voor alle betrokkenen.

‘Het Internet doet het niet!’

Naast het begeleiden van praktica met eerdergenoemde cases voor simulaties gaven we als leden van de vakgroep ook colleges in internetgebruik aan MBA en MBI studenten. Jo noemde dat internetgedoe spielerei, het was volgens hem niet betrouwbaar genoeg voor echte bedrijfstoepassingen. Maar hij volgde met interesse hoe wij de eerste webservers opzetten. Zijn nieuwsgierigheid bracht hem ertoe elke nieuwe website die opkwam te volgen, dat kon toen nog met een nederlandse kaart die een uitputtende opsomming bevatte van alle sites in nederland! Op een ochtend was die pagina niet beschikbaar, Jo riep toen onsteld ‘Het Internet doet het niet!’.

U begrijpt, ik heb vele goede herinneringen aan Jo. Hij was veeleisend en drukte nadrukkelijk zijn stempel op onze projecten, het was soms vechten voor je eigen invullingsruimte. Maar hij was altijd bereid te gaan voor vernieuwing, hij durfde risico’s te nemen en aarzelde niet zijn reputatie op het spel te zetten. Binnen de universiteit leidde dat steevast tot spanningen, wij van bedrijfskunde wilden altijd meer en beter. De discussies met de centrale computerafdeling van de universiteit zijn legendarisch. Jo ontregelde een keer een overleg door tijdens het betoog van zijn opponent luidruchtig koffie en thee in te schenken en nadrukkelijk te informeren of er misschien suiker of melk gewenst was ;-) Ook hen pushte hij verder te gaan en dat was ook wel nodig, de EUR was de enige universiteit in Nederland met een 64 kbit (!) verbinding voor de hele universiteit begin jaren 90! De rest was al naar het razendsnelle 2 Mbit overgestapt…

Afscheid

Jo overleed jongstleden Hemelvaartsdag, geheel in stijl, tijdens een congresbezoek in Vancouver. Wrang genoeg slechts enkele maanden voor zijn pensioen, of herstart zoals hij het steevast noemde, een feest dat Rotterdam helaas moet missen. Hij zou ook (nog) meer tijd met zijn gezin, dochters, schoonzonen en kleinkinderen gaan besteden. Met zijn tempo en intensiteit heeft hij enorm veel gestopt in die 64 jaar, maar eenieder die hem kende was toch reuze benieuwd waar zijn tomeloze energie en enthousiasme verder nog toe geleid zou hebben. Zijn vele vrienden vertelden in mooie verhalen hoe zij zijn steun node zouden missen, want ook daar vond hij altijd tijd voor.

‘Live fast, die young and leave a beautifull corpse’ zou je kunnen zeggen. Zelf verwoordde bourgondiër Jo het altijd als volgt: ‘De dokter zei me dat ik voor mijn lengte te dik ben, toen antwoordde ik: maar dan ben ik niet te dik dokter, maar te kort!’ gevolgd door zijn eigen bulderende lach.

Vaarwel Jo
Mike (Mei/2010)

 

post

Cloudcomputing geef Ruimte, vergt Vertrouwen en plaatst de Gebruiker in de Driving Seat

Vandaag organiseerden Kennisnet en Microsoft in nauwe samenwerking een ééndaags seminar voor de Regiegroep van het Kennisnetwerk Limburg. Duo’s van Schoolleiders en ICT-verantwoordelijken kwamen naar Brussel waar het STIC (School Technology Innovation Centre) van Microsoft gevestigd is. Dit unieke centrum biedt op de praktijk gerichte demonstraties van nieuwe technologie en wordt gecoördineerd door Jacques Denies. Vanuit zijn onderwijsachtergrond geeft Jacques toelichting op innovaties vanuit het perspectief van een school. Zijn bescheiden en down to earth aanpak is zeer aanstekelijk en werkt inspirerend. Dit gecombineerd met gastvrijheid en catering van Belgische kwaliteit maakt een bezoek aan het STIC naast nuttig ook heel aangenaam. Dankjewel Jacques!

De betekenis van Cloudcomputing voor Onderwijs

Na een rondleiding door het STIC verzorgde ik een presentatie over het specifieke thema van de dag: Cloudcomputing. Welke impact heeft cloudcomputing op onderwijs en de inzet van ICT in het onderwijs? Waar ik in eerdere presentaties het afgelopen half jaar met name bewustzijn wilde kweken ben ik voor deze gelegenheid dieper in de materie gedoken.

Anyplace-anytime-with-anything v1.0

De kernpunten van mijn verhaal zijn de volgende:

  1. Cloudcomputing geeft ruimte, het ontzorgt de toepassing van ICT in onderwijs maar belangrijker: het biedt ook de basis voor samenwerkend en gepersonaliseerd leren dat onafhankelijk is van plaats, tijd of specifieke apparatuur. Gegevens en toepassingen zijn altijd en overal beschikbaar in de cloud. De onderwijsvisie wordt nu leidend bij de keuze voor toepassingen en gebruikslocaties en de daarbij behorende apparatuur en faciliteiten. Beperkingen van eigen locaties of infrastructuur zijn daarbij geen randvoorwaarde meer.
  2. Cloudcomputing vergt vertrouwen, we vertrouwen zonder nadenken elke dag op de zoekresultaten van Google die bepalen welk materiaal we gebruiken en wat we relevante antwoorden achten op onze vragen. Toch hebben we moeite met het vertrouwen van soortgelijke clouddiensten voor email, agenda en online samenwerking. Welke onderliggende twijfels veroorzaken die houding en in hoeverre zijn die twijfels terecht?
    M.b.t. privacy en integratie zijn er aandachtspunten bij de inzet van applicaties, maar die zijn niet nieuw of specifiek voor het cloudcomputing model. Maak goede afspraken met leveranciers over privacy en veiligheid en eis ondersteuning van open standaarden in het belang van informatie-uitwisseling en -behoud, cloud of niet. Het gaat denk ik toch vooral om het gevoel van verlies van controle, en dat is deels terecht. Maar de winst die het cloudmodel oplevert compenseert dit ruim! Wie overweegt vandaag nog een eigen aggregaat in de tuin te zetten of een put te slaan? Electriciteit en water zijn nutsvoorzieningen, software wordt dat ook. Bedenk welke noodscenario’s vereist zijn (zaklamp in de meterkast, kaarsen en lucifers op voorraad), tref enige voorbereiding waar relevant en vertrouw op het improvisatietalent van mensen ;-)
  3. Cloudcomputing zet de gebruiker in de Driving Seat, waar de ICT dienstverlening in onderwijs behoorlijk aanbodgedreven was/is wordt het nu volop mogelijk functionaliteit te ‘shoppen’. De aard van cloudservices, elastische abonnementen betaald naar gebruik of helemaal gratis, maakt het mogelijk zonder startinvesteringen of uitrol (een willekeurige webbrowser volstaat voor elke cloudservice) een applicatie te gaan gebruiken en daar ook weer mee te stoppen zonder desinvestering.
    Voor ICT beheerders betekent dit ook een behoorlijke omslag, ze vrezen terecht verlies van taken, bevoegdheden en invloed. Maar zowel voor hen als de onderwijs organisatie ligt hierin ook een mooie kans. Er komt menskracht vrij om docenten en ondersteunend personeel te begeleiden bij het effectief en veilig inzetten van nieuwe toepassingen.

Onderstaand mijn presentatie, direct te bekijken en ook te downloaden van slideshare, een uitstekende cloudservice om presentaties online te geven/delen. In de powerpoint notitie ruimte heb ik een weergave opgenomen van mijn betoog bij elke plaat.

Gratis kan toch nooit goed zijn?

Oh-yes-its-free-sign

Er is nog een aspect van cloudcomputing dat discussie oproept: kunnen gratis diensten wel kwaliteit bieden? En wie betaalt ervoor, want echt gratis kan het toch niet zijn? Wat is de truc? Betaal ik niet stiekum alsnog?
Gek genoeg vertrouwen we Google’s gratis zoekdienst wel, wie betaalt dat dan? U, alleen niet in euro’s maar met uw keuzes. Bij elke zoekopdracht kiest u het meest relevante zoekresultaat voor uw zoekterm. Die klik gebruikt Google om de zoekresultaten van hun pagerank algoritme te verbeteren voor de volgende gebruiker. U helpt Google dus steeds betere zoekresultaten te leveren en dat trekt meer gebruikers aan. Daardoor is Google aantrekkelijk voor adverteerders en klikken ook steeds meer mensen op de advertenties. Zo verdient Google meer geld.
Bij Google Mail, Calendar & Docs wordt de inhoud gescand op sleutelwoorden en worden naast uw mail en documenten relevante advertenties getoond. Daarmee betaalt u voor uw Google services.

De interessante vraag is dan ook: wie betaalt voor een dienst? in welke valuta? (euro’s, aandacht, reputatie, expertise) en vindt ik dat acceptabel?

Over ‘free’ is nog veel meer te zeggen, daar besteed ik binnenkort een aparte post aan, als het je intrigeert lees dan ‘Free, the Future of a radical Price’ van Wired hoofdredacteur Chris Anderson, een absolute aanrader!

Tot slot

Na de presentatie en een prima discussie over cloudcomputing in onderwijs bood de middag nog enkele verdiepingssessies over o.a. Office 2010/Onenote en hun cloudconnecties, online samenwerking in de cloud met o.a. Live Meeting en [email protected] (microsofts gratis cloudaanbod aan het onderwijs voor mail, agenda, online bestanden delen, etc.).
In een afsluitende discussie bleek de groep de nodige strategische inzichten verworven te hebben die na het weekend ongetwijfeld tot interessante discussies gaan leiden in de respectievelijke onderwijsinstellingen. Veelal concludeerde men dat de cloud sneller relevant is voor onderwijs dan verwacht.

Mike (April/2010)

post

IPON 2010: Social in the Cloud

Ipon2010

Net terug uit Washington stond de IPON 2010 al weer voor de deur. Ik mocht dit jaar twee workshops verzorgen namens Kennisnet: “Social Media inzetten in Onderwijs?!” en “Cloudcomputing: Hype of kans voor Onderwijs“.
Omdat ik al vaker presentaties heb gegeven en gepubliceerd over deze onderwerpen beperk ik me hier tot verwijzingen naar de presentaties (inclusief notes onder de sheets) op slideshare. Per sessie wil ik nog wel even ingaan op de discussies die gevoerd werden na mijn inleidingen.

Social Media inzetten in Onderwijs?!

Het is erg leuk om te merken dat het onderwerp begint te leven. Het inzicht dat dit type internet toepassing beter benut dan uitgebannen kan worden in de schoolcontext is steeds vaker het startpunt. Dan komen ook de echt interessante discussies los, want hoe pas je de principes van sociale media toe zonder dat het een puinhoop wordt in de klas?

Hoopgevend is dat de inzichten van mijn publiek bij de IPON grote overeenkomsten vertonen met eerdere discussies in het veld: voorzichtig maar constructief en belangstellend. Op hoofdlijnen benadrukt men: sluit aan bij de dagelijkse onderwijspraktijk en zorg daar voor directe toegevoegde waarde. Laat het praktisch nut hebben dat je actief ben in zo’n omgeving.

Dit geld zowel voor:

  • Docenten: onderlinge samenwerking bij lesvoorbereiding, toetsing, etc.
  • Leerlingen: samen werken aan huiswerk en voorbereiding op toetsen voor een specifiek vak
  • Ouders: thuis meekijken/meepraten over je kind op school op tijden dat het je wel uitkomt!

Winkwaves

Kennisnet brengt binnenkort een, al zeg ik het zelf als kennisnetter :-), zeer lezenswaardig rapport uit dat in nauwe samenwerking met Winkwaves tot stand is gekomen. Kennisnet en Winkwaves (een innovatief bureau voor social media en kennismanagement in den haag) hebben in een verkenning van social media in het onderwijs intensieve gesprekken gevoerd op enkele scholen. Het rapport doet verslag van onze inzichten tot nu toe en biedt ook een prima algemene inleiding in het fenomeen sociale media zonder heel technisch te worden. We concluderen het rapport met enkele voorstellen voor praktische toepassingen in het onderwijs. Op dit moment zoeken we instellingen waarmee we gerichte experimenten kunnen uitvoeren. Zodra ik meer weet zal ik dat hier zeker melden.


Cloudcomputing: Hype of kans voor Onderwijs?!

Deze keer trof ik behoorlijk wat mensen die zich nog aan het oriënteren waren op wat nu precies bedoeld wordt met de kreet ‘Cloudcomputing’. Meer nog dan vorige keren heb ik benadrukt dat dit nieuwe paradigma voor het gebruik van software ongelofelijk belangrijk is voor met name het lagere en middelbare onderwijs.

Cloud-computing-lek-wolken

Software die direct te gebruiken is zodra je maar ergens over een willekeurige computer met een internet browser en verbinding kunt beschikken is zoveel eenvoudiger te onderhouden en overal te gebruiken. Geen installaties meer, geen backups, geen volle schijven, geen oude/afgeschreven servers, etc. Kapotte computer, crash door virus? Schoonvegen of omwisselen, inloggen op het web en verder werken met je eigen gegevens. En met name ook de mogelijkheden voor samenwerking en communicatie in groepen sluit heel goed aan bij de toekomst die we voor werken en leren zien.

Ik heb me dan ook voorgenomen een wat andere insteek te kiezen bij volgende verhalen die ik over cloudcomputing in onderwijs zal houden. Ik zal zeker ook aandacht blijven besteden aan de privacy- en integratieaspecten die bij cloudcomputing spelen. Maar redenerend vanuit de toekomst van onderwijs en werken en de noodzaak met minder middelen betere resultaten te boeken is cloudcomputing in mijn oordeel intussen een zogenaamde ‘no brainer’.

Ook hier doet Kennisnet een verkenning, na het uitpluizen van alle definities en meningen en goede gesprekken met o.a. Microsoft en Google hebben we binnenkort een intervisie dag in het MBO. Ook in de andere sectoren zoeken we afstemming met instellingen om te controleren of we de juiste toon raken met onze verkenning. We hopen snel daarna tot een goed bruikbare publicatie te komen. Ook daarvan houd ik jullie op de hoogte.

Mike (Maart/2010)

post

Personalized Education requires Digital Identity

Today I presented my workshop entitled: Personalized Education requires Digital Identity. I was fortunate enough to have a nice group of people listening to my presentation and actively participating by asking good questions often comparing the solutions Kennisnet implemented in the Netherlands (i.e. Entree and Edurep) with the situation in the USA. My presentation is on slideshare for download, including my speaking notes. I inserted the sheets below.

The abstract of my presentation in the program reads as follows:

Personalized education aims to offer a student an individual curriculum, developing each person’s unique talents and interests. Today, in our rapidly digitizing education, we increasingly use digital learning materials in electronic learning environments, student administration systems and testing & assessment software. Students and teachers increasingly learn and work ‘anytime/anyplace’ interacting with these systems. To realize a custom education path for each student these systems need to be able to react to the students use of learning materials, (change of) study plans, their test results, etc.  The systems need to ‘know’ who the student is. The only alternative to this is someone feeding these systems by hand with a lesson programs per student per day…

But how do we enable systems to service an individual student, implementing a learner centered education? These systems need to know what students like (learning style), what their talents are, which weak spots they have, which earlier courses they took, what part of the test they made mistakes in, etc. etc. This set of assertions about a person comprises (part of) his/her identity. Being able to take this information into account our education software systems can do the bulk of the work, enabling teachers to use dashboard like interfaces to tweak the student programs and incorporate their own observations as professional educators to provide the student with his/her individual optimal learning experience.

In this presentation we will talk about this concept and offer a few practical considerations when working towards an integrated digital learning environment. We will also look into the more social aspects of identity, both in real life and digital.

The moderator for my workshop was Michael Porter, CTO @ Traverse Bay Area Intermediate School District, Traverse City, MI. It was a privilege working with Mike these last few days during the conference, lets stay in touch Mike!

Observations about innovation strategies in Education

Besides speaking at the conference I also listened to a number of very interesting presentations and workshops. Almost everyone is talking about the need for change in the education system in their particular country.

Disrupting-class One wonders what the best strategy would be for innovating current education. Change is clearly needed, but should it be evolutionary or disruptive? Listening to three great speakers at the CoSN 2010 conference a clear answer to that question emerges. Opening Keynote speaker Larry Keeley argued that organizations intent on innovation should focus on non-users/non-customers, those are the ones you need to convince. Charlie Leadbeater argues that the best environment for innovation is where things are bad, the need for change is evident there. Curtis Johnson, co-author of ‘Disrupting Class’, argues that the only successful innovation within existing companies occurs in separate environments, given the latitude for radical change. The direction of these arguments is clear: innovate education in places where results are very poor, separate that environment from current practice and give the initiative full autonomy!

Mike (March/2010)

post

Engaging students constructively using Social Computing

Social_media_bandwagon As promised in the previous post I would like to share the results from the discussions among the participants in the pre-conference workshop ‘How 2 B a Disruptive Leader (in Technology)’.

Two topics were discussed in the group I moderated: 1) reflective skills & 2) criteria for the use of social media in (formal) education. Below a short recap of the results of the valuable group discussion.

Insights on Reflective Skills

  • Help students develop their own skills in information selection (scrutiny), make them aware of the limitations of the first hit google generates.
  • Create awareness of the context in which information is obtained, i.e. a google search only covers 40% of the total web as google indexes roughly that part of the web. This is not a problems as long as students realize that this is the case.
  • Einstein said: ‘Information does not equal knowledge’, learning is not about memorizing information, why would you if it’s all on-line? It’s about learning what to trust, how to verify what you’ve been told. It is not so much what you know but who you know and who knows what.
  • Learning who to trust is building your electronic ‘village’, where the village stands for the trusted community which people still require to feel comfortable, if not physically then virtually.

This discussion builds on the notion that students are only digital natives in the sense that they quickly learn how to operate web 2.0 applications. This doesn’t mean that with that they have also mastered the reflective skills to compare different sources and draw their own conclusions.

Criteria for the successful use of social media in (formal) education

  • There needs to be a strong relation with and support of the ciriculum and the courses it contains. No ‘funny stuff’, leave that to MTV, facebook or myspace.
  • The freedom for students to reach their learning goal(s) in their own way (working together).
  • Have students figure out along the way how to get to the learning goal and required results. Don’t predefine the path along which the results should be accomplished.
  • Facilitate the nurturing role of a teacher during the learning process.
  • Acknowledge acomplishment during the learning process. Draw inspiration from the way we cheer our youngest children when they take one step and fall over while learning how to walk.

These insights recognize that students won’t accept a blunt invasion into their peergroup discussions on the social networks that they share with their fellow students. The strengths of social media can be used in education but need to directly address the purpose of school: a good education, a diploma and with that the chance to find rewarding work earning a decent living.

I thouroughly enjoyed these discussions with professionals from ‘real life’ education. Their insights in the day to day realities of education today helped ground the discussion and made it that much more practical. Thank you to all participants, it was a privilege meeting you.

Mike (March/2010)

 

post

How 2 B a Disruptive Leader (in Technology)

CoSNlogo

This Sunday the CoSN 2010 conference on Innovation, Ingenuity & Insight had its first day in Washington DC with the International Symposium and the pre-conference Workshops. My colleague Pinar Coskun reports on the symposium on her international blog. Note: dutch readers may have noticed this text is in english ;-) this is a courtesy to our american hosts although they have assured me my earlier blogposts were very well translated by Google translate. I’ll check out the reverse results myself, I wonder how this post reads in Dutch…

The pre-conference workshop
I participated in the afternoon pre-conference session titled: How 2 B a Disruptive Leader. The Consortium for School Networking (CoSN) has facilitated a global discussion on the effective and appropriate use of web 2.0 technology in schools, particularly in the instructional process. I joined the panel together with Bill Miller (CTO Rapid Parish School District, Louisiana) and Todd Neibauer (Director of Technology Traverse Bay Area Public Schools, Michigan), moderated by Mike Porter (CTO & CIO Traverse Bay Area Intermediate School District, Michigan).

We all gave short presentations on our take on web 2.0 and the adoption, or lack thereof, in schools. Mike argued that a disruptive approach is needed to overcome the hesitation in adoption of ICT in education. Our students are used to these web 2.0 tools and will not accept (much longer) that they are banned from using them in school.
My short introduction talks about the sociality in media, what is the origin of this phenomenon and how can it be applied in education constructively. My sheets are on slideshare, I’ve inserted them below for your convenience.
How 2 B a Disruptive technology leader – Sociality in Media

View more presentations from Michael Wetering, van.

Louisiana law prohibits (most) electronic communication between teacher and student
Bill Miller from Louisiana elaborated on the roadblocks from a safety perspective. His explanation of the 2009 legislation in Louisiana was very interesting to use an understatement. All ‘electronic communication’ between an employee at a certain school and a student from that same school is limited by Louisiana state law (ACT no. 214). This law prohibits the use of electronic communication between teachers and students, the only exceptions are those services offered by the school in question. That excludes any collaboration tool on the Internet today or tomorrow… Schools and teachers were not involved during the conception of this law and its negative side-effects are already noticeable as teachers are becoming less innovative in fear of breaking the law!

Tweet your way into some serious learning!
Todd Neibauer based his argument on a brilliant example of a group of motivated individuals with a common interest combining their knowledge and resources to achieve their goal. In this case they figured out who would be the new football coach of their favorite team by tracking the leased jet-plane which the interview team took to meet the new coach. They used twitter to communicate and used online information on air traffic and airplane tail-numbers in combination with surveillance by local residents to name the new coach 5 hours before the official announcement. Now that would be an interesting learning experience!

I had a lot of fun preparing for this session with Mike, Bill and Todd. I learned a lot from them and got very good feedback on my own ideas and opinions. We continued the session with small group discussions. I will post the results from those conversations in a followup post tomorrow.

Mike (February&March/2010)